Nazorg ex-topsporters wenselijk

Meer dan de helft van de topsporters in Nederland heeft moeite met de overgang van een sportcarrière naar een maatschappelijke carrière. Bij sporters die minimaal dertig uur per week actief zijn, ligt dat cijfer zelfs op 65 procent.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER LISETTE VAN DER GEEST

AMSTERDAM - Dat blijkt uit cijfers uit het boek Bloed, zweet en tranen en een moment van glorie. De cijfers zijn gebaseerd op een enquête van het Mulier Instituut, dat 192 sporters interviewde die tussen 2005 en 2010 stopten. Van de topsporters die hun carrière beëindigen na het winnen van een medaille, heeft 64 procent moeite met een leven zonder topsport.

Traditioneel stoppen veel sporters na de Olympische Spelen. Zo maakten zwemster Marleen Veldhuis (zilver en brons), tafeltennisster Elena Timina en roeister Annemiek de Haan (brons in de vrouwen acht) bekend na Londen af te zwaaien. Volgens sportpsychologe Sandra van Essen gaan voormalige sporters na zo'n belissing door een periode die te vergelijken valt met 'een rouwproces'. Uit het onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat bij 67 procent van de sporters hun passie nog steeds bij hun sport ligt.

Van Essen begeleidt gestopte sporters die door sportkoepel NOC*NSF worden doorverwezen. Ze organiseert samen met de sportkoepel bijeenkomsten voor hen. 'Zeker nu, na de Spelen, hebben we er meer aandacht voor. Een sporters verliest iets. En iets wat zo belangrijk was in een leven, moet gewoon een plek krijgen. Dat is niet niks. Als topsporter doe je een sport waar je gek op bent en goed in bent. Het is een leven dat je vaak vanaf heel jong kent. Na het stoppen is het gewone leven misschien wel heel saai.'

Voormalig beachvolleyballer Bram Ronnes beaamt dat: 'Ik werd altijd benaderd als Bram de beachvolleyballer. Maar als je stopt: wat blijft er dan nog over? Ik vind het gênant hardop te zeggen dat ik het topsportbestaan zo fijn vond door die bekendheid die daarbij hoorde. Ik was bang dat als ik stopte, ik zou opgaan in de massa.'

'Sporters tonen niet snel hun zwakte. Daar rust een taboe op', zegt Margriet de Schutter, eigenaresse van de site extopsporter.nl. De site ontstond uit ergernis toen de shorttrackster besloot te stoppen. 'Ik kwam erachter dat er weinig aan nazorg werd gedaan. In 2010 deed ik een onderzoek onder alle sportbonden in Nederland. Van de 74 bonden deden slechts 13 iets aan het begeleiden van gestopte topsporters. Daar schrok ik van.'

Ronnes vindt dat die begeleiding er zou moeten zijn. 'De sportbonden moeten die verantwoordelijkheid nemen. Op weg naar het sportieve doel is niks te gek. Die steun is er niet als het gaat om maatschappelijke doelstellingen.'

Van Essen: 'Er is een hoop winst te boeken bij de mentale begeleiding na de sportcarrière. In Nederland is vaak de cultuur: niet miepen! Soms verdwijnt een sporter letterlijk door de achterdeur. Die kan zich diep ongelukkig voelen. Een sporter heeft vaak een strenge kant in zich, dan is de kans aanwezig dat er geen hulp wordt gezocht.'

Vier jaar geleden onderschatte Ronnes de overgang naar een maatschappelijke carrière. 'Je ervaart pas hoe het is als je er echt in zit. Ik weet zeker dat veel sporters het zwaar hebben.'

Ronnes werkt al vier jaar bij Randstad, voor het project Goud op de werkvloer. Het is speciaal gericht op de tweede carrière van sporters. 'Mijn droom is dat een project als dit in de toekomst niet meer nodig is. Dat als een sporter zegt: ik stop, er direct vijf banen voor hem zijn. Als topsporter volg je een levenslange opleiding, maar je krijgt er geen diploma voor en in Nederland zijn we niet zo goed in het creëren van helden.'

Bram Ronnes

Bram Ronnes (33) nam als beachvolleyballer deel aan de Spelen in Peking. Vlak daarna stopte hij. Tenminste, hij zei dat hij gestopt was en zette de deur op een kier. 'Echt dichtgooien, durfde ik niet', weet hij achteraf. Uiteindelijk duurde het anderhalf jaar voordat Ronnes eroverheen was. Hij noemt het een rouwproces. 'Een zwart gat vind ik een foute term. Het is afscheid nemen en het een plekje geven. Ik vond het heel lastig. Het duurde lang voordat ik durfde te praten.' Desondanks keek Ronnes een maand geleden alsnog met tranen in zijn ogen naar de overdracht van olympische sporters voor Londen. 'Ik denk dat ik er nog een beetje zat als atleet. Tijdens de Spelen had ik er geen last meer van. In Londen kon ik alleen maar genieten. Als je de keus maakt te stoppen, ben je er nog niet. Dan begint het pas. Dat stuk heb ik onderschat.'

Olof van der Meulen

'Je hebt geen doelstelling meer, geen dagindeling. De vastigheid viel weg en dat is niet fijn. Ik wens het niemand toe.' Voor Olof van der Meulen bestond zijn leven jaren uit niets anders dan volleybal. Hij won goud op de Spelen van Atlanta en besloot bij het beëindigen van zijn carrière om direct door te gaan als coach. Van een zwart gat was geen sprake, totdat een faillissement ervoor zorgde dat hij per direct op straat stond. 'Ja en nu?', vroeg hij zich af. 'Ik voelde me in die periode behoorlijk lamlendig,' weet de inmiddels 43-jarige Van der Meulen nog goed. 'Het was een klap in mijn gezicht. Ze noemen het het zwarte gat, maar ik vind het meer een moeilijke periode. Ik kijk er nu anders tegenaan. Ik heb in de afgelopen twee jaar privézaken gehad waardoor ik dacht: waarom heb ik destijds zo moeilijk gedaan?'

Jolanda Keizer

Eigenlijk zit Jolanda Keizer in de beginfase van het zwarte gat. Een achillespeesblessure dwong de meerkampster in april per direct te stoppen met topsport. Het kwam hard aan. Haar inkomsten vielen weg. Maar erger: ook haar doel verdween. 'Ik weet niet wat ik moet, wat ik wil en wat ik kan doen. Dat is lastig', zegt Keizer. 'Eerst kwam het andere leven, ik was er in het begin ook helemaal klaar mee. Maar na een tijdje dacht ik: ik wil eigenlijk gewoon terug.' Ze is onrustig. Aan de ene kant motiveren beelden van de Spelen haar. Maar tegelijkertijd weet ze dat ze niet kan sporten zolang ze nog geblesseerd is en ze weet niet of ze ooit voldoende zal herstellen. 'En zelfs als ik herstel, weet ik nog niet of ik terug wil. Maar dan heb ik in ieder geval meer keus.' Een ding weet ze wel: 'Iets in het leven wat dezelfde kick geeft als topsport? Dat komt er niet meer, dat weet ik zeker.'

undefined

Meer over