Nationale trots

De jongste wanhopige poging tot h(v)ervorming van onze schrijftaal door de Taalunie doet bij mij de vraag rijzen hoe het toch komt dat men meent de Nederlandse taal met regelmaat op de pijnbank te moeten leggen, terwijl landen zoals Engeland, Duitsland, Frankrijk en Spanje hun geschreven taal met rust laten?...

De verklaring ligt voor de hand: het ontbreekt ons, in tegenstelling tot de inwoners van die landen, volstrekt aan respect voor onze taal en daarmee voor onze geschiedenis, want die twee hangen onverbrekelijk samen. Het is het zoveelste bewijs dat het ons mankeert aan gezonde nationale trots. Wij laten toe dat een betweterige commissie onze taal mishandelt onder het motto dat het anders te ingewikkeld wordt. Zelfs de meest tolerante taalgebruikers zien nu in dat de verwarring door al dit gesleutel alleen maar is toegenomen. Het gevolg is dat een vooroorlogs boek in het Nederlands nu een archaïsch geschrift lijkt, dit in schrille tegenstelling tot bovengenoemde talen die nog even actueel zijn als een halve eeuw geleden.

Het protest van dagbladen en schrijvers tegen dit laatste bedenksel komt helaas te laat. Het kwaad is al geschied. Meer effect zou het hebben als een krant, bijvoorbeeld de Volkskrant, de moed zou hebben het afbraakproces te stuiten door terug te grijpen op een vroegere spelling en zo te laten zien wat er verloren is gegaan.

Meer over