Nagalm in het zwangkoor

Nederlanders heten per traditie een weinig muziekminnend volk te zijn, maar toch zijn er in dit land naar schatting 450 duizend zanglustigen die met onvolprezen trouw en volharding wekelijks naar de plaatselijke school of het clubhuis afreizen voor hun vaste kooravond....

Waar in groepsverband gezongen wordt tot nut van het algemeen, zijn de zuilen en bonden van het Nederlandse verenigingsleven nooit ver weg. Van de dertienduizend koren zijn er negen á tienduizend aangesloten bij elf verschillende bonden in variëteiten als katholiek, gereformeerd, liberaal en neutraal. Iedere bond heeft uiteraard weer een eigen blaadje en als je daar als goedwillende amateurvereniging meer van wil maken dan een verzameling huishoudelijke mededelingen is dat een bewerkelijke opgave.

Tot voor kort had de KBZON (Koninklijke Bond van Zang- en Oratoriumverenigingen in Nederland) het blad Koorvenster en deed de GOMZ (Gereformeerde Organisatie voor Muziek en Zang) verslag van haar beslommeringen in het Klankbord. Maar in samenwerking met de Koninklijke Christelijke Zangersbond (KCZB) en het landelijk instituut voor de koorzang SNK hebben de bonden sinds deze maand een soort oecumenisch zangersblad met de ondubbelzinnige titel Zing dat elke twee maanden in een oplage van 16.500 verschijnt.

Uiteraard hebben de drie deelnemende bonden elk hun eigen mededelingenpagina in Zing. De KCZB doet verslag van een dagje Improviseren met de Bijbel en loopt vooruit op een studiedag op 7 november over vergrijzing bij oratoriumkoren (eind 1997 was 67 procent van de koorleden ouder dan 50). De KBZON organiseerde de Vocal Jazz Dagen 1998 en Borg Diem Groeneveld doet voor de GOMZ een Koorproject Boventonen, waarin de deelnemers onder meer een 'een vrijere adem, een nieuwe kijk op vocalen, een zeer verfijnde articulatie' en 'een gescherpt gehoor' wordt geboden.

Conform het redactiestatuut is Zing echter meer dan een boodschappenblad. Het bevat tevens artikelen die zowel 'populair en verstrooiend-informatief' als 'deskundigheidsbevorderend' zijn.

In deze eerste Zing vertellen de leden van Quink Vocaal Ensemble wat te doen in zalen 'waarin de nagalm zakt'; wordt enthousiast melding gemaakt van de Nederlandstalige premiere van de komische opera L'Etoile door de Groninger Opera en Operette Vereniging en vertelt pianist Jan Vayne over zijn vocaal hoogtepunt: 'Ik maak momenteel een kerst-cd met Holland Boys Choir: erg fijn om te doen.'

Zangpedagoge Wilma ten Wolde constateert dat kinderen 'juist heel goed hoog zingen' en eindredacteur Hilbrand Adema is tevens gids in het 'digitale korenveld'.

Met zoveel zangers en zwangers in Nederland zal Zing zonder twijfel in een behoefte voorzien, maar de bondsgeuren en spruitjeslucht is het blad in dit eerste nummer nog niet ontstegen. Ook lettertype, opmaak en fotografie doen nogal oubollig aan. Gezien de achtergrond van de redactieleden zou Zing zeker aan inhoudelijke sterkte kunnen winnen, maar dat vraagt dan toch meer visie dan nu uit het redactiestatuut blijkt.

Pay-Uun Hiu

Meer over