Natte dromen van steur in de Rijn

De steeds schonere Rijn is klaar voor de herintroductie van de steur, vindt het Wereldnatuurfonds. Maar een ecologische functie heeft de reuzenvis nauwelijks....

VOOR SOMMIGE natuurbeschermers is de Nederlandse natuur pas af waneer de gehele ark van Noach is ontscheept. Het Wereldnatuurfonds (WNF) smeedde jarenlang plannen voor de herintroductie van de zeearend, hoewel die vogel uit zichzelf blijkt terug te komen. De bever werd met succes teruggezet in de Biesbosch. Dus gaat binnenkort ook de otter in reprise, hoewel sommige biologen betwijfelen of dat dier het in Nederland zal redden.

Ook met de terugkeer van de zalm in de Rijn wordt al jarenlang geëxperimenteerd. De rivier is intussen schoon genoeg, maar ondanks een duur herintroductieprogramma waarin acht miljoen jonge zalmen werden uitgezet, ontwikkelt zich daar niettemin geen levensvatbare populatie.

Aan symboolvissen echter geen gebrek. Afgelopen jaar liet het Wereldnatuurfonds het onderzoeksbureau stichting Ark uitzoeken of de Rijn inmiddels niet óók geschikt is voor de steur. Deze kaviaarproducerende vis kwam tot aan de jaren dertig nog in de rivier voor, maar is er vooral vanwege de visvangst en deels door kanalisatie en watervervuiling uit verdwenen.

Wat betreft image is de steur nauwelijks te overtreffen. Het beest kan uitgroeien tot de haaiachtige grootte van 3,5 meter en kan 250 kilo zwaar worden. De Atlantische steur, schrijven de biologen van stichting Ark bereidwillig in hun onderzoeksrapport, 'is in de Europese rivieren de mammoet onder de vissen en behoort bovendien tot een van de meest bedreigde diersoorten, meer nog dan de reuzenpanda'.

Vooral dat laatste zou het pandaminnende Wereldnatuurfonds zich moeten aantrekken. En inderdaad blijkt de organisatie nu officieel van mening dat de Rijn klaar is voor terugkeer van de steur. De vis kan opnieuw in de rivier worden geïntroduceerd zodra de populatie hersteld is in de laatste twee Europese rivieren waar hij nu nog in het wild voorkomt, vindt het WNF. Wanneer dat zo is, durft men niet te voorspellen. 'Daarvoor is nader onderzoek nodig en het initiatief daartoe hebben we overgedragen aan de Organisatie tot Verbetering van de Binnenvisserij OVB', zegt WNF-woordvoerster Ester Naber.

Te vervuild is de Rijn in elk geval niet, verzekert bioloog drs Willem Overmars van de stichting Ark. 'De Rijn zit vol met leven en vol met vis. Zelfs de haven van Rotterdam is niet meer de zuurstofloze prop die het jaren geleden was. Bovendien is de steur vermoedelijk niet erg kritisch ten opzichte van de waterkwaliteit, hoewel we dat niet zeker weten. De gehaltes cadmium in de Gironde in Frankrijk, waar de steur nog voorkomt, zijn hoger dan in de Rijn. Maar feit is ook dat het met de steur in de Gironde niet zo goed gaat.'

De droom van Overmars is dat hij ooit op een zomers terras aan de Rijn bij Nijmegen opkijkt van zijn glas witte wijn 'en dan zo'n school steuren ziet opspringen met hun indrukwekkende anderhalve meter lengte'.

'Dat is een emotioneel argument. Ik vind het leuk wanneer dieren die hier van nature voorkomen, er ook echt zijn. Los daarvan geldt het biologisch-wetenschappelijk argument dat de Atlantische steur op uitsterven staat, en dat het voor het ecosysteem goed is om dat te voorkomen.'

Dat de steur nog een vitale ecologische functie te vervullen heeft in de Rijn, staat echter niet vast. Voor het leven in de rivier maakt het waarschijnlijk niets uit of de Atlantische steur daarin voorkomt of niet. Bovendien, zo vult de bioloog ongevraagd aan, is in de Rijn inmiddels een exotische steur (de Acipenser Stellatus) in opmars die massaal uit vijvers en aquaria is losgelaten omdat het dier daarvoor veel te groot wordt.

Die toevallig geïntroduceerde vis lijkt in vrijwel alles op de Atlantische steur en kan zijn biologische niche waarschijnlijk zó overnemen, denkt hij. 'Het zou me niet verbazen wanneer dat over tien of vijftien jaar werkelijk gebeurt. Als wetenschapper behoor je dat erg te vinden, maar persoonlijk sta ik er laconiek tegenover.'

De steur is behalve indrukwekkend groot ook indrukwekkend lekker. Vissers zouden zichzelf behoorlijk geweld moeten aandoen om het beest levend terug te gooien. In combinatie met de uitzonderlijk trage voortplanting maakt dat het dier extra kwetsbaar, denken biologen.

Een vrouwtjessteur doet er met veertien jaar bijna even lang over als een mens om geslachtsrijp te worden. Zodoende herstelt de vis zich bijzonder traag van ecologische tegenvallers.

Onderzoeker drs. Jan Klein Breteler van visserij-organisatie OVB noemt het argument spontaan zelf: 'Met het wegvangen van enkele duizenden exemplaren kan de populatie steuren al geschaad worden. Dat is in het verleden ook gebeurd. Bij een eventuele herintroductie moeten we dat risico onder ogen zien. Ook de intensieve visserij op de Noordzee is nog een onzekere factor', zegt hij.

Beroepsvissers melden volgens de OVB overigens nog steeds dat ze soms een échte Atlantische steur hebben gezien. En hoewel dat volgens de experts uitsluitend kan gaan om hybride exemplaren (kruisingen tussen exotische steuren), is Breteler daar nog niet van overtuigd. 'Misschien zit de echte steur wel degelijk in de Rijn. Zolang we dat niet zeker weten, moeten we niet aan herintroductie denken.'

Met die laatste conclusie is milieu-ecoloog dr. Bas de Groot, een echte steurdeskundige, het van harte eens. Het opnieuw uitzetten van de steur in de Rijn heeft inderdaad niet zoveel zin, zo oordeelt de oud-expert van het Rijksinstituut voor Visserij-Onderzoek RIVO en eindredacteur van het vakblad Aquaculture Research.

'Je zou moeten uitzoeken welke Europese rivier het meest geschikt is voor herintroductie van deze vis, en het zou me hooglijk verbazen wanneer dat de Rijn zou zijn. Ik denk dat vervuiling daar een belangrijke rol speelt in het verdwijnen van de vis.'

De Duitse steurliefhebbers, verenigd in het Gesellschaft zur Rettung des Störs zijn al een stuk verder in het uitzetten van steuren in de Oder. Als er één Europese rivier geschikt is voor dat experiment, meldt projectleider Gert Michaell Arndt vanuit Rostock, dan is het die rivier. 'De Oder is schoner en natuurlijker dan de Rijn of de Elbe. En we zijn al jaren bezig met het opbouwen van een nieuwe populatie uit vissen die we gekregen hebben uit Frankrijk.'

En wanneer de Rijn ondanks de Duitse voorsprong alsnog in beeld zou komen, filosofeert ecoloog De Groot in zijn huiskamer in Santpoort, dan zou het Wereldnatuurfonds zich toch moeten afvragen afvragen of herintroductie wel zinvol is. 'Je kunt elke vis wel terugkweken, zelfs de walvis. Maar daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan.'

Net als de zalm zou de steur in de Rijn een hoogstens een panda-functie vervullen, denkt hij. 'En waarom moet dat altijd het grootste dier van het circus zijn?' Wie iets wil doen voor bedreigde vissoorten kan in Nederland ook kiezen voor de kwabaal, de barbeel, de alver of de kopvoorn, vindt hij.

De Groot: 'Daar kom je niet mee in de krant en de minister gooit voor die vissen ook niet de eerste emmer leeg. Maar het zou niet minder nuttig zijn.'

Meer over