NAVO moet deur voor alle belangstellenden op kiertje laten

De NAVO-top die vandaag in Madrid begint, zal - uiteraard - als 'een nieuwe mijlpaal' de historie ingaan, omdat er een begin wordt gemaakt met de uitbreiding naar Oost-Europa....

JOS KLAASSEN

Van onze correspondent

MADRID

Javier Solana, de secretaris-generaal van de alliantie, heeft uit tactisch oogpunt besloten het gezelschap dat moet beslissen, zo beperkt mogelijk te houden. De kring zal slechts bestaan uit de presidenten van Frankrijk en van de Verenigde Staten en de regeringsleiders van de overige veertien NAVO-staten en hun ministers. Het is een in de Europese Unie beproefde methode voor slagvaardige politieke besluitvorming. Zo'n 'isolement' zorgt ervoor dat er niet meer gemarchandeerd kan worden. De leiders hebben maar één keuze: de knoop doorhakken.

Nu het ernaar uitziet dat de NAVO voorlopig alleen met Polen, Hongarije en Tsjechië toetredingsonderhandelingen gaat voeren - Parijs heeft immers duidelijk gemaakt dat het geen veto zal inzetten tegen een NAVO-uitbreiding met alleen deze drie - ligt in de besluitvorming het volle gewicht op de zogenoemde 'open-deur'-verklaring.

De NAVO moet daarin garanderen dat zij na de opname van Polen, Hongarije en Tsjechië de poort niet sluit. Frankrijk en sommige andere landen pleiten ervoor om alvast die landen bij naam te noemen die voor de tweede uitbreidingsgolf worden uitgenodigd. Als dan ook nog de datum wordt genoemd wannéér dat zal zijn, is de buit binnen. Roemenië (gesponsord door Frankrijk) en Slovenië (gesponsord door Italië) zouden tot deze tweede lichting behoren, maar wellicht ook het neutrale Oostenrijk en Finland.

De meeste NAVO-regeringen vinden het onverstandig om nu al namen te noemen, vooral omdat de EU-landen Oostenrijk en Finland zich nog beraden. Maar het noemen van een datum waarop een tweede groep Oost-Europese landen wordt uitgenodigd om met de NAVO over toetreding te komen praten, wordt minder bezwaarlijk gevonden. De uitnodiging zou in april 1999 - dan bestaat de alliantie vijftig jaar - de deur uitgaan.

Met de inhoud van de 'open-deur'-verklaring staat of valt de eendracht in de alliantie én daarbuiten. Want als de NAVO met te vage beloften afkomt, raakt haar geplande uitbreiding in uiterst woelige wateren. Tijdens het voorspel heeft Roemenië de Verenigde Staten al verweten met Rusland 'een nieuw Jalta' - de verdeling van Europa in invloedssferen - te hebben gesloten. En Parijs verwijt de Amerikanen (vanwege hun weigering Roemenië als NAVO-lid te accepteren) er 'dictatoriale allures' op na te houden. Een aantal NAVO-landen is het met Frankrijk eens.

Conclusie: zonder een acceptabele 'open-deur'-verklaring zal de eerste NAVO-uitbreiding al stranden op de veto's van de diverse nationale parlementen. Alleen daarom al zal president Clinton in Madrid rekening moeten houden met de Europese gevoeligheden.

Daarbij staat nog lang niet vast of Amerika zelf de uitbreiding van de NAVO zal ratificeren. Want in de Verenigde Staten groeit de weerstand tegen een vergrote alliantie. In de eerste plaats omdat het avontuur voor de Amerikanen te duur zou zijn: tussen de 500 miljoen en twee miljard gulden per jaar, vijftien jaar lang.

Anderen menen dat de uitbreiding van de NAVO opnieuw een scheidslijn door Europa trekt. Daarvan zouden juist de landen het slachtoffer worden die nu nog niet in aanmerking komen voor een NAVO-lidmaatschap: de Baltische republieken, Bulgarije en wellicht Oekraïne.

Overigens zijn Polen, Hongarije en Tsjechië ook niet helemaal gelukkig met de situatie. Als het goed is, zullen zij pas in 1999 lid worden van de NAVO. Maar intussen heeft de NAVO dan al een hechte band opgebouwd met de Russen, via het akkoord over wederzijdse veiligheidsperikelen.

Sommigen, zoals Clintons voormalige veiligsheidsadviseur Anthony Lake, pleiten er daarom voor de drie landen als waarnemers te laten deelnemen aan de NAVO-raad.

De NAVO-top in Madrid houdt zich niet uitsluitend bezig met de uitbreiding van de alliantie. Een belangrijk aspect wordt ook de interne vernieuwing: een meer rationele commandostructuur én de realisering van een sterkere Europese rol, de Europese Veiligheids- en Defensie-identiteit (ESDI).

Daar is van alles mis mee.

In principe zou in Madrid de Franse herintrede in de militaire structuur van de NAVO een feit moeten worden. Frankrijk eist een duidelijk zichtbare, leidende rol voor Europa in de NAVO. De Verenigde Staten lijken hun 'hegemonie' in de alliantie niet te willen opgeven.

President Chirac had als bewijs van Amerika's bereidheid om Europa een gelijkwaardige rol te gunnen geëist dat de VS hun commando over Afsouth, de geallieerde strijdkrachten in Zuid-Europa, zouden afgeven aan een Europeaan (dus niet per se een Fransman). Clinton heeft dit geweigerd, omdat de voor het Midden-Oosten belangrijke Amerikaanse Zesde Vloot ook onder Afsouth valt.

Ook Spanje stelt eisen omtrent de herstructurering van de NAVO-commando's in Europa, die in aantal van 64 tot 24 moeten worden teruggebracht. Madrid eist dat de wateren rond de Canarische eilanden onder een NAVO-commando 'Zuid-West' komen, dat in Madrid moet zetelen.

Tevens eisen de Spanjaarden dat de NAVO een 'corridor' tussen de Spaanse en Canarische wateren creëert. Portugal, Groot-Brittannië (vanwege Gibraltar) en het Militair Comité van de alliantie zijn daartegen in opstand gekomen. Voorlopig slot van het liedje: ook Spanje is nog niet bereid toe te treden tot de gemeenschappelijke militaire structuren van de NAVO.

De top in Madrid kan daarom slechts concluderen dat de NAVO met haar interne modernisering goed opschiet - zo'n 80 procent van de plannen is klaar - maar nog een en ander moet oplossen. Want in de NAVO geldt als vuistregel: niets is afgesproken zolang niet alles is afgesproken.

Jos Klaassen

Meer over