Nederlands beste duizend foto's

Nederland, de 1000 beste foto's, is de wat ongelukkige titel voor het prachtige boek dat is samengesteld uit de archieven van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Een beetje ongelukkige titel, omdat er alleen foto's in staan die gemaakt zijn tot 1980 en we inmiddels dertig jaar verder zijn. Ook niet zo gelukkig, oké pietluttig, omdat 'de duizend beste foto's' niet bestaan; wel 'de beste duizend'.


Ook zo'n slogan is altijd discutabel. Maar dat doet niets af aan de hoge kwaliteit van de foto's, en het mooie ritme waarin zij, groot en klein, in kleur en zwart-wit, worden gepresenteerd. Niet chronologisch, maar in een volgorde die volop ruimte biedt voor beeldrijm en visuele grapjes.


Talrijke grote namen duiken op in het boek; Ed van der Elsken, Frits Rotgans, Aart Klein, Dolf Kruger, Bob van Dam; fotografen die de naoorlogse wederopbouw en het ontpoppen van de welvaartstaat zichtbaar hebben gemaakt in eigenzinnig, vaak optimistisch getoonzet en energiek werk.


Dat zij veelvuldig in het boek voorkomen heeft er vooral mee te maken dat ze niet meer leven, of hoogbejaard zijn. Hun archief werd overgedragen aan het fotomuseum, en uit dat werk werd het boek samengesteld. Fotografen van de jonge generaties, die het hedendaagse Nederland vastleggen, zullen hun oeuvre nog niet afstaan. Zij moeten immers leven van de verkoop uit hun archief.


De strenge, naar abstractie neigende zwart-witfoto's van grote bouwprojecten (Philips hoofdkantoor Eindhoven, de immense Deltawerken) van Aart Klein. Het lieflijke, grasgroene Noord-Holland met koeien in een mistig weiland, zwanen in de sloot en een vrijend paartje in de tuin in Edam van Ed van der Elsken. De rauwe reportagefoto's van Peter Martens over de asociale woonomstandigheden van immigranten in Rotterdam. De verdwenen plattelandsidylle van korenschoven en melkbussen die Cas Oorthuys nog net op tijd vastlegde. Al die onderwerpen van een maakbaar, al met al veilig, en in maatschappelijk opzicht - ondanks enkele misstanden - redelijk functionerend Nederland komen ruimschoots aan bod.


Er is ruimte voor verbazing: de enorm armoedige aanblik van de Amsterdamse Jordaan, waar een jochie in een lantaarnpaal is geklommen om weg te blijven van de scherpe tanden van een bijtmachine vermomd als hond (een foto van Oscar van Alphen). Er is plek voor alle artiesten en kunstenaars die de jaren zestig bepaalden: van Jules Deelder met een beginnend afrokapsel op de Hippy Happy beurs voor Twinies in 1967, tot de schrijver W.F. Hermans, voor een speciale gelegenheid in Wehrmacht-uniform gestoken, als een quasi volleerd nazi-adept streng, medogenloos vanonder de klep van zijn pet glurend.


Karel Appel, Lucebert, de Blue Diamonds, kunstschaatster Sjoukje Dijkstra, hoog boven het ijs van Davos zwevend, Johan Cruijff, Donald Jones, Gerard Reve (een dame in de billen knijpend), Nina Hagen en Herman Brood (op de set bij de opnamen van de film Cha Cha), Prins Bernhard, de vorstinnen Juliana en Beatrix, tv-personality Ted de Braak, de komiek Dorus en de jonge Joop den Uyl zijn slechts enkele van de honderden Nederlanders wier namen voor de een onversneden nostalgie en voor de ander echo's uit een snel vervagend verleden vormen.


Meer over