Nadenken over een afwasborstel

In Eindhoven zetelt de Design Academy. Leerschool voor aanstaande vormgevers en 'conceptbedenkers', die er zelfs voor uit Korea komen. Goed nadenken en voelen, dat is het voornaamste....

door Machteld van Hulten

Zo ontspannen mogelijk wachten ze op haar komst, Gwen Huskens, Ralph Nauta, Cis van den Nieuwenhof, Susanne Happle en Lonneke Gordijn. De vijf tweedejaars-studenten van de Design Academy Eindhoven hangen op de banken in de lounge op de 'vijfenhalfde' verdieping. Op tafel staan rode wijn, jus, borrelnootjes en brood met tapenade klaar. De muur hangt vol A4-tjes met in hanenpoten geschreven steekwoorden: digibeet/digitaal, tampons/maandverband, rood/blauw, chaos/orde, man/vrouw, innerlijk/uiterlijk. Straks moet 'Lidewij' kiezen wat zij het belangrijkst vindt, legt Lonneke uit.

Eigenlijk had ze er al moeten zijn. 'Maar', zegt Gwen, 'ze is nu eenmaal de koningin. Dus moet ze zich als een koningin gedragen.'

Nog één keer wordt het aanstaande 'interview' met academie-directeur Lidewij Edelkoort doorgesproken; voor kunstgeschiedenis willen de vijf een referaat houden over Nederlands bekendste trendwatcher. Het is raar, zegt Lonneke: 'Ze is heel belangrijk, maar we kennen haar helemaal niet. Je ziet haar wel door school lopen, maar dan is ze meestal omgeven door mensen. Niemand durft haar aan te spreken.'

Ondanks de goede voornemens - 'we moeten niet in haar sleur mee' - is het even aftasten als Edelkoort binnenkomt. Met lichte tegenzin neemt ze plaats op de ligbanken en drinkt ze van de rode wijn. Ondertussen poedert ze haar gezicht en stift ze haar lippen, omdat Ralph het gesprek op video opneemt. Maar na een uur over de school, het Nederlands design en koetjes en kalfjes te hebben gepraat, zitten de vijf - met rode wangen, dat wel - ontspannen onderuit. Op knieën en ellebogen schenkt Edelkoort nog een wijntje in.

Hobby

Sinds januari 1999 is Lidewij Edelkoort samen met Liesbeth in 't Hout (voorheen docente en coördinator bij de afstudeerrichting Vrije Tijd) directeur van de Design Academy Eindhoven. De school is haar hobby, Studio Edelkoort SA in Parijs het echte werk. Toekomstvisies ontwikkelen over levensstijlen, mode en trends, dat is haar vak. De hele wereld reist ze ervoor af. Grote bedrijven als Nissan, Philips, Lancôme en Coca-Cola schakelen haar in bij de ontwikkeling van nieuwe producten. De Nederlandse overheid vroeg haar, eind jaren tachtig, een studie te maken over de te verwachten levensstijlen en de gevolgen daarvan op het milieu.

Eén week in de maand is Edelkoort in de Witte Dame, de voormalige gloeilampenfabriek uit de jaren twintig, waar de academie sinds 1998 is gehuisvest. Dan doet ze, gebruikmakend van haar wereldwijde netwerk, de publiciteit, houdt hier en daar een lezing en bepaalt ondertussen met In 't Hout de koers van de Academy. Als ze er niet is, gonst haar naam door het gebouw; geen les gaat voorbij of het toverwoord 'Lidewij' valt.

De onderuitzakstoel thuis, de fietsenrekken buiten, de stadsbus, de verpakking van een liter perensap of de computer op kantoor - het is allemaal vormgegeven; over functie en vorm en hoe die twee zich met elkaar verhouden is, als het goed is, terdege nagedacht. Scherp waarnemen, grondig onderzoek doen naar het hoe en waarom van een product en de behoefte van de gebruikers - dát zijn de belangrijkste vaardigheden die de aankomende ontwerpers in Eindhoven leren. Daarvoor hebben In 't Hout en Edelkoort speciale vakken ontwikkeld, zoals Respect en It's you.

Edelkoort: 'Liesbeth en ik hebben dezelfde filosofie. Maar we leggen onze visie niet op aan een heel instituut. Het moet niet dogmatisch worden. Het is hier geen Bauhaus.'

Fabriek

Het zes verdiepingen tellende gebouw heeft van binnen nog steeds de open sfeer van een oude fabriek. Voor de komst van de academie werd het gebouw van De Stijl in 1998 heringericht door architect Bert Dirrix. Lokalen zijn er eigenlijk niet. De gangen dienen als lesruimte, atelier, vergaderzaal en ontmoetingsplek. Op de vierde verdieping zitten alle acht afstudeerrichtingen bij elkaar in één enorme ruimte, die gecompartimenteerd is met schotten, schermen en gordijnen.

De lessen die worden gegeven, laten zich het best omschrijven als 'bijeenkomsten' of 'kleine vergaderingen waar docenten en leerlingen ideeën uitwisselen'. 'Docenten' noemen zichzelf liever niet zo, en lesgeven, dat doen ze al helemaal niet; zij zijn begeleiders die studenten helpen op het moment dat zíj daarom vragen.

Dat vraagt discipline van de studenten, en motivatie. Wie in Eindhoven gaat studeren, kiest niet de stad, maar voor het vák, de academie. Mode, vrije kunst en een grafische afdeling vind je er niet. Industrieel design vormt de spil. De sociale, menswaardige, zeg maar de emotionele kant van het design, dat is waar de Design Academy voor staat; voor de technologische kant moet je op de technische universiteit wezen.

Om het maatschappelijke karakter van design te benadrukken beginnen alle acht afstudeerrichtingen met het woord man: Man and Activity (apparaten, gereedschappen), Man and Mobility (vervoer, infrastructuur), Man and Identity (lichaamsverzorging, kleding) en Man and Leisure (persoonlijke hygiëne, sport). Aan het hoofd van elke richting staat een toonaangevende figuur uit de design-wereld, zoals bij Man and Living Gijs Bakker dat is - de man van Droog Design, die bekendheid verwierf met zijn geperforeerde stoelen van metaal en behang met kijkgaten.

Opgeruimd

Voor een creatieve opleiding is de Witte Dame opvallend leeg en opgeruimd. Nergens modellen, halfafgemaakte maquettes of mislukte bouwsels. Veel studenten werken thuis. Alleen op de vijfde verdieping, waar de eerstejaars zitten, worden 'basisvaardigheden' geoefend. Aan waslijnen hangen beschilderde doeken te drogen. Een groep studenten is bezig met het natekenen van een racefiets. Verderop worden witte 3D-modelletjes van papier in elkaar gelijmd.

In Eindhoven wordt vooral veel gepráát. De Design Academy is geen doorsnee beroepsopleiding. 'Het is een instituut waar mensen gevormd worden tot zeer creatieve mensen', zegt docent Jan van der Linden. 'Sensitiviteit, daar gaat het om. Mensen die hier afstuderen zijn vormgevers, maar vooral conceptbedenkers. Bij grote bedrijven, zoals Renault en Philips, is een enorme behoefte aan sensitieve denkers.'

Het denkterrein is breed. Hoe willen we ons over een paar jaar verplaatsen? Op wat voor soort banken kun je het lekkerst loungen? Nu schieten nog overal noodles-restaurants uit de grond, maar hoe lang nog? En: wat komt daarna?

Sommige studenten spreken intussen al een aardig woordje 'Edelkoorts' mee. 'We worden opgeleid als bewust van de wereld', aldus Gwen Huskens. 'We hebben overal een mening over.'

Iets met positief denken en opbouwende kritiek, legt een student uit. Nog niet alle eerstejaars zijn er achter wat het vak Respect precies inhoudt of waartoe het dient. 'Respect voor het creatieve proces krijg je', zegt docente Nannet van der Kleijn, 'door je gedachten en ideeën meteen te materialiseren.' Dat wil zeggen: 'Niks in je hoofd houden, d'ruit met die zooi. Door te doen, met je handen, gebeuren dingen die niet in je gedachten kunnen ontstaan.'

'Je moet je bewust zijn van de impact die jouw ontwerpen hebben op het dagelijks leven', benadrukt Van der Kleijn. Wat ze haar leerlingen in feite leert, is vóelen. 'Ik denk zelf altijd twee keer na voordat ik de mixer gebruik, omdat dat ding zo moeilijk schoon te krijgen is. Met leerlingen ga ik binnenkort bij hen thuis schoonmaken en strijken, gewoon om het gemak en het ongemak van voorwerpen te voelen. Laat ze maar eens nadenken over een afwasborstel.'

Buitenland

Een kwart van de 650 studenten komt uit het buitenland; vanuit Korea, Israël en Amerika komen ze naar Eindhoven toe. Nederland geniet aanzien op het gebied van design. 'Japans design ziet er bijvoorbeeld heel mooi uit', zegt Edelkoort, 'maar ze weten nooit waaróm iets er zo uit ziet. In onze ogen is research en ideevorming de helft van het ontwerpen. Als dat goed is, ontstaat de tastbare vorm op natuurlijke wijze. Als vanzelf.'

Dutch Design staat bekend als eenvoudig, helder, maatschappelijk én eigenwijs, met humor. Het werk van een toonaangevende ontwerper als Marcel Wanders - de stoel die hij maakte van geknoopt touw of de lamp van gestapelde lampenkapjes - noemt Edelkoort modern klassiek. 'Vernieuwend, maar evident. Alsof het er allang had moeten zijn.'

Leden van de vermaarde ontwerpersclub Droog Design geven les op de Academie of komen er vandaan. Sinds de oprichting van de academie in 1947 zijn er veel ontwerpers van naam uit voortgekomen, zoals Piet Hein Eek, Richard Hutten, Hella Jongerius, Jurgen Bey en Job Smeets. In 1999 werd de oorspronkelijke naam Academie van Industriële Vormgeving veranderd in het internationale Design Academy Eindhoven. De naam geeft ook aan dat het niet meer simpelweg gaat om het 'maken van spullen'. Edelkoort: 'Je kunt ook een visie ontwerpen, of een strategie.'

Adviseur

Niemand van de docenten werkt vijf dagen in de week op de academie. Allemaal hebben ze hun eigen werk als productontwerper, adviseur of beeldend kunstenaar. Zo zijn ze in staat 'signalen' uit het veld op te vangen en die meteen te verwerken in het onderwijs. Zo is ook de afstudeerrichting Man and Well-being ontstaan. Vanuit de industrie kwam steeds meer vraag naar het ontwerpen van 'software', zegt In 't Hout. 'Vroeger was het alleen: maak het soepbord. Nu maken we niet alleen de parfumles, maar ook het parfum. De verpakking én het wasmiddel, het voedsel en de cosmetica.'

Een andere nieuwe richting is Het Atelier, als tegenhanger van de digitalisering en het conceptdenken. Een afstudeerrichting onder leiding van ontwerpster Hella Jongerius die zich puur op handwerk richt. Gewoon: stoelen stofferen, knoeien met klei en vormgeven 'vanuit het materiaal'. En nog nieuwer is het Funlab, dat met ingang van 1 september een officiële masteropleiding wordt, onder leiding van Droog-Designadept Ed Annink - de eerste die geheel door het bedrijfsleven wordt gefinancierd.

In het Funlab draait het om het ontwerpen van experience en entertainment. 'Het idee voor die richting kwam eigenlijk van Vekoma, een achtbanen-fabrikant', zegt In 't Hout. 'Die zitten aan hun top: het kan niet sneller, niet steiler en je kunt mensen ook niet nog langer ondersteboven laten hangen. Bij De Efteling speelt dat ook; maar behalve bij Disney wordt er nergens over nagedacht.'

Stress

Intussen heeft de eindexamenstress de laatstejaars van Man and Communication, de afstudeerrichting onder leiding van grafisch ontwerper Anthon Beeke, al aardig in z'n greep. Zojuist hebben Ruben Steeman, Jessica Glasmacher, Rachel van Outvorst en Cathy Noordhuizen de ruimte bekeken waar hun eindexamenwerk tentoongesteld gaat worden. 'Veel te klein voor met zijn achten', moppert Rachel. 'Ik heb een digitale presentatie, dus ik moet grote schermen ophangen. Ik hoop maar dat er wat van te zien is, want overal zijn ramen en spiegelingen.'

In de Z-bar, de luxe kantine met harig grijs tapijt en leuke poefjes, zit het viertal stevig te roken. Slechts twee van de acht studenten uit hun groep hebben bij voorbaat al 'groen licht' gekregen. 'Anthon Beeke vindt dat we te weinig hebben gedaan', zegt Ruben. 'Hij mist persoonlijke bezieling, het is hem lang niet wild genoeg.'

De opdracht was een werk te maken over de Zeven Hoofdzonden. Rachel heeft een cd-rom samengesteld over het thema Lust gemaakt - een soort seksuele voorlichting. Cathy bedacht een cursusboekje over gezond eten voor (te dikke) kinderen. Maar op de uitvoering, vrolijk gekleurde proefpagina's op A5-formaat, heeft docent Ad Broeders nog wel het een en ander aan te merken. Ze zou een 'menselijker', 'gezelliger' lettertype moeten gebruiken.

Nog drie weken heeft Cathy om de puntjes op de i te zetten: 19 juni is de beoordeling. Na de vakantie, in oktober, zal ook haar boekje te zien zijn op de Graduation. De jaarlijkse tentoonstelling van eindexamenwerk, voorheen in de Beurs van Berlage, wordt dit jaar voor het eerst in de Witte Dame gehouden. Veel bedrijven en ontwerpburo's zijn er als de kippen bij, op zoek naar aanstormend talent.

Dat de eigenzinnige studenten van de Design Academy goed in de markt liggen, ondervinden ze bijna allemaal. Tijdens stages merken ze het, of als ze de eerste zelfstandige stappen zetten op het pad van professional. Jessica weet het zeker: 'Wij denken verder. Wij zijn meer dan alleen vormgevers.'

Meer over