nieuws

Nederland betaalt dubbel voor coronatests, onbenutte capaciteit kost miljoenen

Nederland betaalt acht grote laboratoria al maanden miljoenen euro’s voor veelal onbenutte testcapaciteit. Tegelijkertijd worden er duizenden tests per dag naar andere, kleinere (ziekenhuis)labs gestuurd waarvoor nog eens apart moet worden afgerekend: zo’n 65 euro per test. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant.

Bij het Hudson-lab in Utrecht worden coronatests geanalyseerd. Beeld Foto Raymond Rutting / de Volkskrant
Bij het Hudson-lab in Utrecht worden coronatests geanalyseerd.Beeld Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Afgelopen najaar ontstond onrust toen Nederlanders zich nauwelijks konden laten testen. De kleine (ziekenhuis)laboratoria bleken gezamenlijk over te weinig capaciteit te beschikken om het toen sterk groeiende aantal coronatests te analyseren. Daarop ging het ministerie van Volksgezondheid op zoek naar partijen die grotere testvolumes aankonden.

De overheid sloot contracten met acht grote laboratoria, waaronder Eurofins, Unilabs en U-diagnostics. Bij elkaar zijn ze goed voor de verwerking van ruim 120 duizend tests per dag. Minister De Jonge zei in november dat deze megalabs de hoofdrol zouden gaan spelen in het Nederlandse testlandschap, met een bijrol voor de kleinere laboratoria. Daar is vooralsnog totaal geen sprake van.

De acht zogenoemde hoogvolumelabs ontvangen een vergoeding voor een gegarandeerd aantal tests, of die nu worden afgenomen of niet, tot een maximum van 30 procent. Dat betekent dat een lab dat heeft afgesproken 30 duizend tests per dag te kunnen analyseren, daarvan hoe dan ook zo’n 10 duizend per dag vergoed krijgt, voor een bedrag van zo’n 60 euro per test. Wie rekent met een totaal van zo’n 30 duizend betaalde tests per dag komt op een bedrag van een kleine 2 miljoen euro per dag aan garanties. Met de kleine labs zijn geen garantiecontracten afgesloten.

De acht krijgen nu gezamenlijk zo’n 55 procent van de tests toebedeeld, blijkt uit de cijfers van de Dienst Testen. De overige 45 procent worden verdeeld over 56 andere laboratoria, waar geen garantiecontracten mee zijn afgesloten en waar de overheid per test moet betalen. Per dag worden nu gemiddeld ruim 45 duizend tests afgenomen, veel minder dan was verwacht.

Alleen al in regio Utrecht 1 miljoen euro per week

Het nieuwe megalab in Utrecht analyseerde tot vorige week zo’n tweeduizend tests per dag; het kreeg betaald voor tienduizend tests. Tegelijkertijd gingen er ook dagelijks zo’n tweeduizend tests naar het ziekenhuislab van het UMCUtrecht, waarvoor de overheid per test moet betalen, zo’n 65 euro. Dat is, alleen al in deze regio, bijna 1 miljoen euro per week aan tests die vijf kilometer verderop ‘gratis’ hadden kunnen worden geanalyseerd.

Minister De Jonge schreef vorige week aan de Tweede Kamer, zonder in detail te treden, dat een aantal laboratoria vergoedingen ontvangt ‘voor niet-uitgevoerde testen’ en dat daarmee ‘forse bedragen’ gemoeid zijn. Hij wil de teststromen daarom zo veel mogelijk verleggen naar laboratoria waarmee de garantstellingen zijn afgesloten.

‘De garantiestellingen zijn aangegaan om labcapaciteit te kunnen garanderen in een tijd waarin deze capaciteit schaars was en de testvraag hoog’, zegt minister de Jonge desgevraagd. Hij wil niet bekend maken om hoeveel geld het gaat en hoeveel betaalde tests onbenut blijven.

‘Pure geldverspilling’

Betrokkenen noemen het ‘pure geldverspilling'. Volgens de minister is daar geen sprake. Door tests te blijven sturen naar kleine labs kan ‘de regionale diagnostische infrastructuur’ in stand worden gehouden. ‘Dan wegen de testkosten tegen de baten op, namelijk het voorkomen van het verspreiden van het virus.’

Betrokkenen zeggen dat de Dienst Testen, die de tests verdeelt over de laboratoria, de kleinere labs niet buitenspel wil zetten, nadat die een jaar lang veel hebben geïnvesteerd om aan de testbehoefte te voldoen. Daarbij valt er ook veel geld te verdienen met het analyseren van coronatests en zijn de belangen groot.

‘De medisch microbiologische laboratoria blijven belangrijk’, zegt de minister in een reactie. Die worden volgens De Jonge ingezet bij voorrangsteststromen van zorg en onderwijs, bij regionale uitbraken en bij ingewikkelde vraagstukken. ‘Het model is zo ingericht dat pieken en dalen in de testvraag zonder problemen kunnen worden opgevangen zonder stromen te verleggen. Dit op korte termijn veranderen kan grote risico’s opleveren bij nieuwe piekbelastingen.’

Meer over