Analyse

Nederland moet fors meer doen op klimaatgebied. En de doelen kan het deels niet zelf bepalen

Het huidige, demissionaire kabinet onderschat structureel wat nodig is om de nationale klimaatopgave te realiseren. Bovendien zijn de Nederlandse klimaatdoelen alweer achterhaald, de EU wil meer doen en Nederland moet mee. Voor welke opgave staat het volgende kabinet?

In de Utrechtse wijk Terwijde hebben sommige bewoners zonnepanelen, maar bij lange na niet allemaal. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
In de Utrechtse wijk Terwijde hebben sommige bewoners zonnepanelen, maar bij lange na niet allemaal.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Er zijn weinig dingen waar VVD’er Ed Nijpels zo het zuur van krijgt als de kreet ‘haalbaar en betaalbaar’. De voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord heeft het zijn partijleider Mark Rutte vaak horen zeggen: het kabinet is vóór een robuust klimaatbeleid, mits het haalbaar en betaalbaar blijft. Dilan Yesilgöz, sinds deze zomer staatssecretaris voor Klimaat en Energie, lag als Tweede Kamerlid eenzelfde mantra in de mond bestorven. Als klimaatwoordvoerder van de VVD herhaalde ze constant dat het beleid ‘betaalbaar en behapbaar’ moest zijn.

Nijpels kan er met zijn verstand niet bij. Rutte en Yesilgöz impliceren hiermee dat ze voorwaarden kunnen stellen aan het voeren van klimaatbeleid. Een gotspe, vindt de vroegere partijleider van de VVD. ‘Of het klimaatbeleid haalbaar is, is politiek helemaal niet aan de orde. Die vraag gaat voorbij aan het feit dat de klimaatdoelen juridisch afdwingbare opgaven zijn. Je kunt als politicus dus niet zeggen: we doen het alleen als het haalbaar en betaalbaar is. Nederland is wettelijk verplicht het Urgenda-vonnis te eerbiedigen en uiterlijk in 2050 naar netto nul procent uitstoot te gaan. Die doelen móéten gewoon gehaald worden.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Zoals het er nu voorstaat, gaat dat niet gebeuren. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) presenteerde donderdag zijn jaarlijkse doorrekening van het Nederlandse klimaatbeleid. Het instituut becijfert dat de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 tussen 38 en 48 procent lager zal zijn dan in het referentiejaar 1990. Het (streef)doel in de Klimaatwet is 49 procent. Het huidige kabinetsbeleid volstaat dus niet om dat doel te bereiken. Het PBL heeft de 6,8 miljard euro aan extra klimaatsubsidies die het demissionaire kabinet op Prinsjesdag aankondigde nog niet meegerekend, maar die gaan het cruciale verschil waarschijnlijk niet maken.

Wel zijn de vooruitzichten een stuk beter dan vorig jaar. Toen dacht het PBL nog dat Nederland niet verder zou komen dan 30 tot 40 procent CO2-reductie. De aanvullende maatregelen die het kabinet sindsdien heeft genomen maken volgens de rekenmodellen veel verschil.

Veestapel

Sinds 1 januari moeten industriële bedrijven met een hoge broeikasgasuitstoot belasting betalen als hun emissies een bepaalde grens overschrijden. Het kabinet (en dan vooral VVD en CDA) wilde de maatregel in eerste instantie niet invoeren, uit angst dat zulke beprijzing bedrijven de grens over zou jagen. Omdat de doorrekening van het eerste klimaatpakket begin 2019 uitwees dat de klimaatdoelen zonder die CO2-heffing bij lange na niet gehaald zouden worden, ging het kabinet toch overstag.

Die financiële sanctie op een deel van de uitstoot is bijzonder effectief, stelt het PBL. De geraamde uitstoot van de Nederlandse industrie zal door deze maatregel dicht bij het voor 2030 gestelde doel komen. Ook de verhoogde subsidies voor bedrijven die investeren in verduurzaming van hun productieproces dragen daaraan bij.

De andere vier sectoren uit het Klimaatakkoord boeken daarentegen veel te weinig vooruitgang. Met name de emissiebeperkingen van woningen en kantoren en die van de landbouw schieten totaal niet op. Het verduurzamen van woningen blijkt duurder en ingewikkelder dan gedacht en aan inkrimping van de veestapel durfde het kabinet zijn vingers niet te branden. Tenzij het volgende kabinet hier bijstuurt, zal de broeikasgasuitstoot in deze sectoren amper dalen.

De verwachte uitstootdaling in de elektriciteitssector is sterk afhankelijk van externe factoren waar de Nederlandse regering weinig invloed op heeft, waarschuwt het PBL. Dat zijn onder andere het weer en de ontwikkeling van de gas- en kolenprijzen.

Tandje erbij

Ook de uitstoot van het wegverkeer zal te weinig dalen, denkt het PBL. Hoewel elektrische auto’s in Nederland aan populariteit winnen, gaat die opmars niet snel genoeg. Bij ongewijzigd beleid zal slechts 41 procent van de verkochte nieuwe auto’s in 2030 emissieloos zijn, terwijl het kabinet 100 procent als doelstelling heeft. In het Prinsjesdag-pakket zit weliswaar een forse subsidieverhoging voor de aankoop van elektrische auto’s, maar ook op dit vlak zal het nieuwe kabinet een tandje moeten bijzetten.

Nederland heeft in 2020 waarschijnlijk wel aan het Urgenda-arrest voldaan, maar dat is deels te danken aan puur geluk. De door de Hoge Raad opgelegde 25 procent emissiereductie is met de hakken over de sloot gehaald dankzij onder andere de coronacrisis. Door het verplichte thuiswerken nam het wegverkeer vorig jaar sterk af. Het kabinet had ook het geluk dat een van de drie grote kolencentrales door onderhoud en storingen maanden buiten bedrijf was en dat de andere twee vanwege marktomstandigheden minder kolen stookten dan geraamd. Ook was het landelijk gasverbruik in de eerste maanden van 2020 lager dan normaal, met dank aan een uitzonderlijk warme winter.

Het Urgenda-arrest geldt niet alleen voor 2020, maar ook voor alle jaren erna. Nu de economie zich herstelt van de coronacrisis gaat de landelijke broeikasgasuitstoot weer omhoog. In 2021 zal het CO2-reductiepercentage tussen de 19 en 24,5 procent uitkomen, voorspelt het PBL. Dat is dus lager dan de Hoge Raad toestaat. Of de uitstoot in de jaren daarna wel voldoende zal dalen, is ook al onzeker. Tot en met 2025 riskeert Nederland een overtreding van het Urgenda-arrest. Het staande klimaatbeleid schiet ook in dat opzicht tekort.

De Raad van State, die het klimaatbeleid van het kabinet jaarlijks toetst, is dan ook ontevreden over de uitkomsten van de nieuwe PBL-doorrekening. Net als Nijpels ergeren de staatsraden zich aan de term ‘haalbaar en betaalbaar’. In hun advies aan het kabinet schrijven ze: ‘Er zijn nú extra structurele maatregelen nodig. Daarbij moeten substantiële keuzes worden gemaakt waarover helder wordt gecommuniceerd. Dat is van belang om de samenleving op die keuzes voor te bereiden en draagvlak te creëren. Door het kabinet eerder gebezigde formuleringen als ‘haalbaar en betaalbaar’ kunnen daaraan in de weg staan doordat de indruk kan worden gewekt dat er niets ingrijpends hoeft te gebeuren.’

. Beeld .
.Beeld .

Steevast onderschat

Het kabinet onderschat structureel wat nodig is om de nationale klimaatopgave te realiseren. Daarin is Nederland niet uniek. Volgens Pieter Boot, sectorhoofd Klimaat van het PBL, ligt geen enkel EU-land op schema om de zelf geformuleerde klimaatdoelen voor 2030 te halen. ‘De ene regering stelt hogere doelen dan de andere, maar ze lopen allemaal minstens 10 procent achter op hun eigen ambities.’

Dat komt doordat er te veel wensdenken in het klimaatbeleid zit, concludeerde begin dit jaar een studiegroep onder leiding van Laura van Geest, voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. Regeringen lopen voortdurend achter de feiten aan, want politici stellen de impopulaire besluiten waarom het klimaatbeleid vraagt uit tot na de volgende verkiezingen. In het rapport Bestemming Parijs schrijft de studiegroep: ‘De pijn moet nu worden geleden, terwijl de baten van het beleid pas in de toekomst zichtbaar worden. Dit kan leiden tot uitstel van beleidsvorming. De ervaring leert dat het politiek verleidelijk is om nu niet méér te doen dan strikt noodzakelijk lijkt, en de cijfers optimistisch te interpreteren.’

Het VN-milieuagentschap Unep constateerde dinsdag al dat de klimaatplannen van de grote industrielanden bij lange na niet voldoende zijn om de opwarming van het klimaat binnen de perken te houden. Om de gestelde doelen te halen zouden regeringen eigenlijk het worstcasescenario in de emissieramingen als uitgangspunt moeten nemen. En niet het meest rooskleurige scenario, wat nu meestal gebeurt. Vanwege het ingebakken optimisme krijgen regeringen de komende jaren waarschijnlijk meer tegenvallers dan meevallers te verwerken.

Ondertussen zijn de Nederlandse klimaatdoelen (49 procent CO2-reductie in 2030, 95 procent in 2050) alweer achterhaald. De Europese Unie heeft dit jaar namelijk de doelpalen verschoven. Het Europese klimaatdoel voor 2030 is verhoogd naar 55 procent uitstootvermindering. Twintig jaar daarna moet de hele EU, dus ook Nederland, klimaatneutraal zijn (netto nul procent uitstoot). Dit zijn geen streefdoelen, maar wettelijke verplichtingen.

Extra inspanning

Voor Nederland betekent dit dat de gezamenlijke uitstoot van woningen, kantoren, verkeer, landbouw en kleine industrie nog 7 procent méér omlaag moet dan in het Klimaatakkoord staat. Dat vergt dus nog een extra inspanning, bovenop de extra inspanning die nodig is om aan het Klimaatakkoord te voldoen. In het kader van de Green Deal wil de Europese Commissie bovendien de ambities voor hernieuwbare energie en energiebesparing flink verhogen. Ook op dat vlak zou Nederland dan moeten bijplussen. Zo zou het landelijk energieverbruik nog 43 procent meer moeten dalen dan nu is gepland.

Staatssecretaris Yesilgöz bereidt een aanpassing van de Klimaatwet voor om die in lijn te brengen met de ambitieuzere Europese doelen. In een reactie op de PBL-doorrekening erkent ze dat het Nederlandse klimaatbeleid aangescherpt moet worden. Besluiten over concrete maatregelen laat ze echter over aan de formatietafel en/of een nieuw kabinet.

Noodkreet Energieagentschap: rijke landen schieten tekort

De grootste en rijkste landen moeten tijdens de komende top in Glasgow laten zien dat ze zijn veel meer geld willen steken in duurzame technologieën. Gebeurt dat niet, dan is een beperking van de opwarming van de aarde met maximaal 1,5 graad Celsius onhoudbaar, zei directeur Fatih Birol van het Internationale Energieagentschap IEA donderdag.

Birol sluit zich met zijn noodkreet aan bij recente onheilstijdingen van andere klimaatinstanties.

Het IEA ziet de afgelopen maanden weliswaar een toename van de bestedingen aan duurzame energie, maar dat is veel te weinig om de doelen te halen. Met name rijke landen schieten tekort als het gaat om hulp aan opkomende landen om hun economieën te vergroenen. Daardoor vertaalt de recente economische groei zich in een steeds sneller stijgende CO2-uitstoot. Het IEA vreest dat de groei van het broeikasgas dit jaar de op een na grootste ooit wordt.

Slechts 3 procent van alle uitgaven die overheden hebben gedaan om hun economieën langs een covidrecessie te loodsen, ging naar hernieuwbare energie. IEA adviseerde de wereld vorig jaar om de komende drie jaar 859 miljard euro te besteden aan groene energie. Daarvan is tot nu toe 470 miljard toegezegd, zo’n 40 procent van wat er volgens het agentschap nodig is.

Door de snel groeiende wereldeconomie is de zucht naar fossiele brandstof zo groot dat er tekorten ontstaan en de prijzen van gas, olie en elektriciteit sterk gestegen zijn. Dat heeft extra nadelige gevolgen voor het klimaat; zo verhoogde China onlangs de productie van steenkool weer en gingen de kolencentrales in het land op volle kracht om energietekorten te bestrijden

Meer over