REPORTAGE

Nederlandse Dansdagen: meer dan alleen jonge virtuoze lijven

Dans is meer dan alleen jonge virtuoze lijven. Zo bleek tijdens de Nederlandse Dansdagen in Maastricht.

Mirjam van der Linden
For All We Know vna Andrea Lein en Linda Friesen Beeld Jochem Jurgens
For All We Know vna Andrea Lein en Linda FriesenBeeld Jochem Jurgens

Winkelcentrum Mosae Forum in Maastricht ligt er nog slaperig bij, zaterdagochtend om tien uur. Alleen in de pop-upstore van de Nederlandse Dansdagen is het druk. Voor twee euro per stuk kun je vijf dansjes 'kopen', gemaakt door duo's van choreografen en modeontwerpers. Het is een typisch project voor deze festivaleditie: los van de grote programma's in de theaters, die de highlights van het afgelopen seizoen tonen, zijn er verspreid over de stad talloze kleine nieuwe projecten te zien. Deze 'alternatieve' route geeft het weekend een eigenzinnige touch.

De dansmode 'clash' Distinguished Dreams is knisperfris en bewijst dat kleding dans echt inhoudelijk kan sturen of versterken. Verstopt in een elastische cocon kan een lichaam in beweging fantastisch sculpturale vlakken vormen in plaats van alleen maar lijnen. En een stel dat identiek beweegt en is gekleed - de kleren voorgehangen als bij papieren aankleedpoppen - straalt in alles kunstmatigheid en kopieergedrag uit. Een gruwelijk beeld, ziekte van deze tijd. Ook terug te zien in een choreografie waarbij de dansers aan elkaar zijn geketend door middel van stof en zo worden gedwongen de ander te spiegelen.

Behalve met mode ging dans aan de haal met ouderdom en gender. Ook die thema's gaan in essentie over identiteit en de zeggingskracht van het lichaam. Kleding, leeftijd, zogenaamd typisch mannelijk en typisch vrouwelijk gedrag en uiterlijk: daar wordt veel mee gezegd en aan afgelezen. Identiteit en lichaam zijn niet snel expliciet onderwerp in de dans, terwijl dans toch zo'n fysieke expressievorm is. Eerder in de performancekunst, waarschijnlijk omdat die conceptueler is ingesteld. Festivaldirecteur Peggy Olislaegers is een pleitbezorger van zo veel mogelijk dwarsverbanden. 'Hoe kan dans nog beter resoneren in de maatschappij? Welke contexten kun je als dansmaker omarmen?'

Zo'n context is bijvoorbeeld het museum. In anderhalf uur glijdt een gespierde man, Jordi Cortés, de vier trappen in het Bonnefantenmuseum af. Onderweg verliest hij zijn hooggehakte schoenen, fluwelen jurk met split en tenslotte ook zijn tangaslip. Beelden verdringen elkaar, van een treurige travestiet, een femme fatale, een stoere bodybuilder, een geile faun, een kwetsbaar mens. Geweldig gedaan, hoewel niet het meest origineel als we het hebben over gender.

Vrijer gedacht is de enorme, telkens van vorm veranderende en daardoor niet te duiden luchtzak die door een zaaltje tuimelt, met daarin lang onzichtbaar danser Connor Schumacher, die soms wat terugzegt tegen het opgewonden publiek. Of de kinderen met blokfluit die, zoet en subtiel, zand tot een bergje blazen en zo een lange neus maken naar de ontdekkingsreizigers van weleer, heldhaftige mannen natuurlijk.

Dans is jonge virtuoze lijven. In de serie (OLD)Fashion(ed) gaan wederom duo's van choreografen en modeontwerpers hier tegenin, met niet-getrainde senioren en geïnspireerd door oude ambachten. Toon de naakte bejaarde met zijn perkamenten, 'papiergeschepte' huid: dat is snel scoren. Gelukkig zijn er ook creatievere geesten. Andrea Leine en Linda Friesen ontroeren met vrouwen in van stro gevlochten kleding die fier zichzelf zijn, eenvoudig bewegend op muziek van Nina Simone. In de hal van Museum aan het Vrijthof showen ze tot slot, bijna allemaal, een kinderfoto. In dat ene gebaar zit een heel leven, en meer.

Meer over