Natuurlijk met bogen en spitsen

Geregistreerd staan 447 moskeeën in Nederland. De meeste daarvan leiden een verborgen bestaan in clubhuizen en voormalige kantoorpanden. Maar er worden ook nieuwe gebouwd: veelal door westerse architecten, op traditionele wijze....

Wat er wél is: een expositieruimte, een hamam, een theater, een ondergrondse parkeergarage en een bazaar vol winkels. Een basketbalveldje, kantoren en een restaurant met een uitzicht op de Rotterdamse skyline. Zonnepanelen op de wanden van de gebedsruimte en windmolens om in de eigen energiebehoeften te voorzien. Maar nergens, nergens is er een minaret te bekennen.

Ergün Erkoçu en Abdo Hammiche zuchten maar weer, zoals ze al ettelijke keren deden toen familieleden hen wezen op het wonderlijke gemis in hun ontwerp.

Nergens voor nodig, een minaret, vindt het tweetal. De traditionele omroepfunctie van de muezzin die op gezette tijden tot gebed oproept, is achterhaald. Erkoçu: 'Een moderne moslim heeft gewoon een horloge.'

En als ze dan toch blijven aandringen, de zeurpieten, wijzen de architectuurstudenten naar de vrijstaande lift die aan de buitenkant van het immense complex rank omhoog schiet. 'Wil je een minaret? Kijk, daar heb je je minaret.'

Met studiegenoten Adnan Akyüz en Deniz Yilmuz vormen de Nederlands-Turkse Erkoçu en de Marokkaanse Hammiche de ontwerpgroep Me Mar (Turks voor 'architect'). Allevier zijn ze praktiserend moslim, en als het aan hen ligt, verrijst er aan de Rotterdamse Colosseumweg in de wijk Parkstad/Feijenoord een modernistisch multifunctioneel wijkcentrum in plaats van de geplande traditionele Essalamr-moskee van architectenbureau Molenaar en Van Winden.

Langs de as van het complex glooit een met gras begroeide helling die het dak vormt van de ene helft van het bouwwerk. Het moet zich in een vloeiende beweging aanpassen aan de omgeving van het park en is opgetrokken uit hout, steen en glas, veel glas.

Hun ideale moskeecomplex is transparant; een open gebouw dat ook niet-moslims uitnodigt eens binnen te lopen. Erkoçu: 'Er wordt nog steeds gedacht: wat gebeurt er toch allemaal daarbinnen?'

Ze stellen op voorhand de traditionele, monumentale vormen ter discussie. En dat is zeer opmerkelijk. Waar westerse architecten tot nu toe roomser blijken dan de paus, durven deze jonge moslim-architecten de bijl aan de wortels te zetten.

De vertrouwde Ottomaanse moskeekoepel? 'Te dominant', dus geschrapt. In plaats daarvan staan aan de andere kant van het complex twee gekromde wanden tegenover elkaar, die in de nok naar elkaar toe groeien en zo een ellipsvormige gebedsruimte vormen. De ruimte opeisende kolommen die normaal gesproken de koepel stutten, zijn daardoor overbodig.

De bovenste verdiepingen zijn opgehangen aan de glooiende muren die de draagfunctie hebben overgenomen. Zo ontstaan toch het licht en de ruimtelijkheid die voor een gebedsruimte wenselijk zijn.

De moskee van Me Mar, toonbeeld van clean modernisme, lijkt in de verste verte niet op een moskee - en hij zal waarschijnlijk ook nooit worden gebouwd.

Met dit project zijn de vier bouwkundestudenten in februari aan de Hogeschool Rotterdam afgestudeerd; ze zetten nu hun studie voort aan de TU in Delft. Het opzienbarende ontwerp heeft aandacht gehad van radio en televisie en prijkt op het Architectenweb.

Volgens Erkoçu en Hammiche is het hard nodig dat er serieus wordt nagedacht over een nieuwsoortige moskee. Eén die niet plompverloren als Fremdkörper in het Nederlandse landschap opduikt, maar ook duidelijk een relatie onderhoudt met de omgeving - met 'behoud van eigen identiteit'.

Iets dergelijks geldt al voor het ontwerp van de Amsterdamse Aya Sofia, ook Westermoskee genoemd, dat vorige maand werd gepresenteerd en in 2007 moet zijn gebouwd. De moskee verenigt weliswaar alle kenmerken van de Ottomaanse bouwcultuur in zich, maar het Frans-joodse echtpaar Breitman wil - met het gebruik van baksteen - ook een link leggen naar de Nederlandse architectuur. 'Het is een complex gebouw dat de verhoudingen tussen de Turkse architectuur en de Amsterdamse omgeving moet weergeven', aldus Marc Breitman.

De tijd lijkt er rijp voor: het huis van Allah in glas, baksteen of prefab beton. Nederland heeft 447 geregistreerde moskeeën. De meeste daarvan leiden een verborgen bestaan in clubhuizen, verlaten schoolgebouwen en leegstaande kantoorpanden. Daarnaast is er al behoorlijk wat nieuwbouw verrezen, in de wetenschap dat voor de meeste Marokkaanse en Turkse migranten een terugkeer naar de Heimat er toch niet meer in zit. Van Enschede tot Haarlem en van Gorinchem tot Eindhoven zijn nieuwe moskeeën gebouwd.

De koran geeft geen aanwijzingen hoe een moskee eruit moet zien. Dus kan elke overdekte plek, waar de gelovige de ruimte vindt om te bidden richting Mekka, dienen als gebedshuis. De meeste volgen de Turkse, Ottomaanse traditie, compleet met koepel en spitsminaret, die doen denken aan de sprookjespaleizen uit duizend-en-één-nacht. Vanaf de allereerste nieuw gebouwde moskee die in 1985 in de Amsterdamse Bijlmer verrees, compleet met decoratieve uien op de minaretten, tot aan de snoepkleurige Mevlana die vorig jaar in Rotterdam werd opgeleverd. De Marokkaanse Essalam moskee van Molenaar en Van Winden - het ontwerp dat in Rotterdam de voorkeur verdient boven de hitech-varant van Me Mar - heeft dezelfde prentenboekallure.

De Westermoskee die in de Amsterdamse wijk De Baarsjes zal verschijnen, maakt deel uit van een complex waarin ook winkels en een multicultureel centrum een plaats krijgen. Het moskeegedeelte hebben Marc en Nada Breitman ontworpen naar voorbeeld van de Selimye-moskee in Edirne in Turkije; een vier eeuwen oud ontwerp van de legendarische Ottomaanse bouwmeester Sinan.

Sinan, hofarchitect van onder anderen sultan Mehmed de Veroveraar, raakte na de val van het Oost-Romeinse Rijk in 1453 in opperste vervoering bij de aanblik van de Aya Sofia (oorspronkelijk een Byzantijnse kerk) en voorzag Istanbul, tot dan toe Constantinopel, van een skyline met bogen en spitsen.

In heel het Ottomaanse rijk maakte het prototype van de Aya Sofia school: een vierkant grondplan, waarin centraal de grote koepel, gestut op vier kolommen, geflankeerd door halve koepels. Die op hun beurt worden weer ondersteund door kleinere varianten. Daardoor ontstaat de cascade aan ronde vormen die zo kenmerkend is voor Ottomaanse moskeeënen die ook terugkomt in Breitmans Westermoskee.

Te traditioneel? Te Turks? Breitman wuift het allemaal weg. 'Dat is betrekkelijk.' Door het robuuste bakstenen uiterlijk krijgt zijn moskee juist een touch van de Amsterdamse school mee. Maar gekker moet het ook niet worden, vindt hij.

Hij lacht verbaasd om de suggestie alleen al. 'Een moskee zonder minaret is als een man zonder hoofd. Het is een gegeven, een vaststaand symbolisch onderdeel. Als je dat weghaalt, ontneem je een moskee haar essentie.' Er is niets mis met historiserend bouwen als het oude concept nog voldoet, zegt hij. 'Een koepel is nu eenmaal een heel goede manier om een ruimte te overkappen, waarbij het gevoel voor oriëntatie enigszins wordt weggenomen.' Zodoende is het een ideaal uitspansel, waaronder de gelovige zich kan overgeven aan contemplatie en gebed.

'Kijk naar de gebouwen die Palladio heeft gemaakt in Venetië. Prachtige zestiende-eeuwse werken die het Romeinse vocabulaire gebruiken. Je bent toch ook niet verbaasd dat er nu nog steeds mensen viool spelen?'

Bert Toorman is ontwerper van de Mevlana-moskee in Rotterdam. Hij constateert dat er een sterke behoefte aan traditie is in de Turkse gemeenschap. Maar hij heeft wel geprobeerd een gebouw te maken dat Nederlanders ook mooi vinden. Als zijn moskee sporen van vernieuwing in zich draagt, zitten die eerder in technische zaken en in de details dan in het ontwerp. Voor zijn persoonlijke signatuur wijst hij naar de driehoekige voet van de minaret en de pastelkleuren; hij heeft bovendien prefab-beton gebruikt.

Toorman vermoedt dat de behoefte aan traditionele bouwwerken bij de komende generaties steeds verder zal afnemen. Voor de Süleymaniye-moskee die in mei in Tilburg wordt opgeleverd, heeft hij zich al wat meer vrijheid gegund. Een rond gebouw is het, waarbinnen geen enkele rechte wand zich richt tot Mekka. Daarin plaatste hij een tweede cirkel - en voilà, het gebouw kreeg de vorm van een halve maan. Erbovenop zette de architect vervolgens een vijfpuntige ster waar de koepel op rust. Het resultaat: een traditionele moskee met minaret en koepel, die gebruik makend van een soort postmodern symbolisme verwijst naar de islam in het algemeen en de Turkse vlag (halve maan en ster) in het bijzonder.

Juliette Bekkering, Rotterdamse architect, is er niet van gecharmeerd. Ze maakte deel uit van de Rotterdamse Welstandscommissie die de bouw van de Mevlana behandelde. De moskee dreigt zo een karikatuur van zichzelf te worden, zegt ze. 'Als je zo over the top gaat in het abstraheren en herkenbaar maken, loop je het gevaar totaal verkeerde verwachtingen te wekken. Zo van: het ziet er zo overduidelijk uit als een moskee, er zal wel een partycentrum in zitten.'

De Mevlana in Rotterdam wordt wel voor een bioscoop versleten en de naam Disney is ook al meermalen gevallen. Zélfs in de Turkse gemeenschap.

Bekkering ziet het ook: die 'behoefte aan herkenning van de religie in het stedebouwkundige landschap', vooral onder oudere moslims. Zij noemt het een 'socioculturele reflex'. Zo gauw mensen zich in een andere cultuur vestigen, bouwen ze daar tot in het extreme de vertrouwde omgeving na. 'Denk aan Nederlandse Canadezen die zwijmelen bij oud-Hollandse molens of aan de Amsterdamse grachtenpandjes in Willemstad, op Curaçao. Het is heimwee-architectuur.'

Het is niet voor niets dat menig westerse architect voor inspiratie op reis ging naar de bakermat. Zo bezochten architecten Joris Molenaar en Wilfried van Winden Dubai voor hun Essalam-moskee en toog Toorman naar Izmir voor zijn Mevlana.

Bekkering: 'Ze stellen zichzelf de opdracht een ''herinnering'' te bouwen. En waarmee komen ze terug? Met clichés, geabstraheerde Eftelingwokkels.'

Architecten zouden juist op zoek moeten gaan naar nieuwe vormen, 'met dezelfde iconografische kracht, maar in een nieuw vocabulaire', die rechtdoen aan de nieuwe werkelijkheid. 'Wat ik mis, is een inhoudelijke interpretatie van het feit dat de moslimtraditie hier daadwerkelijk anders is dan daar.'

Meer over