Profiel

Najibullah hielp Nederlanders in Afghanistan en heeft nu zelf hulp nodig

De Afghaanse dertiger Najibullah Sahibzada werkte jarenlang voor westerse hulporganisaties en leidde Nederlandse journalisten rond door zijn provincie Uruzgan. Nu is hij gevlucht omdat de Taliban hem dood willen hebben. ‘Ik heb jullie geholpen en nu heb ik hulp nodig.’

Diplomaat Marten de Boer en fixer Najibullah Sahibzada van achteren gezien. Tarin Kowt, oktober 2020. Beeld Noël van Bemmel
Diplomaat Marten de Boer en fixer Najibullah Sahibzada van achteren gezien. Tarin Kowt, oktober 2020.Beeld Noël van Bemmel

Halsoverkop vluchtte de Afghaanse fixer Najibullah Sahibzada ruim een week geleden van zijn woonplaats Tarin Kowt naar de hoofdstad Kabul. Een rondje bellen met vrienden in omliggende dorpen maakte hem duidelijk: een Taliban-strijdmacht verzamelt zich voor een grote aanval op het provincieplaatsje waarvoor Nederland ooit verantwoordelijkheid nam (2006-2010). Najibullah’s gezin ging over de asfaltweg die met buitenlands geld is gebouwd, zelf ritselde de dertiger een ritje met een legerhelikopter. Dat zegt iets over diens angst voor Taliban-checkpoints, maar ook over zijn uitstekende connecties bij de Afghaanse overheid. Najibullah werkt al vijftien jaar voor Westerse hulporganisaties en leidde vele Nederlandse journalisten, onder wie deze verslaggever, rond in zijn provincie.

De Taliban veroverden Tarin Kowt en zetten hun opmars voort. Najibullah wil politiek asiel aanvragen in Nederland. ‘Hoe doe ik dat?’, appt hij vanuit Kabul waar hij met zijn zwangere vrouw en negen kinderen is ingetrokken bij familie. Als ook de hoofdstad valt, stelt hij, zullen de Taliban hem doden. ‘Ze hebben al twee keer een brief onder mijn deur geschoven waarin ze zeggen: we weten waar je woont, we zullen je doden.’ Ik vertel hem dat Nederland geen asielaanvragen behandelt van fixers (journalistieke assistenten), maar de VS, de VK en Duitsland wel. Heeft hij geen journalisten uit die landen geholpen? ‘No, no, only Dutch!’

Asielaanvraag

Najibullah heeft dus pech. Toen de Nederlandse militairen arriveerden in zijn provincie, studeerde hij accounting en management en hielp hij zijn familie op de boerderij. Omdat hij redelijk Engels sprak, kreeg hij in 2005 een parttime baantje voor de Amerikaanse hulporganisatie US Aid. Van 2008 tot 2016 werkte Najibullah voor de Duitse hulporganisatie GIZ die met Nederlands geld een grote asfaltweg aanlegde, die het raketbestendige luchthavengebouw bouwde en een grote landbouwschool neerzette. Daarna werkte hij voor de Zwitserse hulporganisatie Centre for Humanitarian Dialogue (HD). Een poging om in Duitsland asiel aan te vragen, strandde om bureaucratische redenen.

‘We deelden amandel- en fruitbomen uit, legden microdammen, greppels en wegen aan, bouwden een grote vakschool en een onderzoeksboerderij.’ Bij problemen organiseerde Najibullah bijeenkomsten tussen tribale leiders en de buitenlandse vreemdelingen. Voor HD organiseerde hij onder meer polio-vaccinatiecampagnes in afgelegen dorpen. ‘Ik was het gezicht van de buitenlanders in alle districten.’ Daarnaast hielp Najibullah de Nederlandse journaliste Bette Dam voor haar boeken over de Afghaanse president Karzai en over Talibanleider Mullah Omar. Ook de Volkskrant, de NOS, de Groene Amsterdammer en fotografen Hans Stakelbeek en Jeroen Oerlemans maakten gebruik van zijn diensten. Soms betaald, soms onbetaald.

Buitenlandse spionnen

Najibullah appt een keurige brief in het pashtun, gedateerd 11 januari 2021, en voorzien van een logo met kromzwaarden, een koran en een kloek stempel. ‘De Taliban schrijven dat ik voor ongelovigen heb gewerkt en buitenlandse spionnen naar de dorpen heb gebracht.’ Met die laatste beschuldiging bedoelen de Taliban volgens hem Nederlandse journalisten. ‘Er staat verder: je bent ontsnapt, we weten waar je bent, we zullen je pakken of we zullen je doden.’ Afgelopen weekend confisqueerden de Taliban zijn huis in Tarin Kowt.

Dat van die ontsnapping zit zo: toen Najibullah in maart 2018 terugreed van een polio-inentingsproject werd hij gestopt door agenten. ‘Dat bleken Talibanstrijders die de uniformen van gedode agenten hadden aangetrokken.’ Najibullah werd vastgebonden achterin een pick-uptruck gegooid. ‘Die avond vonden ze uit wie ik was en kreeg ik te horen: jij hebt ongelovigen geholpen. Jij bent nog erger dan zij, want jij bent een moslim. Ik kreeg kettingen aan mijn enkels, werd ondersteboven gehangen en geslagen met de steel van een schep en een plastic waterslang. Sindsdien loop ik mank.’

Na zes dagen moest Najibullah te voet en per ezel naar het bergdorpje Sawali Kot waar de Taliban een gevangenis hadden ingericht in een tunnel. ‘Daar ben ik 17 maanden gebruikt als slaaf. We moesten bommen maken door jerrycans te vullen met kalium. Een wit poeder waar je hoofdpijn van kreeg en dat zij zelf niet wilden aanraken. We leefden met zestig mannen in het donker, we kregen ’s avonds oud brood en een ui te eten, er was geen wc. Sommigen gevangenen gingen dood.’ Om de drie maanden arriveerde volgens Najibullah een Talibanrechter uit Pakistan. ‘We moesten dan een voor een geblinddoekt naar buiten. De een kwam terug, de ander niet.’

Gestolen ambulance

Met vier andere gevangenen werd Najibullah per gestolen ambulance naar de Pakistaanse grens gereden. Als telg van een machtige familie in Uruzgan, gelieerd aan voormalig president Karzai, was Najibullah een waardevolle gevangene. In de bergen op de grens bleken de Taliban net begonnen aan een nieuwe tunnel. ‘We kregen scheppen en houwelen en moesten meer dan honderd meter diep graven. We bouwden ook een slaapzaal, wc en keuken voor de bewakers. ’s Nachts werden de gevangenen aan elkaar gebonden met een ketting. Na vier maanden vroeg Najibullah hulp aan een bewaker die instemde in ruil voor een betaling in de toekomst.

‘Het was half acht ’s avonds. Ik zei dat ik de theeglazen ging spoelen. Ik liep naar buiten en wenkte een medegevangene die met me zou meegaan. ‘We renden de berg af; maar al na vijf minuten hoorden we bewakers schreeuwen. We verstopten ons in het hoge gras langs een rivieroever en de Taliban reden heen en weer op motoren en schoten in de bosjes. Later staken we de rivier over en klommen urenlang omhoog in het donker.’ Hun reis door Pakistan zonder geld en papieren is een verhaal op zichzelf. Korte versie: het tweetal keert uiteindelijk terug in Tarin Kowt waar zijn reisgenoot alsnog wordt doorzeefd door twee schutters op een motorfiets.

Vakschool

‘Ik begrijp dat jullie willen weten of al dat belastinggeld wel goed is terechtgekomen’, zei Najibullah krap acht maanden later tegen de Volkskrant-verslaggever en tegen voormalig diplomaat Marten de Boer. We komen kijken wat er na tien jaar over is van de belangrijkste ontwikkelingsprojecten. Met zijn manke been hobbelt Najibullah tevreden over het terrein van de fraaie vakschool waar die dag honderden scholieren uit heel Uruzgan les krijgen. ‘Zie je wel, sommige dingen gaan wel goed.’ Met plezier, zegt Najibullah nu, nam hij Nederlandse journalisten jarenlang mee om naar ontwikkelingsprojecten in dorpen te kijken. ‘Ik heb jullie geholpen en nu heb ik hulp nodig.’

Meer over