'Nederlandse identiteit wordt in het voetbal door de trainers bepaald, niet door de spelers'

Het aantal buitenlandse spelers in de Nederlandse eredivisie is opnieuw toegenomen. Vandaag in de derde aflevering van een serie: Petter Hansson....

Poul Annema

TOP, 'T oen ik 20 jaar was, speelde ik nog met mijn eerste club, Söderhamn, in de Zweedse vierde divisie. Aan een buitenlands avontuur durfde ik toen nog helemaal niet te denken. Ik droomde ervan ooit eens in de Zweedse eerste divisie te spelen. Op mijn 21ste kreeg ik mijn kans bij Halmstads BK, maar in het eerste jaar kwam ik niet verder dan het tweede elftal. Daarna is het snel gegaan. Komend weekeinde begin ik aan mijn vierde seizoen bij Heerenveen.

Nee, geen andere club dan Heerenveen heeft destijds interesse getoond. Hoewel ik op dat moment graag naar het buitenland wilde, was het belangrijker voor mij te weten bij welke club ik terecht kon dan in welk land ik zou kunnen spelen. Italië en Spanje kunnen mooie voetballanden zijn, als een in mij geïnteresseerde club mij op voorhand geen goed gevoel geeft, heb ik er weinig te zoeken. De club heeft bij mij de voorkeur boven het land.

Heerenveen heeft een goede naam in Zweden. Ik kende de verhalen van mijn landgenoten Erik Edman en Marcus Allbäck. Bovendien speelde mijn oude clubgenoot Stefan Selakovic er al een half jaar toen ik werd benaderd. Uit de contacten die ik met hem had, wist ik hoe het eraan toeging bij de club. Het leek me in alle opzichten de omgeving waar ik me thuis moest voelen. En dat is ook wel gebleken: Heerenveen is voor buitenlandse spelers een warm nest. Als je hulp nodig hebt, staan de mensen meteen voor je klaar.

Wel had ik me voorgenomen zo snel mogelijk de taal te leren. Ik vind dat een vereiste als je voor je werk naar een ander land gaat.

Bij Heerenveen kregen buitenlandse spelers driemaal in de week Nederlandse les. Mijn vrouw is als vrijwilligster op de basisschool gaan werken. Binnen een half jaar lukte het ons allebei redelijk Nederlands te spreken.

Ach, voor een Scandinaviër is het gemakkelijker Nederlands te leren dan voor een Zuid-Europeaan. Als ik de krant lees, kom ik toch veel aan het Zweeds verwante woorden tegen.

Op de cursus leerde ik inderdaad wat 'kappen en draaien' betekende, typisch voetbaljargon dus. Het eerste Nederlandse woord dat ik sprak? Nee, dat kan niet in de krant. Dat heb ik van mijn ploeggenoten in de kleedkamer geleerd.

Het meeste heb ik moeten wennen aan de omschakeling in het voetbal. En niet aan één, maar aan meer dingen: het tempo lag veel hoger, de manier van voetballen was anders. In Zweden spelen alle clubs 4-4-2, hier is het vrijwel altijd 4-3-3.

Daar was het een kwestie van een lange bal geven, hier moest ik als centrumverdediger me ook offensief laten gelden. Het voetbal hier was veel verzorgder dan ik gewend was.

Ja, natuurlijk heeft het Nederlandse voetbal een eigen identiteit. Aanvallend en aantrekkelijk voetbal staat voorop. Ik voel me daar goed bij, maar ik ben nog steeds wel een man die redeneert: als we winnen maakt het mij niet uit hoe we voetballen.

Winnen, presteren, dat telt vooral. Ik geloof niet dat de Nederlandse identiteit verloren gaat door de komst van steeds meer buitenlanders.

De trainers bepalen immers hoe er wordt gespeeld. Zij kiezen voor de speelwijze en voor de spelers die daar het best bij passen. Dat zal een buitenlander zijn zolang er geen Nederlander is die dat aankan. Zo is voetbal. Ik was in Zweden ook prof, maar bij een club als Halmstads BK kun je van je inkomen net rondkomen. Je houdt er niets aan over.

Heerenveen is een voetbalclub zonder stress. In het eerste jaar dat ik hier was, haalden we drie punten uit acht wedstrijden, maar iedereen bleef rustig. Dat was goed voor het zelfvertrouwen. Heerenveen is ook een stad die in Zweden had kunnen liggen, met zijn rust, natuur en ruimte. En ik ben hier overal dichtbij.

In Söderhamn, met 12 duizend inwoners, was dat toch anders.

We verwachten in oktober ons eerste kind. In de winter gingen we meestal terug naar Zweden, maar dat zit er nu door de nieuwe competitie-opzet niet in. Jammer, voetballen met kerst vind ik eigenlijk niks.

Maar ik heb geen reden om te klagen. Ik heb mijn draai hier gevonden. De Nederlandse samenleving is niet veel anders dan de Zweedse en het voetbal wordt hier beleefd zoals ik dat graag heb. De mensen zijn ontzettend enthousiast. Elke keer weer ben ik verbaasd over de wijze waarop het publiek met name in de Europa-Cup-wedstrijden achter ons gaat staan.

Ik ben nu bijna 29 jaar, maar wil met Heerenveen en het Zweedse elftal er alles uit halen wat erin zit. Ik kan leven zoals ik dat graag wil en heb het getroffen dat ik dat kan doen in een omgeving die me een goed gevoel geeft.'

Meer over