NEDERLANDSE KUNSTENAARS GEFASCINEERD DOOR ROMEINSE RUINES

Links bovenaan de prent houdt een ietwat verschrompelde putto met in de ene hand een schilderspalet en wat penselen met zijn andere hand een doek vast waarop staat: Italiaanse grotten en landschappen....

Op de expositie hangt een tekening van Giovanni Battista Piranesi, de oever van de Tiber ter hoogte van de Cloaca Maxima, in rood krijt en iets grafiet op bruin papier. Het is - naast een studieblad van Willem Anthonie van Deventer, gezichten op Napels en op de Vesuvius - een van de meest ingenieuze tekeningen van de expositie.

De bladen van de verzamelaar Johan Quirijn van Regteren Altena (1899-1980) tonen diens grote belangstelling voor Italië. Hij was een geboren collectioneur. Aanvankelijk wilde hij beeldend kunstenaar worden en gedurende twee jaar volgde hij lessen aan de Amsterdamse Rijksacademie. Hij achtte zichzelf niet begaafd genoeg en besloot kunstgeschiedenis te studeren in Rome en Florence.

Hij bleef echter tekenen. Het was een manier 'om te leren kijken'. Zijn studenten gaf hij later het advies niet te snel naar foto's van kunstwerken te grijpen, maar zelf met een schetsboek onder de arm op excursie te gaan. Van 1932 tot 1937 was hij conservator bij de dienst Gemeentemusea van Amsterdam, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de tekeningencollectie van Museum Fodor. Vijftien jaar lang was hij, tot 1962, directeur van het Rijksprentenkabinet.

De Amsterdamse musea hebben veel aan particuliere collectioneurs te danken. Grote verzamelingen schilderijen of tekeningen zijn in de loop der jaren aan de gemeente geschonken. De collectie-Adriaan van der Hoop ging naar het Rijksmuseum en Carel Joseph Fodor legateerde zijn befaamde verzameling tekeningen aan de gemeente, die ze tot in de jaren vijftig in het Museum Fodor bewaarde .

Van Regteren Altena heeft meer dan duizend bladen verzameld, tekeningen uit de vijftiende tot en met het midden van de negentiende eeuw. Hij had grote belangstelling voor Italiaanse tekeningen , waarvan hij een groot deel aan het Rijksprentenkabinet heeft geschonken.

De keuze voor 'In de ban van Italië', de uitgesproken liefhebberij van Van Regteren Altena die er in 1964 een boek Vereeuwigde Stad - Rome door Nederlanders getekend 1500-1900 over schreef, laat ook tekeningen zien van italianisanten die nooit in Italië hebben verbleven. Louis-Gabriël Moreau maakte een medaillon-tekening met begroeide ruïnes van gebouwen uit de antieke tijd. Moreau is nooit in Italië geweest, maar hij kende zulke ruïnes uit het werk van anderen. Het zijn fantasiegezichten, ontstaan in zijn atelier. Italië en vooral de overblijfselen van het oude Rome, het Forum Romanum, het Colosseum en de Engelenburcht, waren voor veel kunstenaars nu eenmaal geliefkoosde thema's voor caprices en studiebladen.

Paul Depondt

Meer over