interviewhans leeflang

Nederland heeft een masterplan nodig, vindt ‘mister Vinex’ – en snel ook

Er is dringend een nieuw masterplan nodig, stelt planoloog Hans Leeflang in de laatste aflevering van de Volkskrantserie Wie bezit Nederland? Hoe gaan we het land klaarmaken voor de toekomst, dus klimaatneutraal, circulair, welvarend én fijn om in te wonen? 

Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Neem nou het ‘Wopke Wiebesfonds’, zegt Hans Leeflang. Het kabinet stelt de komende vijf jaar twintig miljard euro beschikbaar voor langetermijninvesteringen. Een enorme zak geld. ‘En je ziet wat er gebeurt: iedereen dient zijn projectjes in. Maar er zit geen plan achter.’

Wat geldt voor het Nationaal Groeifonds, gaat volgens Leeflang ook op voor de stikstofaanpak van het kabinet, voor de ontwikkeling van duurzame energie, voor de visie op kringlandbouw: het hangt als los zand aan elkaar. ‘Het wordt allemaal aangevlogen vanuit één thema. Er zit geen samenhang in.’

Terwijl daar juist dringend behoefte aan is, zegt de man die als planoloog het aanzien van ons land decennialang mede heeft bepaald. Nederland heeft een nieuw masterplan nodig, aldus Leeflang. Een visie op hoe we het land klaar maken voor de toekomst: klimaatneutraal, circulair, welvarend én fijn om in te wonen. Daar is haast bij geboden. ‘We hebben al een paar jaar voorbij laten gaan.’

Leeflang (69) was een van de architecten van de Vierde Nota, de laatste grote ruimtelijke ordeningsoperatie van Nederland in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij is ‘mister Vinex’: zijn naam zal voor altijd verbonden blijven aan de nieuwbouwwijken aan de rand van de stad. Daar is niet iedereen even enthousiast over, beaamt Leeflang die tegenwoordig zelf in een landelijk gelegen boerderij in de Achterhoek woont. ‘Maar voor alle Vinexwijken geldt dat de mensen die er wonen uiterst tevreden zijn.’

Maar Vinex was zoveel meer dan dat, benadrukt Leeflang. Het was ook een visie op de positie van Nederland in een globaliserende wereld. ‘Onze opdracht was: maak een toekomstagenda voor Nederland. Wat is de rol van opkomende economieën? Wat gaan India en China doen? Wat betekent dat voor de Rotterdamse haven? En Schiphol?’

Nederland Distributieland was een van de kernthema’s in de Vierde Nota. De Tweede Maasvlakte werd aangelegd, Schiphol kreeg een vijfde baan, de Betuwelijn kwam er, na veel verzet. Versterking van de steden was een ander zwaartepunt: ‘Want de nieuwe economie is in de dienstverlening en die zit in de stad.’ Maar ook Ruimte voor de Rivier hoorde erbij, met een dubbele doelstelling: bescherming tegen hoog water, maar zo dat het landschap er mooier van wordt.

Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Luchtfoto van de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Er zat optimisme in hun plannenmakerij, zegt Leeflang die in 1974 als jonge ambtenaar in dienst kwam van de toenmalige Rijksplanologische Dienst. ‘Maar het had ook iets bijna poëtisch: hoe mooi kan het worden. En we hebben het gemaakt. Je kunt ontwikkelingen sturen. Maar daarvoor moet je op de lange termijn durven denken en met samenhang.’ Dat is precies waar het volgens Leeflang nu aan ontbreekt.

De 20e eeuw was de eeuw van de planologie. Die begon met de ontginning van de ‘woeste gronden’ en de Woningwet van 1901 en mondde na de oorlog uit in een reeks nota’s ruimtelijke ordening die het land vorm gaven. Het open houden van het Groene Hart, het aanwijzen van groeikernen als Lelystad, Purmerend en Zoetermeer in de jaren zestig, de stadsvernieuwingsprojecten van de jaren tachtig, de bouw van de Bijlmer tot en met Vinexwijken als Leidsche Rijn: het zijn allemaal uitvloeisels van ideeën die aan de tekentafel zijn bedacht.

Waar komt die Nederlandse ordeningsdrift vandaan?

‘Wij zijn een kleine, dichtbevolkte Delta waarin we het samen moeten rooien. Water moet je ordenen, dat zit in onze cultuur. In het buitenland werd daar tegenop gekeken. De Nederlandse planologie staat internationaal hoog aangeschreven. Voor planologen is Nederland een walhalla omdat plannen hier ook echt worden uitgevoerd.’

Maar na de Vinex werd het stil. Er kwam nog wel een Nota Ruimte van het kabinet Balkenende II in 2005. Daarin werd afscheid genomen van centrale planning. Dat moest voortaan vooral decentraal gebeuren.

Waarom werd centrale planologie overboord gezet?

‘Een deel is wegbezuinigd. Het marktdenken heeft een rol gespeeld. Ook bestuurlijk veranderde er iets. Er kwam een nieuwe kreet in opkomst: “Je gaat erover of je gaat er niet over”. Simpel gezegd: de minister voor wegen is verantwoordelijk voor wegen. Ambtenaren die belast waren met milieu moesten hun mond daarover houden: bemoei je er niet mee. Dat werkte ook door in de verhouding van het Rijk met andere overheden zoals gemeenten en provincies.’

‘Dat heeft gezorgd voor verkokering. Alles wat samenhang organiseerde werd weggesneden. Vaart maken werd het devies. Korte termijn, sectoraal denken werd dominant. Het is de Toeslagenaffaire op het niveau van Ruimtelijke ordening.’

‘Door de marktwerking kreeg het bedrijfsleven meer macht. De bouw, de landbouw en de fossiele sector zijn institutionele lobbymachines die veel invloed hebben. Kijk naar het spel dat nu wordt gespeeld rond de polder Rijnenburg (waar Utrecht een Energielandschap wil realiseren met zonneparken en windmolens, red.). In de Tweede Kamer is een motie aangenomen om Utrecht te dwingen daar woningen te bouwen. Dat is het effect van de bouwlobby.’

Ministeries werken langs elkaar heen, zei Berno Strootman, scheidend Rijksadviseur voor het landschap onlangs in de Volkskrant. Het ministerie van Economische Zaken wil zijn doelstellingen voor duurzame energie halen. Als dat ten koste gaat van landbouwgrond zal ze dat een zorg zijn.

‘Natuurlijk wil minister Eric Wiebes zijn doelen halen. Duurzame energie: prima. Maar koppel daar een dubbele doelstelling aan. Toon aan dat met jouw plannen de regio er ruimtelijk ook op vooruit gaat. Daar moet je meer moeite voor doen, maar daarmee is een wereld te winnen.’

‘Nu worden overal zonneakkers aangelegd. Maar als je ziet hoeveel daken op huizen en stallen er zijn: daar zou je eerst naar moeten kijken. Dat moet je vanuit Den Haag aansturen. Hoe gaan we de knoppen zo zetten dat projectontwikkelaars geen kostbare landbouwgrond opkopen maar zonnepanelen plaatsen waar dat beter past: op daken en langs snelwegen bijvoorbeeld.’

Luchtfoto van IJburg, de vinexwijk in het oosten van de gemeente Amsterdam, gelegen aan het IJmeer. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Luchtfoto van IJburg, de vinexwijk in het oosten van de gemeente Amsterdam, gelegen aan het IJmeer.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Als het zo hard nodig is: waar blijft dat nieuwe Masterplan dan?

‘Ik weet dat oud-collega’s van mij daarmee bezig zijn geweest. Dat is politiek totaal niet opgepakt. De Vierde Nota liep tot 2015. Je had al lang weer aan de bak gemoeten om iets nieuws te maken. Met de beperkte blik van nu had niemand dat door. Totdat het probleem daar is en iedereen ziet dat het misgaat. Dat geldt voor de woningbouw, het stikstofprobleem en natuurlijk ook het klimaat en de biodiversiteit.’

We hebben sinds september wel de Nationale Omgevingsvisie (Novi) die Nederland toekomstbestendig wil maken met kringlooplandbouw, groene steden en hernieuwbare energie.

‘De uitgangspunten van de Novi zijn prima. Maar nu moet het vertaald worden in uitvoering. Dat is wat we van de Vinex hebben geleerd: je moet de uitvoering ook organiseren op nationaal niveau. Daarvoor moet je een verbinding leggen tussen de ministeries van wonen, water, landbouw en economie.’

‘Je moet het concreet maken. Als we kringlooplandbouw willen, wat moeten we daar dan voor doen? Nu blijft het bij een abstract beeld waar iedereen wel een gevoel bij heeft. Maar wanneer stoppen we met het invoeren van soja uit Zuid-Amerika? En wat betekent kringlooplandbouw voor het grondgebruik? We moeten ons meer bewust worden van de bodemkaart van Nederland. Niet alles kan overal. Je moet de landbouw afstemmen op wat waar kan groeien en niet de grond en de waterhuishouding aanpassen aan wat je wilt verbouwen.’

In de politiek gaan stemmen op om in het volgend kabinet weer een minister van Ruimtelijke Ordening te benoemen. Bent u daar vóór?

‘Ik zou het liever een minister voor Leefomgeving noemen. Die moet overal aan tafel zitten, met invloed: bij woningbouw, bij landbouw, bij infrastructuur en economische zaken. Zo iemand moet over sectoren heen kijken. Niet alleen vragen: hoeveel kilowatt duurzame energie hebben we nodig? Maar ook: welke ruimtelijke kwaliteit willen we daarbij hebben?’

‘Ga kijken naar regio’s waar weinig wind is, maar wel windmolens gepland zijn. Kan dat niet beter naar regio’s waar meer wind is? Kun je stedelijke gebieden ontlasten? Kijk naar de Ressen, de regionale energiestrategieën. Berkelland, waar ik woon, moet evenveel duurzame energie opwekken als de regio Den Haag. Terwijl hier veel meer ruimte is. Waarom houd je daar geen rekening mee in je plannen? Moet Nederland al zijn duurzame energie zelf produceren, of kun je dat in Europees verband ook elders organiseren? Er is geen sturing aan gegeven.’

In Nederland is een gevecht gaande om de schaarse ruimte. Er moeten tienduizenden hectare nieuwe natuur bijkomen, we hebben ruimte nodig voor duurzame energie, de boeren eisen hun plek op. En er moeten één miljoen woningen worden bijgebouwd tot 2050.

‘Dat was onze opdracht in de Vinex ook. Maar het zijn nu hele andere woningen dan toen. Veel van die woningen zijn er in feite al. Dan gaat het over winkels en leegstaande kantoren, over oudere mensen die in grote huizen zitten en best kleiner zouden willen wonen, maar geen alternatief hebben. Dat is niet alleen een kwestie van meer woningen bouwen, maar van stedelijke transitie. Woningbouw moet je doen op plekken die daar het beste geschikt voor zijn. En niet omdat de grond toevallig in handen is van projectontwikkelaars.’

Stel er komt zo’n minister in het volgende kabinet en u zou daar als jonge ambtenaar in dienst treden: wat zou u doen?

‘Ik zou beginnen met het tekenen van een nieuwe kaart van Nederland. Laat maar eens zien wat alle plannen van regio’s zijn op het gebied van woningbouw, duurzame energie, stikstof en waterbeheersing. Zet dat maar eens allemaal op de kaart. En kijk dan vanuit nationaal niveau: hoeveel hebben we eigenlijk nodig, waar zitten de verschillen?’

‘Kom maar op met je plannen, zou ik zeggen, maar breng ze in samenhang. Ik denk dat plannenmakers bestuurders daarmee kunnen helpen het goede gesprek te voeren. We kunnen niet terug naar de tijd van de witte jassen dat Nederland vanaf de tekentafel werd georganiseerd. Maar de regie moet absoluut worden versterkt. Dat hebben we laten weglopen.’

Critici zullen zeggen: dat gaat te langzaam. De problemen zijn urgent en vragen om snelle oplossingen. We hebben iemand nodig die knopen doorhakt.

‘Je kunt als overheid zelf beginnen door op eigen grond nieuwe vormen van duurzame landbouw te stimuleren. Voor windmolens kun je kijken naar gronden van Rijkswaterstaat langs wegen en spoorlijnen. Gebruik die maar.’

‘Neelie Smit Kroes zei over de bestrijding van de coronapandemie: daar hebben we een generaal voor nodig. Maar als je al deze dossiers bij elkaar optelt: daar zouden we een leger generaals voor nodig hebben. Je moet denken in transitie. Waar zit de veranderingsbereidheid? Er zijn pioniers op het gebied van duurzaam bouwen en innovatieve landbouw. Ga met die partijen praten hoe je dat kunt opschalen. Wat hebben zij nodig om een volgende stap te zetten? Doe dat samen met lokale en regionale bestuurders. Activeer innovatie als die er niet is. Organiseer kennis en voorbeelden, haal het buitenland erbij. De toekomst is er al. Je moet alleen goed kijken.’

In Nederland is een gevecht gaande om de schaarse ruimte. In een serie artikelen onder de titel Wie bezit Nederland? onderzoekt de Volkskrant wat de problemen zijn en hoe we daarmee om moeten gaan.

De belangrijkste conclusies uit Wie Bezit Nederland:

-De driehonderd grootste grondbezitters van Nederland bezitten gezamenlijk zo’n 1,5 miljoen hectare. Dat is ruim eenderde van de totale oppervlakte van Nederland.

-De grootste landeigenaar van Nederland is Staatbosbeheer, met ruim 220 duizend hectare. Daarvan is ruim de helft beschermde natuur.

-De grootste particuliere grondeigenaar is Magreet Wessels-Boer. Zij bezit 2.246 hectare. Koning Willem-Alexander staat met 319 hectare op plaats 263 in de top-300 van grondbezitters.

-Het Rijk en andere (semi-)overheidsinstanties zoals provincies, gemeenten en waterschappen bezitten samen tweederde van het totale eigendom van alle driehonderd grootgrondbezitters.

-Kampen is de gemeente met de meeste eigen grond: 5.046 hectare.

-Het bedrijf met het meeste grondbezit is ASR: 38.441 hectare. Daarmee bekleedt ASR de vijfde plaats in de top-300.

-Voor de bouw van woningen, de aanleg van bossen en nieuwe natuur en het opwekken van duurzame energie is tot 2030 naar schatting 200- tot 800 duizend hectare grond nodig. Dat is eenzesde tot de helft van de ‘vrije ruimte’ (1,5 miljoen hectare), voornamelijk landbouwgrond.

-Tussen 1950 en 2015 is een half miljoen hectare landbouwgrond van functie veranderd. De landbouw kromp van 2,3- tot 1,8 miljoen hectare. Dat is tweederde van de grond in Nederland.

Verder lezen:

Wie de grond heeft, heeft de macht. Dus rijst de vraag wie de grond bezit in Nederland en wie kan bepalen wat ermee gebeurt.

Extra woningen, natuur, landbouw of toch duurzame energieopwekking? Grootgrondbezitters hebben een doorslaggevende stem bij het toekomstige gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Ontdek hier wie de grootste grondbezitters zijn en hoe groot hun land is, vergeleken met je eigen tuin of woonwijk.

De grootste particuliere grootgrondbezitter van Nederland is een vrouw van 81 uit Drenthe. Wie is deze Magreta Moret-Wessels Boer?

Een thema dat zich letterlijk onder onze voeten afspeelt, is makkelijk over het hoofd te zien. Datachef Xander van Uffelen en verslaggever Mac van Dinther over waarom hun onderzoek naar het grootgrondbezit van Nederland juist zo’n essentieel onderwerp is.

Nederland heeft een minister van Ruimte nodig, zegt scheidend rijksadviseur voor het landschap. ‘Anders wordt het één grote hagelslag’.

In de Utrechtse polder Rijnenburg wordt een felle slag geleverd om de grond. De gemeente wil er zonneparken en windmolens neerzetten, projectontwikkelaars die de grond bezitten willen woningen bouwen. Wie beslist er over de toekomst van Rijnenburg? 

Grote stukken Nederlandse grond zijn al eeuwenlang in het bezit van goede doelen, blijkt uit de top-300 grondbezit van de Volkskrant. Het levert ze ieder jaar miljoenen op. 

Koning Willem-Alexander staat op plek 262 van grootgrondbezitters in Nederland. Hoe is de koning als grootgrondbezitter?

In het Friese Mantgum wordt heftig strijd geleverd over anderhalve hectare weiland het toneel van de strijd. ‘Ik vrees voor oorlog in elk dorp, net als hier.’

Provincies moeten 80 duizend hectare nieuwe natuur creëren. Een megaproject waar al 25 jaar aan wordt gewerkt. Maar het dreigt te stagneren, want alle gemakkelijke gebieden zijn op. Harde keuzen zijn nodig: om de doelen te halen, moet landbouwgrond onteigend worden. Maar dat is omstreden. 

Meer over