Natuur te koop

De grootste grondoperatie sinds de ruilverkaveling staat op stapel. Staatsbosbeheer moet 17.000 hectare grond verkopen. Blijft de natuur wel natuur? 'Je maakt er veel mee kapot.'

Het is een eigenaardige excursie. Henk Maring, beheerder bij Staatsbosbeheer, kan zich niet herinneren dat hij ooit zo'n eigenaardige excursie heeft verzorgd. We rijden door het Groningse land en Maring wijst op een dorpsbosje hier, een veldje daar, een stukje dijk, een speelbos, een dobbe en een kolk. Maar evenzogoed stoppen we bij monumentale boerderijen op een wierde, of bij een onbestemd terrein met ruïnes van en de grachten om een oude borg.

Allemaal Staatsbosbeheergrond, en allemaal ligt het er heel aardig en mooi bij, of er zijn mooie plannen voor, maar dat is niet het eigenaardige. Het gekke is dat Maring al dertien jaar in de gebied werkt, hij kent de geschiedenis en de ontwikkeling van ieder stukje grond, en nu moet dit allemaal weg, in de uitverkoop, Staatsbosbeheer moet ervan af.

Zo staat het althans in het regeerakkoord: Staatsbosbeheer heeft straks geen activiteiten meer buiten de Ecologische Hoofdstructuur. Vanaf 2013 moet de verkoop van gronden 40 miljoen euro aan bezuinigingen opleveren. De verkoop van gronden past ook in de filosofie van staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw en Natuur) dat natuurbeheer net zo goed, of beter, kan worden uitgevoerd door boeren en particulieren. Als de plannen doorgaan, betekent dit dat de grootste grondoperatie sinds de ruilverkaveling op stapel staat. Want het betreft, volgens losse berekeningen, al gauw 17.000 hectare grond, zo ongeveer de oppervlakte van Texel.

Verreweg de meeste gronden (ongeveer 10.000 hectare) die in aanmerking komen voor verkoop, liggen in de regio Noord van Staatsbosbeheer, en dan vooral in Groningen, Henk Blekerland.

Dus rijdt Henk Maring vandaag met gemengde gevoelens door het Hoge Land dat hij op zijn duimpje kent. Maring houdt zich liever op de vlakte als het gaat om zijn mening over de plannen, hij probeert vooral in te schatten wat de praktische gevolgen zullen zijn, per stukje grond, hoe het verder kan zonder Staatsbosbeheer, en wie er belangstelling zou hebben voor de grond.

Over de vele piepkleine stukjes bos, die tegen akkers of weilanden aanliggen, kan hij duidelijk zijn: 'Het zijn snippers met weinig natuurwaarde of houtopbrengst, die kosten alleen maar geld. Dit soort reststukjes zijn ten tijde van de ruilverkaveling aan Staatsbosbeheer toebedeeld omdat niemand ze wilde hebben. Maar het beheer kan een ander net zo goed als wij.'

Voor die bosjes zal ook wel interesse zijn, schat Maring zo in. 'Van boeren van wie het land aan de bosjes grenst, of van jagers. Want in de bosjes schuilt wild.'

Bloemrijk lint

Maar Maring is niet gerust op de gevolgen voor andere gebieden. Als we langs de tientallen kilometers lange Middendijk, anno 1718, rijden bijvoorbeeld. Op de stukjes weiland buiten de dijk wordt extensief geboerd door de boeren die de grond pachten van Staatsbosbeheer. Dat wil zeggen: geen gebruik van kunstmest of bestrijdingsmiddelen, laat maaien en maximaal één koe per hectare. Gevolg: in het voorjaar is de dijk een bloemrijk lint, met paardebloemen, boterbloemen en madeliefjes. Samen met Landschapsbeheer Groningen herstelde Staatsbosbeheer tien oude drinkdobbes, en samen met de agrarische natuurvereniging Wierde en Dijk zijn meidoorns teruggeplant. Maring: 'Ik ben bang dat het extensieve beheer op de tocht komt als wij dit verkopen. De agrarische activiteit zal toenemen, vermoed ik, met meer vee per hectare en meer gebruik van kunstmest.'

Weg bloemrijke dijk dus.

De tocht voert door dorpjes als Tinallingen, Pieterburen, Warffum en Westernieland. Wat Maring vooral duidelijk wil maken is dat ieder object zijn eigen verhaal heeft. Zoals het voormalige wierdendorp Maarhuizen. De wierde is een beschermd archeologisch monument, een van de twee boerderijen, het eeuwenoude Enne Jans Heerd is een Rijksmonument. Een groot deel van de wierde is in bezit van Staatsbosbeheer. Waarom weet Maring ook niet, maar hij heeft wel een vermoeden: 'De wierde heeft landschappelijke en botanische waarde. Maar daarnaast kost het beheer en het onderhoud van de boerderij enorm veel geld. En de vraag is: wie wil en kan dat doen als wij het niet doen?'

Snijden in eigen vlees

Met dat soort problemen worstelt ook Adrie Hottinga, medewerker gebiedsontwikkeling van Staatsbosbeheer. Op het kantoor in Deventer is Hottinga al weken bezig met de opdracht om een lijst samen te stellen van gebieden die in aanmerking komen om te verkopen. 'Het is snijden in eigen vlees, dat doet pijn. Daarnaast is het ingewikkeld. De vraag is bijvoorbeeld: moet bezit waarop geld wordt verdiend op de lijst? Dat lijkt me niet de bedoeling. Wij verdienen jaarlijks veel geld aan de parkeerplaats van Walibi, misschien is het niet verstandig om die grond te verkopen. De gronden langs de A6 bij Almere zijn goud waard. Die bossen in Flevoland zijn gedeeltelijk al bestemd voor parkwonen. En de A6 wordt nog verbreed. De vraag is: is het slim om die grond nu al te verkopen? Of kun je beter wachten tot de vraag acuut wordt?'

En dan zijn er gebieden waarvan het simpelweg pijn doet om die van de hand te doen. Hottinga noemt het voorbeeld van de Heidenhoeksevloed in Gelderland, bij Doetichem. 'Een uniek moerassig veengebied, waar de natuur zich geweldig heeft ontwikkeld. Daar zijn mensen dertig jaar mee bezig geweest, daar zijn miljoenen in geïnvesteerd. We hebben het nooit aangemeld voor de Ecologische Hoofdstructuur, omdat we dachten: ach, het is toch van Staatsbosbeheer, dus dat komt wel goed. Nu is de vraag: wat gebeurt ermee? Het gebied kost ons veel geld, dus het scheelt heel wat als anderen het beheren. Maar wie wil dat, en kan dat? Want het beheer is duur en intensief. En het kabinet bezuinigt ook op de beheersvergoedingen.'

En zo heeft Hottinga nog wel een aantal voorbeelden.

Grote vraag is: blijft de natuur wel natuur in de gebieden die worden verkocht? Formeel blijft de bestemming natuur, maar natuur is een rekbaar begrip. Hottinga: 'Voor een aantal gebieden is al interesse van nieuwe landgoedeigenaren. Maar die willen er dan wel een landhuis bouwen.' Bovendien zijn er nogal wat bestemmingsplannen in gemeenten niet aangepast, waardoor de bestemming natuur nog niet is vastgelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor nogal wat dorpsbosjes in Groningen.

Hoe dan ook: Staatsbosbeheer hoopt vooralsnog door onderhandelingen een aantal gebieden te vrijwaren van verkoop. Gebieden waar geld op wordt verdiend, gebieden die grote natuurwaarde hebben of een groot draagvlak in de nabije omgeving.

Over draagvlak gesproken: in het Zuid-Hollandse Delfland hebben bewoners, natuurliefhebbers en recreatieondernemers zich verenigd tegen de verkoop van het Balij-Bieslandse Bos, een van de weinige groene recreatiegebieden in de regio Delft. Ook elders is er verzet tegen de mogelijke verkoop van 'speelbossen' om de stad, en tegen de bezuinigingen op het beheer ervan.

In het Overijssels Hardenberg maakt natuurliefhebber Johan Poffers zich grote zorgen. Jarenlang heeft hij zich ingezet om de voormalige vloeivelden van de aardappelmeelfabriek Avebe in het dorpje De Krim onder de hoede van Staatsbosbeheer te krijgen. De bezinkingsvelden waar vroeger het afvalwater van de fabriek werd geloosd, ontwikkelden zich in de afgelopen twintig jaar tot een rijk vogelgebied. Poffers kwam er vaak en richtte met anderen de Vrienden van de Vloeivelden op. Hij kreeg het voor elkaar om de provincie het gebied te laten kopen. Om het ook voor de toekomst veilig te stellen lukte het Poffers om Staatsbosbeheer eigenaar te laten worden. Nu zijn er plannen om het gebied ook voor de toekomst aantrekkelijk te maken voor broed- en trekvogels.

Maar Poffers is er niet meer gerust op: 'Wij dachten: als dit maar eenmaal van Staatsbosbeheer is, dan komt het wel goed. Dat is een garantie. Maar dat lijkt nu niet zo te zijn. Op het gebied zit nog altijd een landbouwbestemming. De gemeente heeft beloofd dat te veranderen, maar ik hou mijn hart vast. Voor je het weet gaat een projectontwikkelaar met dit gebied aan de haal. En de omgeving, dat is alleen landbouw, dus ik vrees het ergste.'

Ook natuurliefhebbers en ecologen in de Achterhoek maken zich zorgen. Over Koolmansdijk bijvoorbeeld, een van de meeste succesvolle natuurherstelgebiedjes van Nederland. Dit blauwgrasland begon te floreren toen omliggende landbouwgebiedjes erbij werden getrokken, de waterhuishouding werd aangepast en andere herstelmaatregelen werden uitgevoerd. In hoog tempo kwamen zeldzame plantjes terug. 'Dit is nu Europese topnatuur,' zegt ecoloog Joop Schaminée van het Wageningse Alterra. 'Een parel.' Maar een deel van Koolmansdijk behoort niet tot de Ecologische Hoofdstructuur, en wordt dus bedreigd door verkoop. 'Dat zou rampzalig zijn,' zegt André Jansen van de Unie van Bosgroepen, die bij het herstel betrokken was. 'Dit is een van de beste blauwgraslanden van Nederland. Als je dit gaat verknippen, gaat het gegarandeerd mis.'

Speelbosjes

In Groningen rijdt Henk Maring aan het einde van de dag de oprijlaan op van de voormalige borg Ewsum bij het dorpje Middelstum. Hij heeft onderweg her en der gewezen op projecten die Staatsbosbeheer uitvoert met gemeenten en andere organisaties. Dan gaat het over bloeiende akker- en bosranden, over speelbosjes bij dorpen, over projecten met scholen. Wat hij maar wil zeggen: Staatsbosbeheer doet ook aan maatschappelijke diensten. En in Middelstum staat het kroonjuweel van de maatschappelijke dienstverlening op de tocht: 25 mensen met een beperking werken hier vanuit een monumentale schuur aan het onderhoud van het terrein en van het Middelstummerbos. In het schathuis is een theeschenkerij, er zijn exposities, op het terrein zijn een kwekerij, een boomgaard en een historische tuin, een gracht en een geschuttoren. 'Er komen hier nog weleens oudere mensen die zeggen: mogen we hier zomaar in, zonder entree te betalen', zegt Wim Meijer, een van de begeleiders van het Werkpro, het Groningse integratiebedrijf dat het terrein onderhuurt. 'Ewsum is nu volledig verbonden met het dorp.' Meijer is als de dood dat het terrein straks wordt gekocht door een projectontwikkelaar. 'Er mag dan een cultuur-historische bestemming zijn, maar als iemand het koopt met een economische bestemming, gaat het toch een andere kant op. En voor de mensen hier is dit werk ontzettend belangrijk. Sommigen werken hier al twintig jaar, ze vinden hier hun gelijken. En als ze iets niet begrijpen kunnen ze het desnoods twintig keer vragen. Je kunt Staatsbosbeheer wel grond laten verkopen, maar het gaat niet alleen om grond. Je maakt er veel meer mee kapot.'

Ook te koop

Een greep uit gebieden en objecten van Staatsbosbeheer die ook in aanmerking komen voor verkoop. In totaal ongeveer 17.000 hectare.

Recreatie om de stad: het Diemerbos (Amsterdam), het Gagelbos (Utrecht), speelbos Nieuw Wulven (Houten), Houtrakpolder (Spaarnwoude).

Tjongervallei (Friesland).

Compensatiegrond bij A15 voor aanleg Betuwelijn.

Compensatiebos voor hsl en spoorijn bij Nieuw Vennep.

Wegbeplantingen Flevoland

Almere/Stadslandgoed De Kemphaan.

Het Malieveld (Den Haag).

De ondergrond van kernreactor ECN (Petten)

UMTS-masten.

Dorpsbosjes (vooral in Groningen).

(delen van) natuurgebieden door het hele land.

'Grote jongens' hebben belangstelling voor de gronden

Is er eigenlijk wel interesse in de grond van Staatsbosbeheer?

'Jazeker,' zegt Patrick de Groot van rentmeesterskantoor en grondjurist Eelerwoude. 'Ik heb hier alleen al in deze vestiging negen concrete verzoeken liggen. En dan zijn de gronden nog niet eens officieel in de verkoop.' Volgens De Groot gaat het vaak om landgoedeigenaren wier landgoed grenst aan Staatsbosbeheergebied. 'Daarnaast zijn er ook grote jongens geïnteresseerd. Zij zien de gronden als belegging, of ze willen puur voor de heb een stuk grond. Anderen willen grond om te jagen.'

Probleem is, denkt De Groot, dat de beheersubsidies van de overheid worden teruggedraaid. 'Om iets te beheren moet er geld zijn. En de natuurdoelstelling blijft gehandhaafd. In een bos is dat niet zo'n probleem, daar kun je niet veel verkeerds doen. Maar een blauwgraslandje verkopen is lastig. Het is enorm moeilijk en duur om dat goed te beheren.'

Volgens De Groot willen veel landgoedeigenaren wel een bosgebiedje kopen als ze er een huis in kunnen bouwen. Of ze creëren een recreatieve functie. 'Voor het Malieveld in Den Haag, dat ook van Staatsbosbeheer is, is veel concrete belangstelling. In zo'n gebied valt geld te verdienen.'

Ekko Aertsen van de Federatie Particulier Grondbezit vindt het 'een goede zaak dat de overheid eindelijk ruimte lijkt te maken voor particulieren.' 'Tot voor kort werden vrijkomende gronden bijna als vanzelf door provincies gekocht en doorgeleid naar natuurbeheerders. Dat heeft de verhoudingen er niet beter op gemaakt.'

Volgens Aertsen is de belangstelling voor de Staatsbosbeheergrond bij particulieren groot. Aertsen maakt zich wel zorgen over de 'almaar lagere beheersvergoedingen voor natuurbeheer'. 'Maar het mooie is dat particulieren van nature ondernemers zijn. Dus zorgen ze voor nieuwe economische dragers in zo'n gebied, ze verzinnen creatieve oplossingen waarmee ze het natuurbeheer kunnen bekostigen. Dat kan door recreatie, door het ombouwen van een boerderij tot vakantiewoning of vergaderlocatie. Of ze passen een golfbaan in. Misschien zal de natuur dan niet altijd meer donkergroen zijn, maar lichtgroen.'

De bezuinigingen op natuur leveren ook iets op, merkt Aertsen. 'Iedereen probeert nu efficiënter te werken. En er zijn aanzetten tot samenwerking tussen natuurbeheerders en particulieren.'

Gerbrand van 't Klooster van landbouworganisatie LTO vindt het belangrijk dat er voor boeren 'meer ruimte komt voor ondernemerschap met natuur'. 'De scheiding tussen landbouw en natuur is in het verleden te strikt geweest. Het natuurbeheer werd bijna exclusief door de natuurorganisaties gedaan, dat heeft geleid tot verwijdering tussen boeren en andere gebruikers van het landelijk gebied.'

Staatsbosbeheer ligt onder vuur

Staatsbosbeheer, dat in opdracht van de rijksoverheid meer dan de helft (250.000 hectare) van de Nederlandse natuur beheert, werd in 1899 opgericht om zandverstuivingen te voorkomen en om het bosaanbod uit te breiden voor de houtproductie. In de tweede helft van de vorige eeuw verschoof die functie naar natuur- en landschapsbeheer in combinatie met recreatie. In 1998 werd Staatsbosbeheer een zelfstandig bestuursorgaan. Eenderde van de inkomsten genereert de organisatie zelf.

Sinds het aantreden van het nieuwe kabinet ligt de organisatie onder vuur. Volgens het regeerakkoord bezuinigt de overheid 40 miljoen euro op Staatsbosbeheer. Dat betekent bijna een halvering van de rijksbijdrage aan Staatsbosbeheer. Een deel van die bezuinigingen moeten komen uit de verkoop van gronden buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Onlangs liet staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw en Natuur) Staatsbosbeheer een 'convenant' tekenen, waarin werd vastgelegd dat de organisatie adviezen van een commissie over de Oostvaardersplassen als 'bindend' ziet en loyaal uitvoert.

Volgens Chris Kalden, directeur van Staatsbosbeheer, zal zijn organisatie ook de plannen om gronden te verkopen loyaal uitvoeren, 'ondanks onze twijfels over de haalbaarheid'. Kalden noemt de bezuinigingen op Staatsbosbeheer 'buitenproportioneel' en maakt zich vooral zorgen over de 'maatschappelijke functie' die de Staatsbosbeheergebieden hebben. Kalden voorspelt dat al in 2012 goed onderhouden (wandel)routes niet meer vanzelfsprekend zijn, dat het toezicht en de veiligheid in de terreinen zal teruglopen, evenals de toegankelijkheid.

undefined

Meer over