Analyse

Naast de belaagde Oekraïense steden is er nog een tweede slagveld: dat van het internationaal recht

Vanuit wereldwijde verontwaardiging over het in Oekraïne schenden van de mensenrechten en de kernwaarden van het recht wordt alles uit de kast getrokken om Rusland te stoppen. Vooruitlopend op VN-onderzoek noemde de Amerikaanse president Joe Biden Poetin al een oorlogsmisdadiger.

Rob Vreeken
Mensen in een schuilkelder in Marioepol, Oekraïne. Beeld Evgeniy Maloletka / AP
Mensen in een schuilkelder in Marioepol, Oekraïne.Beeld Evgeniy Maloletka / AP

Dat president Biden Vladimir Poetin een oorlogsmisdadiger noemt, is geen onbesuisde uitspraak. Het is een weloverwogen stap in een oorlog die langer zal duren dan de strijd in Oekraïne. Naast de belaagde Oekraïense steden is er immers nog een slagveld: dat van het internationaal recht. Er is geen twijfel wie daarbij de beste wapens hebben: degenen die Oekraïne bijstaan.

Het inpikken van de Krim, het erkennen van separatistische regio’s, de invasie: het zijn stuk voor stuk flagrante schendingen van kernwaarden van het internationaal recht, om te beginnen het geweldsverbod uit het VN-handvest. Daarbij komen de oorlogsmisdrijven. Of die plaatsvinden, wordt onderzocht door VN-experts en door de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), maar hun conclusies lijken bij voorbaat duidelijk.

Achilleshiel

Beide initiatieven zijn manoeuvres in de ‘lawfare’, net als de zaak van Oekraïne bij het Internationale Gerechtshof. Dat heeft Rusland al gemaand de vijandelijkheden te staken, met voor het hof ongekende doortastendheid. Dat zelfs Poetin krampachtig probeert zijn optreden in volkenrechtelijke termen te gieten, illustreert de relevantie van het recht. Maar hij heeft een uitermate zwak verhaal. Het internationaal recht is Poetins achilleshiel.

Voor zijn tegenpartij is het daarentegen de sterkste troef. Niet een geopolitiek eigenbelang, maar het schenden van de mensenrechten en de kernwaarden van het recht genereert alom de verontwaardiging waarmee alles uit de kast wordt gehaald om Poetin te stoppen, van wapensteun en sancties tot een strafzaak bij het ICC.

Maar gelijk hebben is daarbij niet ogenblikkelijk gelijk krijgen. Moskou trekt zich – tot nu toe – van recht noch sancties iets aan. Maar ook niet van het militaire antwoord van de Navo. Zo’n antwoord is er namelijk niet, gezien het risico van een kernoorlog. Dat is een geopolitieke keuze. Wat géén geopolitiek is, is de wereldwijde mobilisatie tegen Moskou, ook van burgers. Die is ongekend en vloeit voort uit geschonden rechtsgevoel. Dát bepaalt de kracht ervan.

‘Er zijn twee oorlogen gaande’, zei Ruslandkenner en fellow van de Council on Geostrategy Mark Galeotti in Buitenhof. ‘De reële oorlog tussen Rusland en Oekraïne, en de niet-kinetische oorlog tussen het Westen en Rusland: juridisch, economisch, cultureel.’

Die tweede oorlog heeft volgens Galeotti ‘een enorme impact’, hoewel niet op korte termijn. ‘Het Westen en Oekraïne zijn hun respectievelijke oorlogen aan het winnen, maar dat betekent niet dat het resultaat snel komt.’

Twee maten

Inderdaad, met een strafonderzoek en een gasboycot worden de Russische tanks niet meteen verjaagd. Toch kan het belang ervan niet worden onderschat. Het VN-onderzoek naar oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid houdt het vuur van de verontwaardiging brandend. Rusland is niet het mikpunt van een obligaat pakketje sancties, maar van een economische oorlog die met het sluiten van een bestand niet zomaar afgelopen zal zijn.

Het ICC kan op termijn wel degelijk toeslaan. Milosevic, Mladic en Karadzic (Joegoslavië), Bashir (Soedan), Habré (Tsjaad) en Taylor (Sierra Leone) zijn uiteindelijk allemaal in het gevang beland. Dat kan ook Poetins lot zijn. En nú al is hij een internationale paria geworden.

Om effectief te zijn, moet de inzet echter zuiver blijven. Zo is Ruslands agressie geen vrijbrief voor Oekraïners om Russische militairen te martelen. Dat is nu een fictief voorbeeld, maar tegen Al Qaida maakten de VS er stiekem naar hartenlust gebruik van.

Door met twee maten te meten, zou het Westen zich in de voet schieten. Zulk gedrag kan de pleger nog lang worden nagedragen en is voor Moskou een nuttig wapen in de propagandaoorlog. ‘Rusland kan het twijfelachtige gebruik door het Westen van militair geweld in diverse delen van de wereld gebruiken om kritiek op zijn eigen schending van het recht te ondermijnen’, schrijft Malcolm Langford, hoogleraar in Oslo. ‘Veel landen in het Midden-Oosten, Afrika en Azië zijn sceptisch over de westerse hypocrisie, hoewel ze Oekraïne steunen.’ Laat staan als de rechtsbeginselen die nu reden zijn om Rusland aan te pakken, later als hinderlijk terzijde worden geschoven.

Veiligheidsraad

Eén slag heeft het Westen bij voorbaat verloren door in 1999 Servië te bombarderen. De Navo-actie om Kosovo maakte drie dingen duidelijk. Ten eerste dat de Navo geen louter defensief bondgenootschap is. Ten tweede dat het mogelijk is om ongestraft een land aan te vallen zonder toestemming van de Veiligheidsraad. En ten derde dat militair geweld kan resulteren in afscheiding van een deel van een land, zoals in 2008 uiteindelijk gebeurde.

Nergens is die boodschap zo goed verstaan als in Moskou. De Krim ging niet in 2014 verloren, maar in 2008.

Het is niet het enige punt waar de Russische retoriek een beetje hout snijdt. Ook in 2003 werd een land (Irak) aangevallen buiten de Veiligheidsraad om. ‘Vanuit ons gezichtspunt was deze oorlog illegaal’, zei VN-chef Kofi Annan destijds. Niets van dit alles kan overigens het optreden van Rusland nu rechtvaardigen. Het internationaal recht kent geen jij-bakken. Maar het kan wel inzicht bieden in de Russische denktrant.

Tussen onderdelen van het recht kan spanning bestaan, zoals territoriale integriteit versus zelfbeschikking. Of, zoals in Kosovo, het geweldsverbod tegenover bescherming van mensenrechten. ‘Humanitaire interventie’ is het – nog niet uitgekristalliseerde – antwoord daarop. In de Oekraïne-crisis gaan handhaving van de grenzen van Oekraïne, humanitaire bescherming en de regels over gebruik van geweld echter hand in hand. In de ‘tweede oorlog’ is dat een groot moreel en strategisch voordeel.

‘Het is belangrijk dat landen consistent zijn in hun verdediging van het internationaal recht’, schrijft Langford. Daar zullen de landen die Oekraïne helpen nu geen moeite mee hebben. Misschien later weer wel.

Meer over