Natuur blijft voorlopig in snippers

De versnippering van de natuur zou worden tegengegaan met een Ecologische Hoofdstructuur, zo was het plan. Daar blijkt nog weinig van terecht te komen....

HET ZIT demissionair staatssecretaris Geke Faber van Natuurbeheer niet mee. Afgelopen twee weken haalde ze mensen uit 182 landen naar Nederland om de biodiversiteit in de wereld veilig te stellen en dan komt uitgerekend halverwege de conferentie een rapport naar buiten waaruit blijkt dat het met de natuur in Nederland niet erg wil lukken.

Eind vorige week publiceerde het milieu- en natuurplanbureau van het RIVM de Nationale Natuurverkenning 2 voor de periode 2000 tot 2030. Vooral in de dichtbevolkte Randstad, waar de behoefte aan groen groot is, treuzelen gemeenten en komen de zogeheten 'strategische groenprojecten' vrijwel niet van de grond.

Ook met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), die natuurgebieden met elkaar verbindt, gaat het moeizaam. In de EHS moet rust, ruimte en natuur van enige omvang te vinden zijn. 'Maar het woord ''hoofdstructuur'' is wel erg wijds voor de versnipperde partjes natuur', vindt drs. Jaap Wiertz van het RIVM.

Al in 1990 nam Nederland zich voor om in 2018 op het land, bovenop de 500 duizend hectare bestaand natuurgebied, nog eens 150 duizend hectare aan te kopen en in te richten als bos, natte duinvallei of bloemrijke graslanden om een paar 'natuurdoeltypen' met name te noemen.

Inmiddels is er ruim tien jaar ervaring opgedaan. Er zijn successen: de duinen scoren goed, zeker waar de waterwinning is gestaakt. Daar komen planten als de borstelbies, waterpunge, vetmuur en strandduizendguldenkruid weer boven de grond.

Ook in de uiterwaarden van de grote rivieren (Gelderse Poort, Blauwe Kamer, Duursche Waarden) ontluikt ruigere natuur, waar veel bezoekers op afkomen. In oude geulen langs rivieren, die weer zijn uitgegraven, verscheen al na korte tijd vis zoals barbeel.

Hier en daar laten ook zeldzamere dieren zich weer zien. De ijsvogel is terug, de zeearend gesignaleerd, de schuwe roerdomp zoekt het Naardermeer weer op. De bever is terug in de Biesbosch en heeft een doorsteek gevonden naar de Maas. Binnenkort zal de otter in de Weerribben worden uitgezet, nu het water weer van voldoende kwaliteit is.

Maar naast successen staan teleurstellingen en mislukkingen. In de Wester- en Oosterschelde verminderen schorren en slikken en daarmee ook vogels die daarvan afhankelijk zijn. Het project Grensmaas, grind verkopen en met de opbrengst de Maas natuurlijker maken, lijkt sterk op de processie van Echternach: nu eens vooruit, dan weer achteruit.

De eidereenden kennen jaren van massale sterfte vanwege voedselgebrek in de Waddenzee. En als gevolg van het vele maaien en plaggen van heidegebieden, bedoeld om de vergrassing tegen te gaan, verdwijnen de ringslangen. Van de reptielen, dagvlinders en amfibieën is meer dan de helft van de soorten kwetsbaar, ernstig bedreigd of zelfs verdwenen.

Tien jaar ervaring leert dat eenderde van de EHS is gerealiseerd. Dat lijkt al aardig op weg, maar onderschat niet de kwetsbaarheid van de vele kleine natuurgebiedjes, die soms veel zeldzame soorten bevatten en als pareltjes temidden van grote landbouwgebieden liggen, zegt Wiertz.

Bij sterk versnipperde natuur zal een gemeente zich niet zo gauw druk maken om een paar woningen pal tegen een klein natuurgebiedje aan. 'Maar daar zit je dan wel voor honderd jaar aan vast', waarschuwt Wiertz.

Ook het psychologisch effect speelt een rol. Een groot natuurgebied van tweeduizend hectare wordt minder snel verwaarloosd dan een miniatuur natuurgebiedje, is de opvatting van ir. Robbert Hijdra van Natuurmonumenten.

Bij het Zuid-Hollands Landschap moet ir. Cees van der Burgt diep graven om zich te herinneren wanneer zijn organisatie er een natuurgebied bij kreeg. 'Er is weinig aanbod. En als er dan iets vrijkomt, koopt een particulier die grond in de hoop dat hij op enig moment een huis in het groen kan bouwen.'

Alle betrokkenen merken dat de grondmarkt op slot zit. Boeren deinzen ervoor terug grond te verkopen. De Dienst Landelijk Gebied (DLG), die namens het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de grond voor natuurontwikkeling koopt, taxeert de agrarische waarde. Vaak heeft de boer het idee dat er wel wat meer geboden kan worden - als hij dan tóch verkoopt, dan aan een partij die meer biedt.

Jarenlang was er te weinig geld om natuurgebieden te kopen. Maar volgens ir. Ad de Schutter van de DLG is er nu een redelijk budget. Dit jaar is er 295 miljoen euro voor aankopen. 'Dat is niet toereikend om het natuurbeleid te versnellen, maar we kunnen nu wel de prijsstijgingen bijhouden.'

Er mag dan een flink budget zijn, dat betekent nog niet dat de DLG ook altijd de koop sluit. Grond met natuurbestemming is weliswaar niet lucratief voor speculanten, maar veel gemeenten aarzelen lang om de natuurbestemming planologisch vast te leggen.

In dat vacuüm blijven speculanten azen op de grond. Want grond waar later woningen of wegen op worden gebouwd, is wel interessant voor speculatie. Gemeenten moeten uiterlijk in 2005 in hun bestemmingsplannen hebben vastgelegd, welke grond in aanmerking komt voor natuur. Tot die tijd blijft de situatie onduidelijk en wordt de aankoop voor natuur afgeremd.

Een heel duidelijk voorbeeld is de Haarlemmermeer. 'Er is discussie over uitbreiding van Schiphol en over eventuele bouw van een nieuwe stad. Grondeigenaren vermoeden dat ze daar later heel veel beter van worden', zegt De Schutter.

Er moet weer een duidelijke regie komen voor het natuurbeleid onder aanvoering van het rijk, vindt Wiertz. Dan kan het rijk gerichter gronden aankopen zodat grote natuurgebieden ontstaan. De kwetsbare kleine natuurgebieden moeten planologische worden beschermd. Om zo'n gebied heen moeten vervuilende activiteiten worden geweerd.

In de bufferzone rondom kwetsbare natuur moet de overheid agrarisch natuurbeheer en biologische landbouw stimuleren, vindt Wiertz. 'Zo kan een geleidelijke overgang in het landschap ontstaan van natuur, via een gevarieerd boerenlandschap naar een modern agrarisch landschap.'

In deze regie geeft de overheid aan welke natuurkwaliteit er na de aankoop van grond uiteindelijk moet ontstaan. Nu gebeurt dit niet. Een provincie als Gelderland is al niet happig om grond te kopen voor natuur, zegt Hijdra van Natuurmonumenten. 'Gelderland wil het liefst veel agrariërs en particulieren inschakelen bij natuurbeheer, zodat aankoop achterwege kan blijven.

'Gelderland speelt daarmee handig in op de beeldvorming over natuur bij het grote publiek. Menig Nederlander ervaart een weiland met koeien als natuur. Maar natuurbeschermingsorganisaties vinden dat natuur uit wat meer moet bestaan dan vijf soorten gras. Wij willen er ook vogels, amfibieën, reptielen en veel planten.'

Er is een manier om meer vaart in de natuuraankopen te krijgen. Gemeenten zouden grond voor natuur moeten onteigenen, net zoals dat gebeurt voor woningen en wegen.

Meer over