Analyse

Nederland moet compleet op de schop om klimaatneutraal te worden

In Windpark Jaap Rodenburg in Almere is begonnen met de aanleg van nieuwe windturbines. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
In Windpark Jaap Rodenburg in Almere is begonnen met de aanleg van nieuwe windturbines.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Om volledig klimaatneutraal te zijn in 2050 is in Nederland, naast windparken en zonne-energie, een heel nieuw energienet nodig. Dat vraagt enorme investeringen, blijkt uit een rapport van de Nederlandse netbeheerders dat donderdag verschijnt. ‘We moeten geen tien jaar wachten. Dan komen we er niet’, lichten twee netbeheerders en de Gasunie toe.

Het is februari 2050. Nederland heeft een jaar eerder de laatste gascentrale omgebouwd, zodat deze nu op CO2-vrije groene waterstof draait. De meeste stroom komt vanaf uitgestrekte windparken op de Noordzee en vanaf onafzienbare zonnevelden op het land en in het IJsselmeer. Eindelijk is het zover: de economie van de BV Nederland draait volledig klimaatneutraal.

Een huzarenstukje, waar de afgelopen dertig jaar hard aan is gewerkt. Overal in het land zijn nieuwe hoogspanningslijnen verschenen om alle stroom van land en zee te transporteren. Daarmee worden huizen verwarmd, elektrische auto's en trucks ‘getankt’. Het oude gasnet, waar aan het begin van de eeuw Gronings gas doorheen stroomde, is omgebouwd naar een wijdvertakt waterstofnet. Zoutcavernes in Groningen worden gebruikt om overtollig waterstofgas in op te slaan, als wintervoorraad wanneer er weinig zon en soms weinig wind is, om het handjevol resterende energiecentrales op te laten draaien.

Mega-operatie

Nederland is klimaatneutraal. Hoe zijn we daar gekomen? Misschien wel dankzij een rapport dat donderdag 29 april 2021 is verschenen. In dit rapport schetsen de regionale netbeheerders, Tennet en Gasunie wat er nodig is om het land over drie decennia CO2-vrij te hebben.

Er is veel nodig. Heel veel: 3,5 tot 4,5 miljard euro per jaar. Elk jaar opnieuw. Stroomnetten moeten verzwaard, een op de drie straten moet open en vanaf zee moeten nieuwe hoogspanningsleidingen worden aangelegd en grondstations gebouwd. Het oude gasnet moet geschikt gemaakt voor waterstof, een operatie die jaren vergt en honderden miljoenen kost.

We weten ongeveer wat er moet gebeuren om Nederland klimaatneutraal te krijgen. Maar wat er precies gedaan moet worden, is onduidelijk. Daarvoor is deze studie gedaan, die aan de hand van vier scenario’s schetst hoe Nederland in 2050 het doel kan bereiken.

Welk scenario het beste is, bepalen politiek en de samenleving, aldus de ceo’ van Tennet (Manon van Beek), Gasunie (Han Fennema) en Stedin (Marc van der Linden). ‘Maar we moeten wel nu aan de slag. Anders lukt het niet.’

Manon van Beek, bestuursvoorzitter Tennet. Beeld Babet Hogervorst
Manon van Beek, bestuursvoorzitter Tennet.Beeld Babet Hogervorst

De to-dolijst is bijna oneindig: meer en dikkere stroomkabels, een landelijk waterstofnetwerk, opslag van waterstof in zoutcavernes, opslag van CO2. Er is gebrek aan ruimte, gebrek aan personeel. Er zijn vele miljarden nodig en alles moet ook nog eens veel sneller dan nu. Wie het rapport leest, zou bijna moedeloos worden.

Fennema (Gasunie): ‘Als je sceptisch bent over de energietransitie, moet je niet in deze sector werken. Er moet inderdaad ongelooflijk veel gebeuren. Maar het kan.’

Van Beek (Tennet): ‘Er zijn inderdaad grote knelpunten. Maar als we langer wachten, worden ze groter en zijn sommige misschien niet meer op te lossen. Daarom moeten we nu beginnen.’

De energietransitie is nog maar net begonnen en nu al kan het stroomnet de toevloed van groene stroom bijna niet aan. Overal in het land kampen producenten van duurzame stroom met wachttijden om aangesloten te worden op het stroomnet. Bent u wel opgewassen tegen de taak?

Van Beek: ‘We hebben het afgelopen jaar 3,5 miljard euro geïnvesteerd, een record. Tussen 2030 en 2050 zal Tennet nog eens 30 miljard investeren. We staan aan het begin, maar zijn op schema.’

Is dat zo? Er liggen 140 aansluitverzoeken van grote windparken en zonnevelden; vorig jaar zijn er vijf gerealiseerd. In dit tempo duurt het dertig jaar. We lopen nu toch al hopeloos vast?

Van Beek: ‘We zijn voor de komende tien jaar alleen maar records aan het voorbereiden. Het moet sneller inderdaad.’ Maar om te kunnen versnellen, zegt Van Beek, moet de politiek een besluit nemen welke kant het opgaat. Dit rapport moet daarbij helpen.

Van der Linden van Stedin had liever gezien dat het rapport er was geweest voordat het Klimaatakkoord gesloten werd. Dan had er beter gepland kunnen worden waar Nederland zijn zonneparken wil hebben, waar de windparken moeten komen, en in welke volgorde. ‘Maar het rapport was er niet eerder’, zegt Van der Linden. Dus moet er geroeid met de riemen die er zijn.

Marc van der Linden CEO Stedin. Beeld Sicco van Grieken
Marc van der Linden CEO Stedin.Beeld Sicco van Grieken

Een gevolg is dat er door lokale bestuurders nu vooral zonneweides worden gepland in achterafgebiedjes, ver van het hoofdnet. Dat maakt de energietransitie complex en duur. Moet de Rijksoverheid niet ingrijpen?

Van der Linden: ‘Netbeheerders gaan daar niet over. Wij kunnen alleen zeggen: als je kiest voor meer zonne-energie, wordt de infrastructuur duurder. Dat hoeft niet fout te zijn. Als we dit willen, laten wij zien dat het een miljard extra kost.’

De keuzes die we maken, hebben enorme consequenties voor de benodigde infrastructuur. En de aanleg daarvan vergt veel tijd. Van Beek: ‘Wij zijn al bezig met projecten voor 2031. Voor Tennet is 2030 morgen. We moeten daarom geen tien jaar wachten. Dan komen we er niet.’

De kosten zijn enorm: 3,5 tot 4,5 miljard per jaar. En dat elk jaar tot 2050. De stroomkosten verdubbelen bijna, blijkt uit het rapport. Is er wel genoeg draagvlak? Zijn burgers en industrie bereid meer te betalen?

Van der Linden: ‘Onze taak is laten zien wat het kost. Wat keuzes kosten. De energietransitie is niet gratis. Maar je krijgt er ook veel voor terug.’

Wat dan? De stroomrekening gaat omhoog, de leveringszekerheid wordt minder, andere landen doen minder, waarom moeten wij vooroplopen?

Van Beek: ‘We lopen niet voorop. Bij het Klimaatakkoord van Parijs stond geen voetnoot: tenzij het betaalbaar is. Het wordt duurder. Maar door de juiste keuzes te maken, kunnen we er nu voor zorgen dat het niet onnodig duur wordt.’

Fennema: ‘De miljarden die worden geïnvesteerd betekent ook: banen. Het geld blijft hier. Het levert hier werkgelegenheid op. De kennis die we opdoen, kunnen we exporteren. Ik baal nog altijd dat windmolens nu in Denemarken worden gemaakt. Doodzonde.’

Van der Linden: ‘Door duidelijk te kiezen weet de industrie: er komt een waterstofnetwerk. Het stroomnet kan de groeiende vraag aan.’ Door te investeren, blijft het vestigingsklimaat voor de industrie goed, zegt hij. ‘Dat levert indirecte werkgelegenheid op, minstens zo belangrijk.’

Nederland heeft ook een voordeel. Ons land heeft havens, toegang tot de Noordzee, we hebben al een uitgebreid gasnet, inclusief dikke transportleidingen voor waterstof naar het buitenland. We staan er goed voor, zeggen de netbeheerders en Gasunie. ‘In het buitenland wordt daarom weleens jaloers naar ons gekeken.’

Han Fennema CEO Gasunie Beeld
Han Fennema CEO Gasunie

Vier scenario’s naar een klimaatneutrale energievoorziening

Het rapport van de netbeheerders en Gasunie toont vier scenario’s voor een klimaatneutraal Nederland in 2050.

Scenario 1: Nederland wordt zelfvoorzienend in zijn energievoorziening. Alle energie die hier gebruikt wordt, wekken we zelf op. Met wind, met zon, met aardwarmte, misschien met kernenergie. Het land en de zee staan vol met turbines en zonneweides. Groot voordeel: Nederland is voor zijn energie niet afhankelijk van het buitenland. Nadeel: Nederland is veranderd in een groot energielandschap en een flink deel van de energie-intensieve industrie is vertrokken. Er moet erg veel in infrastructuur worden geïnvesteerd.

Scenario 2: Nederland wordt grotendeels zelfvoorzienend. De hoeveelheid energie-intensieve industrie blijft gelijk, maar grootverbruikers zoals kunstmestfabrieken moeten de productie met tweederde verlagen. Ook in dit scenario is veel wind op zee en land, veel zonneweides. Opgeslagen groene waterstof dient als ‘reservebrandstof’ in tijden van weinig zon en wind. Een deel van de energie wordt geïmporteerd, als stroom of als waterstof. Ook dit scenario vergt grotere investeringen in infrastructuur.

Scenario 3: Brussel neemt het voortouw met een komt met een EU-brede CO2-heffing. Om te voorkomen dat de industrie hier wordt weggeconcurreerd door bijvoorbeeld goedkoop staal uit landen buiten Europa, komt er een klimaatheffing op bepaalde producten. Er ontstaat een wereldwijde markt van waterstof, biomassa en groengas. Nederland speelt een sleutelrol in distributie van waterstof naar buitenland. Fossiele brandstof is niet in de ban, de CO2 die vrij komt wordt ondergronds opgeslagen.

Scenario 4: De hele wereld streeft CO2-doelen van het klimaatverdrag van Parijs na. Fossiele brandstoffen worden veel minder gebruikt en CO2 die nog wel vrijkomt, wordt opgeslagen. Er ontstaat een wereldwijde markt voor waterstof en biomassa.

[GRAFIEK DEZE KAN NAAR BOVEN IN DE TEKST, PAST GOED BIJ HET BEGIN]

Een ‘gemiddelde’ week in 2050

Als Nederland in 2050 klimaatneutraal is, leunt het land zwaar op energiebronnen die afhankelijk zijn van het weer. Als het waait en de zon schijnt, is er (veel te veel) stroom; als dat niet zo is, ontstaan tekorten. De vraag naar elektriciteit zal tegen die tijd veel groter zijn, omdat zowel de industrie als verwarming van woningen en vervoer zijn geëlektrificeerd. Daardoor zal de piekvraag twee keer zo hoog liggen als nu. Om de enorme verschillen tussen vraag en aanbod te overbruggen, moet veel energie worden gestoken in opslag, bijvoorbeeld in de vorm van waterstof, dat kan worden gebruikt als er geen wind en zon is.

Meer over