Nederland rijp voor zelfbeschikking?

De partijen die vorig jaar bij het referendum tegen de Europese Grondwet waren, hebben nu bij de verkiezingen gewonnen: SP, Wilders, ChristenUnie, terwijl de partijen die toen voor waren nu hebben verloren....

Dat is geen toeval. Begin jaren zestig speelde in Nederland de discussie of de Papoea’s rijp waren voor zelfbeschikkingsrecht, en nu krijg je soms de indruk dat wordt gevonden dat het Nederlandse volk dat nog niet is. Je ziet dat bijvoorbeeld op sociaal-economisch terrein: er wordt gesproken over ‘noodzakelijke hervormingen’, en niet te stoppen ‘vooruitgang’.

Daarmee heeft men de terminologie overgenomen van de oude marxisten: volgens Marx was wetenschappelijk aangetoond welke kant de geschiedenis zou opgaan, en kon je maar twee dingen doen: meewerken of tegenwerken. Uit die gedachte komt ook de terminologie ‘progressief’ tegenover ‘conservatief’: een progressief wil de onafwendbare verandering bespoedigen, een conservatief houdt oude vormen en gedachten in stand.

In werkelijkheid is het idee van een onafwendbare vooruitgang misplaatst. Politieke keuzen bestaan echt. Het is een keuze of je het hypotheekrentesysteem zoals Nederland dat kent, zo wilt handhaven. Die keuze bevoordeelt gevestigde huizenbezitters meer naarmate ze rijker zijn. Als twee mensen een even duur huis hebben met een even hoge hypotheek, dan krijgt degene met het hogere inkomen meer staatssteun voor zijn aankoop dan degene met een lager inkomen. Geen land in de wereld heeft dat systeem, en elders bestaan ook functionerende woningmarkten. Een eventuele verandering moet geleidelijk gaan, om de woningmarkt niet te verstoren, maar het is onzin dat er geen keuze is. Het gaat om een belangenafweging, waarbij de VVD de belangen van de huizenbezitters bewaakt.

Zo is het ook een keuze op welk niveau je de sociale zekerheid houdt, hoeveel geld je uitgeeft aan onderwijs, hoe solidair je de gezondheidszorg maakt. De Amerikaanse samenleving werkt, maar er zijn in de VS wel meer gevangenen en meer daklozen, er is meer armoede, meer kindersterfte dan hier. Dat zijn keuzen. Je kunt voor zijn of tegen, maar je kunt niet zeggen dat het ene vooruitgang is en het andere niet.

In een democratie hebben volksvertegenwoordigers de taak de kiezers te vertegenwoordigen. Daar kunnen velen in Den Haag maar moeilijk aan wennen. Ik ben geen VVD-stemmer, maar Rita Verdonk heeft natuurlijk een punt dat de op haar uitgebrachte voorkeurstemmen een duidelijke uitspraak van de kiezers vormen. Als ik met nog twee miljoen mensen op Nebahat Albayrak had gestemd, zou ik ook graag zien dat die tot partijleider werd gekozen.

In feite heeft Verdonk een procedurefout gemaakt door ermee akkoord te gaan dat de VVD-fractie haar voorzitter koos nog voordat de voorkeurstemmen waren geteld. In elke normale situatie zou Mark Rutte natuurlijk terzijde zijn getreden ten gunste van zijn fractiegenote. Het probleem is dat de VVD-top een gloeiende hekel aan Verdonk heeft. Prima, maar dan hebben ze wel een probleem gecreëerd door haar op de VVD-lijst te zetten. Nu heeft de kiezer gesproken.

Deze week verscheen een brandbrief van oud-ministerOnno Ruding (Forum, 28 november). De strekking was dat onze politici niet moeten talmen en de essentie van de Europese Grondwet met kracht moeten invoeren. De richting waarin de geschiedenis gaat, is volgens hem duidelijk: meer eenwording van Europa.

Toch is dat ook een keuze. Rationeel zou zijn om bestuursniveaus te zoeken die zo veel mogelijk samenvallen met het beste niveau om problemen aan te pakken. En dan zijn er best zaken die Europees zijn (verontreiniging van de Rijn, overbevissing van de Noordzee), maar veel zaken zijn mondiaal (Kyoto, terrorismebestrijding) of transatlantisch(NAVO-missies), en veel zaken kunnen beter nationaal. Deze week bleek PvdA-europarlementariër Dorette Corbey te wensen dat Europa een verbod instelt op McDonald’s-Happy Meals, flippo’s in chips, en chocolade-eieren met een speeltje erin. Jules Maa-ten van de VVD vindt dat ouders dat zelf mogen weten. Maar geen van beiden denkt kennelijk nog aan het signaal dat hun kiezers over Europa hebben gegeven.

Nog even los van de vraag of de overheid wel of niet de taak heeft flippo’s in chips te verbieden, ook als je daar wel een taak voor de overheid ziet: waarom zou dat een Europese overheid moeten zijn? Dat kan elk land toch zelf beslissen? Als de Tweede Kamer tegen flippo’s is, maar in Slovenië zijn ze ervoor, waarom zou Brussel dat dan aan Slovenië moeten dicteren? Hebben die politici wel het idee dat ze hun kiezers vertegenwoordigen, of vertegenwoordigen ze slechts de actiegroep Brussel vooruit?

Zo dooft de politieke veenbrand nooit.

Meer over