NieuwsEU-missie Libië

Nederlandse deelname nieuwe Libië-missie in het gedrang

Nederlandse deelname aan de nieuwe EU-missie rond Libië stuit op een gebrek aan (marine)capaciteit. Het kabinet en de Tweede Kamer hechten zeer aan Europees toezicht op het wapenembargo in Libië, maar volgens vice-admiraal Ben Bekkering, die vorig jaar afzwaaide als Nederlandse hoogste militair bij de Navo, ‘loopt Nederland uit de aantallen’.

Een vrouw zwaait naar het Nederlandse fregat Hr. Ms. Tromp dat in 2010 uit de haven van Den Helder vertrekt richting Somalië.  Beeld ANP
Een vrouw zwaait naar het Nederlandse fregat Hr. Ms. Tromp dat in 2010 uit de haven van Den Helder vertrekt richting Somalië.Beeld ANP

Ook voorzitter Marc de Natris van de KVMO, de officiersvereniging van de marine, wijst erop dat ‘de schepen die we nog kunnen bemannen op dit moment allemaal ingedeeld zijn. Dus nee, we hebben geen fregat achter de hand om dit te doen.’ Deelname aan een nieuwe Libië-missie is ‘alleen mogelijk als de marine een geplande taak niet meer uitvoert en prioriteit geeft aan deze missie’. Er zijn ‘weinig schepen, beperkte bemanningen, en heel veel vacatures’, vat Jaime Karremann van de nieuwssite marineschepen.nl het samen.

Op 17 februari besloot de EU een nieuwe militaire missie op te tuigen, die te water en in de lucht toezicht wil houden op het wapenembargo voor Libië, ter vervanging van de oude Sophia-missie. De Nederlandse grondhouding tegenover de missie is ‘constructief’, aldus minister van Buitenlandse Zaken Blok.

Prematuur

De kans is aanzienlijk dat Nederland, net als in 2015 toen Sophia werd gelanceerd, pas later bij de operatie kan aanhaken. Defensie laat weten dat het prematuur is om over de Libië-missie te spreken, omdat nog niet duidelijk is welke capaciteit wordt gevraagd. In algemene zin, zegt een woordvoerder van het ministerie, is de focus bij Defensie verlegd naar ‘herstel van de krijgsmacht’ en ook van wars of choice naar wars of necessity. Voor tijdelijke deelname aan de Hormuz-missie moest een fregat aan een Navotaak worden onttrokken.

Het Nederlandse beeld past in een breder Europees patroon van beperkte capaciteit, die de ambities op veiligheidsgebied frustreert. Zo kwam Frankrijk na maanden planning niet verder dan een Europese mini-missie in de Straat van Hormuz. Deze bestaat uit een Frans en een Nederlands fregat (dat zal worden afgelost door een Deens fregat) en een handvol stafofficieren uit andere landen.

Oud-Navo-chef Jaap de Hoop Scheffer noemt de Hormuz-missie ‘een hele magere’ coalition of the willing. ‘Er zijn niet zoveel veren om voor de mond weg te blazen.’ Ook Nick Childs van het International Institute for Strategic Studies in Londen spreekt van een ‘heel beperkte Europese missie’ in Hormuz. ‘Er zijn nog heel wat schepen, maar Europese marines kunnen na al die bezuinigingen niet snel meer reageren. Het is heel moeilijk die jarenlange trend om te buigen', zegt Childs. ‘Tegelijkertijd zijn marines veel drukker geworden. Naast antipiraterij is er de terugkeer van de competitie tussen grootmachten, met China en Rusland. Iran is daar onderdeel van en dat is heel wat anders dan piraten.’

Sahel en Mali

Een derde operatieterrein waar beperkte capaciteit en politieke wil de Europese ambities temperen, is de Sahel. Frankrijk kondigde vorige maand een versterking aan van de 5500 man sterke macht met 600 militairen – grote aantallen voor een Europese krijgsmacht. De Duitsers hebben circa duizend militairen in Mali, maar het recente Franse initiatief krijgt nog weinig steun. Zweden heeft tot dusver 70 militairen toegezegd.

Parijs en Den Haag steggelen al maanden over het opnieuw sturen van ‘enkele tientallen militairen’ naar Mali. Eerst wilden de Fransen dat Nederland militaire adviseurs zou sturen die het Malinese leger in het veld zouden bijstaan. Dat stuitte op Haags verzet. Niettemin wordt binnenkort een kleine Nederlandse bijdrage aangekondigd, die vooral van symbolisch belang is.

 Ben Bekkering in 2013. Beeld AFP
Ben Bekkering in 2013.Beeld AFP

Interview vice-admiraal Ben Bekkering

Tot afgelopen zomer diende vice-admiraal Ben Bekkering (59) als militair vertegenwoordiger bij de Navo en EU. Hij kent de militaire beperkingen van de Europese bondgenoten als geen ander en beschouwt de geringe steun voor de Hormuz-missie als een uiting daarvan.

Frankrijk wilde een Europese vuist maken in de Golf. Het eindigt met twee fregatten. Hoe kan dat?
‘Als je kijkt naar Europese landen, dan kom je op dertien landen die fregatten hebben, de rest niet. En van die dertien heeft een aantal landen de nodige uitdagingen. Zo zitten Spanje en Italië tot over hun oren in de antipiraterij-missies en taken op de Middellandse Zee. Kleinere maritieme landen, zoals Portugal, Polen en België hebben elk 2 tot 4 fregatten, waardoor ze eigenlijk weinig flexibiliteit meer hebben.’

‘Kortom, die fregatten zijn er gewoon niet. Ook de Duitse marine draagt niet met schepen bij. Dat kan liggen aan geringe politieke bereidheid, maar ook aan materiële problemen. En nu het Verenigd Koninkrijk weg is, blijft er een mager lijstje over. Dan kom je vanzelf uit bij Nederland.’

In theorie beschikken EU-landen over een grote vloot.
‘De vorige hoge vertegenwoordiger van de EU, Federica Mogherini zei: we hebben honderd fregatten. Op papier misschien wel, maar als je de politieke bereidheid, militaire geschiktheid en personele en materiële gereedheid van schepen ervan aftrekt, hou je er aanmerkelijk minder over, zeg zo’n 30 tot 40 stuks. En als je dan ook voor langere tijd op een locatie wilt blijven, moet je het beschikbare aantal uitsmeren. Daarbij speelt het 1-op-4 systeem: eentje is in diep onderhoud, de andere drie rouleren: eentje daar, eentje thuis en eentje gereed om te gaan.’

‘En die moet je verdelen over de taken die de politiek opdraagt. Voor Nederland zijn dat bijvoorbeeld aanwezigheid in de West, deelname aan de permanente Navo-eskaders, en dan nu dus de missie rondom de Straat van Hormuz. Je loopt dan uit de aantallen. Als de Tweede Kamer vraagt om ook mee te doen aan een nieuwe missie in de Middellandse Zee, ben ik bang dat we dat niet meer redden.’

De politieke steun voor de Hormuz-missie is ook niet reusachtig.
‘Er zijn nu twee landen die deelnemen met schepen, en nog vijf landen die de missie in Hormuz politiek steunen, maar waar zijn die andere EU-landen? Het westelijk deel van de Indische Oceaan is een groot geopolitiek speelterrein. Moet je daar als Europa niet een vorm van permanente, maritieme aanwezigheid hebben? En zou dat niet unaniem door EU-landen zo gevoeld moeten worden?’

Meer over