Nabije performers worden nergens blok aan het been

Het lijkt wel een plaats-delict. Het licht tussen de stoelen in de zaal is agressief fel, alsof het de naakte waarheid wil onthullen....

Het merendeel van de voorstelling speelt zich vervolgens af op het met zwarte doeken omsloten achtertoneel. Dansvloer is een gigantische, rechthoekige houten tafel op borsthoogte. Het publiek staat erlangs.

Een mooie geluidsmontage doordrenkt de hele ruimte. Alleen het stampen of vallen op het hout doorbreekt de stroom van kletterende regen en de zachte blues, bestaande uit 35 variaties op Gloomy Sunday, een Hongaars lied uit 1933 dat tot een grote golf van zelfmoorden geleid zou hebben.

Grégory Grosjean, Gemma Higginbotham, Samuel Lefeuvre, Sofiane Oussi en Nikoleta Rafaelisova gaan in volle vaart over het tafelblad en schieten er soms ook vanaf, recht het publiek in. Hun lichamen kletsen tegen de grond of tegen elkaar. Wat een liefkozing had moeten zijn, wordt een nare nekverstrengeling van twee kemphanen.

De algemene sfeer van sombere berusting past totaal niet bij deze zeer fysieke en energieke, uitmuntend uitgevoerde bewegingen. Een dergelijk contrast zou ijzersterk kunnen werken. Maar daarvoor is de choreografie helaas veel te vormbewust, te esthetisch, te voorspelbaar.

Wil Michèle Anne De Mey ons werkelijk uit de rol van passieve toeschouwer halen, moet er meer gebeuren. Blaffende honden bijten niet.

Meer over