NAVO is nu partij in Kosovo

Volgens de NAVO voorkwam militair optreden tegen Servië vorig jaar destabilisering van de Balkan. Maar nu is de NAVO zelf partij geworden in het conflict tussen Serviërs en naar onafhankelijkheid strevende Kosovo-Albanezen, constateert Rob de Wijk....

Rob de Wijk

IN Mitrovica lijkt het zwartste scenario zich af te tekenen. Zoals gebruikelijk zijn de schuldigen van de oplopende spanningen tussen Serviërs en Albanezen snel aangewezen. De Amerikaanse VN-ambassadeur Holbrooke beschuldigt Milosevic van het ophitsen van de gemoederen. NAVO-opperbevelhebber Clark stelt dat de internationale gemeenschap te weinig militairen en politie heeft geleverd om de orde in Kosovo te bewaren.

De echte oorzaak van alle ellende is dat zelfs het begin van een politieke oplossing voor de kwestie Kosovo niet in zicht is. Omdat Milosevic door het Joegoslavië Tribunaal is aangeklaagd, kan met hem niet worden onderhandeld. De 'strategie' van het Westen is daarom gericht op tijdrekken in de hoop dat hij van het toneel verdwijnt. Maar de tijd werkt momenteel in het voordeel van Milosevic. Naar mate de sancties de bevolking harder treffen en de Serviërs in Kosovo meer worden bedreigd, wordt zijn positie versterkt. Bovendien tonen de confrontaties in Mitrovica genadeloos de zwakte van KFOR en de internationale politiemacht aan, hetgeen Milosevic voor propagandadoeleinden kan uitbuiten.

Maar eigenlijk ging het vorig jaar al mis. Tijdens de onderhandelingen van Rambouillet die zich in februari en maart van het vorig jaar voortsleepten, moesten de westerse onderhandelaars twee onverzoenlijke standpunten verzoenen. De Albanese Kosovaren wilden onafhankelijkheid en werden door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright uiteindelijk over de streep getrokken met het vooruitzicht van een mogelijk volksraadpleging over de toekomstige status van de provincie. Voor de Serviërs was dit onaanvaardbaar. Zij tekenden het ontwerp-akkoord niet, ook uit vrees voor een NAVO-geleide vredesmacht.

Voor beide partijen had de daarop volgende oorlog een ongelukkige afloop. Radicale Albanese Kosovaren waren er van overtuigd dat hun hulp aan de NAVO zou worden beloond met zicht op onafhankelijkheid. Maar nu is zelfs elke suggestie van een referendum van de baan. Want de formele eindsituatie die de internationale gemeenschap wil bereiken is en blijft een democratisch, multi-etnisch en autonoom Kosovo binnen de Joegoslavische grenzen. Teleurgestelde, radicale Albanezen zien de NAVO daarom in toenemende mate als bezettingsmacht.

Milosevic kon na de oorlog aanvankelijk een overwinning claimen omdat hij op papier beter af was dan met het ontwerpakkoord van Rambouillet. De internationale gemeenschap erkende Kosovo als provincie van Joegoslavië. Bovendien was op papier een belangrijke rol voor de VN weggelegd. Maar uiteindelijk werd KFOR geen VN- , maar een NAVO-operatie.

Radicale Albanese Kosovaren en vrijwel alle Serviërs beschouwen de NAVO nu als een bezettingsmacht. Daardoor ontstaat een levensgevaarlijke situatie. Als de NAVO als tegenstander wordt gezien kan KFOR betrokken raken bij een oorlog waarin het partij is. De strijd in Mitrovica gaat in wezen over de status van Kosovo. Hierbij speelt het noorden van de provincie een cruciale rol. Komt deze bij een onafhankelijk Kosovo of wordt deze bij Servië getrokken?

Voor de Albanese Kosovaren geldt dat een onafhankelijke staat slechts levensvatbaar is als het noorden voor Kosovo behouden blijft. Want daar bevinden zich de belangrijke Trepca-mijnen en industrieën. Voor Servië is het behoud van het noordelijke deel van de provincie om economische redenen van levensbelang, maar ook omdat hier de grootste concentratie landgenoten woont.

Beide partijen gaan er hard tegen aan. Belgrado steunt de Serviërs ten noorden van de Ibar in hun streven zich aan Unmik en KFOR te onttrekken. Het 'succes' wordt gemeten aan de afwezigheid van KFOR en de politie-eenheden in het noorden. Het besluit, eind februari, Amerikaanse troepen niet langer in het noordelijke deel van de stad te laten patrouilleren bevestigt dit succes. Generaal Shelton, voorzitter van de verenigde chefs van staven, heeft Clark laten weten dat Amerikaanse troepen niet meer buiten hun eigen sector mogen optreden. Niet alleen is het in het noorden te gevaarlijk; ook vindt Shelton dat de Europeanen meer troepen moeten leveren.

Eind februari trokken 20 duizend Albanezen vanuit Pristina naar Mitrovica, waarna 5000 van hen door wilden gaan naar het noordelijk deel. De demonstranten ergerden zich aan het feit dat ze geen volledige bewegingvrijheid in hun provincie hebben en het noorden van Kosovo de facto Servisch is. Ze werden door KFOR-troepen tegengehouden. De ergernis van de radicale Albanezen wordt nog vergroot door een verzoek van KFOR-commandant Reinhardt. Hij vroeg de Amerikanen de oostgrens met Servië beter te bewaken om voortdurende infiltraties van radicale Albanezen tegen te gaan. Zij voeren aanvallen uit op Servische doelen in de vijf kilometer brede gedemilitariseerde zone. Bovendien lopen aanvoerlijnen voor drugs door dit gebied.

Die ontwikkeling kan uitdraaien op een deling van Kosovo. Reeds tijdens de oorlog kwamen signalen uit Belgrado dat een deling van Kosovo onderdeel van een vredesdeal zou kunnen zijn.

Maar als Kosovo, mogelijk zonder het noordelijke deel, onafhankelijk wordt, dient zich het volgende probleem aan. Operatie Allied Force werd destijds onder meer gerechtvaardigd met de stelling dat zo dreigende destabilisering van de Balkan kon worden voorkomen. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO, Solana, wees op de effecten van een Groot-Albanië dat na de onafhankelijkheid van Kosovo zou kunnen gaan ontstaan. De nieuwe staat zou onaanvaardbaar voor Griekenland kunnen zijn en het jonge Macedonië in een burgeroorlog kunnen onderdompelen.

Nu tracht de internationale gemeenschap de status quo te handhaven door tijd te rekken. Maar de tijd van harde keuzen komt snel naderbij. Bij deze keuzen kunnen westerse wensen niet langer richtinggevend zijn. Ze moeten worden afgestemd op de wens van de bevolking en historische ontwikkelingen. De internationale gemeenschap moet daarom aanvaarden dat de vorming van een Groot-Servië en een Groot-Albanië, hoe ongewenst ook, wel eens onafwendbaar kan zijn.

Dit past in een trend die al geruime tijd zichtbaar is: het uiteenvallen van Joegoslavië in etnisch homogene staten. Curieus is overigens dat Servië in dit proces als enige multi-etnische staat zal blijven bestaan.

Meer over