Naastenliefde

EERLIJK gezegd moet ik toegeven dat ik een beetje sceptisch ben ten aanzien van de motivatie van mensen die zich er niet voor generen als ethicus door het leven te gaan....

Natuurlijk weet ik ook wel dat de ethica een aloud gerespecteerd deel van de filosofie is, maar ik dacht altijd dat sinds de opkomst van de empirische menswetenschappen dit vak grotendeels bij het oud vuil was gezet. Bovendien heb ik tijdens mijn leven al zoveel ethische grenzen drastisch zien glijden en verschuiven, dat ik me oprecht afvraag waar iemand de onbescheidenheid vandaan haalt om andere mensen uit te leggen wat ethisch wel en niet verantwoord is.

Dus mijn eerste reactie op elk standpunt dat onze nationale ethica Heleen Dupuis inneemt, is er een van diepgewortelde scepsis, om niet te zeggen van een geladen cynisme. Maar bij veel standpunten zie ik pas hoeveel erin zit wanneer ik merk hoe irrationeel en hypocriet de weerstanden tegen zo'n standpunt zijn. Het is vaak net of iemand meer gelijk heeft naarmate de argumenten tegen het gewraakte standpunt dommer zijn, of naarmate de tegenstanders slechter blijken te luisteren.

Dus wanneer ik reacties lees als 'foute trut, vermorzelen moet je ze', 'immoreel', 'volslagen door de mand gevallen', 'misbruik van macht' en 'ongelooflijk naïef' op de suggestie van Dupuis dat we eens moeten nadenken over wie onze naaste is en wat wij bereid zijn in te leveren om die naaste te helpen, dan heeft Dupuis bij mij meteen het voordeel van de twijfel.

Het aardige is dat juist de tegenstanders van de omstreden ethica doen waarvan ik geneigd ben ethici te verdenken, namelijk zich moreel superieur en 'oprecht' altruïstisch opstellen, en doen alsof men er zelf buitengewoon hoogstaande ethische principes op nahoudt.

Het is pijnlijk om toe te geven, maar het is volstrekt hypocriet om te ontkennen dat wanneer het gaat om het helpen van mensen in nood, mensen volgens een aantal elementaire sociaal-psychologische principes scherp onderscheid maken tussen verschillende soorten naasten.

Stel, je bent in een brandend huis waarin een aantal personendreigt om te komen in de vlammen, en je hebt net genoeg tijd om er één te redden. Wie zou je dan redden? Je oma of je nichtje (tante- of oomzeggertje) van 3 jaar oud? Je vader of je dochter? Niet alleen de mate van verwantschap, maar vooral de kans dat de ander de eigen genen aan het nageslacht kan doorgeven blijkt doorslaggevend te zijn bij de beslissing wie te redden. Daarom kiezen mensen bijvoorbeeld eerder voor hun nichtje dan voor hun oma, of eerder voor hun jonge zus dan voor hun moeder.

Er is verder een diepgewortelde neiging anderen te helpen die iets met je gemeen hebben - de religie, de vorm van de neus, het aantal gemeenschappelijke letters in de naam, de artistieke smaak, of de politieke idealen. Zou een GroenLinkser die voor de keuze staat asiel te verlenen aan een idealistische, feministische vrouw of aan een fundamentalitische, seksistische man, het toch niet een klein beetje moeilijk krijgen met zijn altruïstische idealen?

Dupuis heeft gelijk dat sommige naasten meer naasten zijn dan anderen. De psychologische mechanismen die bij het definiëren van onze 'naasten' een rol spelen, zijn echter primitief, leiden voor ieder individu tot heel verschillende uitkomsten, en worden als strijdig ervaren met algemene ethische principes.

Psychologisch gezien een heksentoer om daarop een asielbeleid te baseren. Maar misschien wel beter dan al het geklungel dat nu plaatsvindt.

Meer over