Nauwelijks publiek voor het circus

Als het circusorkest zijn openingsnummers heeft gespeeld, zijn er nog 1875 plaatsen onbezet. Dat blijft zo. Maar hoog in de touwen houdt Miss Gloria uit Praag, ondergedompeld in de disco-versie van de Vijfde van Beethoven en de Ballade pour Adeline, de glimlach op haar gezicht....

Ook Tino lacht. Een Probst-vlaggetje kost drie mark, en dat wil opa wel betalen. Het zal de vierjarige een zorg zijn dat maar weinig Gubeners (125, om precies te zijn) komen kijken naar Circus Probst. Open mond bij de luchtacrobatiek, een beetje medelijden met het paard met de lange witte manen, en de tijgers zijn toch wel echt groot.

De oma van Tino heeft tien mark betaald per kaartje (ook voor opa). Ze kreeg vijf mark korting; in alle winkels lagen daar bonnen voor. 'Er komen steeds minder mensen in het circus', zegt ze. 'In de DDR-tijd waren er ook een hoop circussen, maar toen was het veel goedkoper. De overheid investeerde veel in dat soort dingen. Ik ging vaak 's middags met mijn kleuterklas.' De prijzen variëren nu van tien tot dertig mark, destijds betaalde een Gubener vijf mark en zat hij op de eerste rang.

'De mensen kunnen het niet meer betalen', vult opa - metaalarbeider - aan. 'Van de Chemiefabriek is bijna niets meer over. Er werkt nauwelijks nog iemand. In veel gezinnen zijn man èn vrouw werkloos. De Polen uit Gubin komen waarschijnlijk ook niet. Die werken hier voor drie, vier mark per uur.'

Waipel, sinds tien jaar dierenverzorger en manusje-van-alles bij Probst, meent dat het 'altijd zo is in het Oosten'. Het verbaast hem niets dat Guben weinig belangstelling heeft getoond voor de acht voorstellingen. Zondag de laatste, vandaag naar Forst, en ook daar zal de 'viermaster' veel te groot blijken.

'Het is moeilijk om voor zo weinig publiek op te treden', zegt Brigitte Probst in de pauze van de voorstelling, drie kwartier voordat er zes bijlen in haar richting worden gegooid. 'We hebben de toegangsprijs al verlaagd, maar dat helpt niet. Ze hebben hier weinig geld.'

Met het project Meer tijd voor kinderen, gesponsord door het aardgasbedrijf, ging het beter. 'Veel succes, volle tenten. Maar de entree was vrij. Zonder sponsoring kan dat niet. Hier in Guben is het voor ons erg duur. Er komt haast niemand, maar alle artiesten worden normaal betaald. Bovendien is de standplaats hier veel duurder. Vier dagen kost achthonderd mark; voor zo'n plek betaal je in het Westen ongeveer driehonderd mark. En dan ligt er geen bruinkoolstof op de grond. Guben heeft geld nodig. De gemeente wil aan ons verdienen.'

Reinhard Probst gelooft dat de magere opkomst voor een deel is toe te schrijven aan de hitte en aan de vakantie. Maar 125 toeschouwers of tweeduizend, tijdens de show maakt dat voor hem geen verschil. Tweemaal verschijnt hij met paarden in de arena, hij helpt bij de bouw en het afbreken van de kooi, ziet toe dat de beren en tijgers ordentelijk opkomen en verdwijnen - eigenlijk is Reinhard overal bij.

Na de pauze helpt hij zijn dochtertje Sonja in het klimtouw. De elfjarige, die al toen ze acht was de tweede prijs op het circusfestival van Wiesbaden won en vorig jaar de Koninklijke Circusprijs van Brussel, krijgt het publiek stil met ongekende lenigheid, één schijnwerper en een kattekostuum. Vader draait beneden het touw in de rondte, het orkest speelt Memory uit de musical Cats.

Isolda Tamakova, de spreekstalmeester, is trots op Sonja Probst, en eigenlijk op iedereen. Op de luchtacrobaat Yapov, op jongste Probst-telg die als marionet optreedt, en op dompteur Charles Dubee, die ècht boos naar zijn tijgers kan kijken.

Waarschijnlijk is niemand van het circus zo trots als Isolda, die als moeder aller moeders de acts aan elkaar praat. Ze wil graag meer mensen, vooral kinderen, in de tent. Om Het Circus 'te laten leven, nooit verloren te laten gaan'. Want al zitten er misschien maar veertig kinderen in de tent - als voor hen de sterrenhemel van het tentdoek maar even een echte sterrenhemel is.

Eric van den Berg

Meer over