Naast baan nog tijd om op kleinkinderen te passen

Ruim de helft van de opa's en oma's in Nederland past regelmatig op de kleinkinderen. De grootouders worden tegenwoordig op gedoogbasis bij de opvoeding betrokken: ze worden geacht zich naar de pedagogische inzichten van de ouders te voegen....

De Utrechtse sociologie-studente Janneke Oppelaar (24) heeft deze gegevens met moeite boven water getild. 'Als onderwerp van zelfstandig onderzoek is de informele kinderopvang in Nederland nog niet ontdekt', zegt Pearl Dykstra van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Vandaar dat Oppelaar zich nog voor de voltooiing van haar scriptie over oppas-oma's en -opa's tot een deskundige op dit terrein heeft kunnen opwerken.

Haar belangstelling voor het onderwerp is mede ingegeven door het feit dat zij behoort tot de slinkende kring van mensen die met een inwonende grootvader is opgegroeid. Hun onderlinge relatie was daar niet bij gebaat, zegt ze. 'Hij was nogal streng. Hij had er grote moeite mee dat ik dingen mocht die hij zijn eigen kinderen nog had verboden. Zo mocht ik altijd in de huiskamer komen - iets wat mijn vader alleen op de zondag was toegestaan.'

Inwonende grootouders, ooit een gangbaar verschijnsel op het platteland, zijn er bijna niet meer. Van de Nederlandse kinderen wordt vermoedelijk nog 0,2 procent door een inwonende grootouder opgevoed - tegen 10 procent in de Verenigde Staten.

Voor Amerikanen vormt de informele kinderopvang een geliefd onderzoeksgebied, evenals voor de Belgen. Bijna de helft van de Belgische grootouders blijkt zich ten behoeve van de kinderopvang geregeld te laten inroosteren. Van deze groep past 21 procent elke dag op en houdt 19 procent zich twee tot drie dagen per week beschikbaar.

Van de 55- tot 65-jarige grootouders in Nederland zegt driekwart soms of vaak op te passen. Bij de 65- tot 75-jarigen is dit 57 procent. In de leeftijdscategorie 75 tot 85 jaar past 28 procent wel eens op.

Het gros van de senioren treedt op als reservist of vult de professionele kinderopvang aan. Zo neemt de Amsterdamse grootmoeder Els Sterringa (57) haar jongste kleinkinderen - een tweeling van een jaar - twee dagen per week onder haar hoede. Om de gevraagde dienst te kunnen leveren, heeft ze een betaalde werkdag opgegeven. Maar ze ervaart dit allerminst als een offer. 'Een offer? Welnee. Het is enig om nauw betrokken te zijn bij de opvoeding van je kleinkinderen.'

Dat laat onverlet dat Sterringa, zoals ze het zelf uitdrukt, 'de verantwoordelijkheid hoog in het vaandel voert'. Haar zoon en schoondochter kunnen zich financieel geen professionele kinderopvang veroorloven en zijn in hoge mate aangewezen op haar beschikbaarheid. 'Daarvan ben ik mij terdege bewust als het buiten glad is', zegt Sterringa. 'Met een gebroken been kan ik mijn betaalde werk nog wel voortzetten. Maar voor mijn kleinkinderen kan ik dan niet meer zorgen. Die gedachte spoort mij aan tot grote voorzichtigheid.'

Karin Arendsen (35) uit Hilversum vertrouwt haar anderhalf jaar oude dochtertje Anne een dag per week toe aan de zorgen van haar in Doorn woonachtige ouders, beiden 70-plussers. Die hebben zelf met klem op dit arrangement aangedrongen. 'Mijn moeder vond het geen goed idee als Anne meer dan twee dagen per week naar de crèche zou gaan. Zij heeft daar zelf consequenties aan verbonden. Tot haar grote genoegen trouwens.'

Anne zelf blijkt niet ongevoelig voor de bekoring van een kabbelend huishouden. 'Ze gaan gezellig naar de bakker, wippen bij de buurvrouw aan, eten een pannenkoek en een mandarijntje, en kneuteren na het middagslaapje nog even door. Kortom: bij opa en oma is het feest.'

Alleen in geval van acute nood komt de opvang geheel in handen van de grootouders. Van de Amerikaanse kinderen wordt bijna 6 procent door een grootouder opgevoed - meestal omdat de ouders daar vanwege detentie, ziekte of overlijden niet (meer) toe in staat zijn. Bij kinderen met een Afro-Amerikaanse achtergrond bedraagt dit percentage 13 procent. Van de jeugdige hispanics woont bijna 6 procent bij de grootouders. Van de witte Amerikaanse kinderen bijna 4 procent.

Over de toekomst van de informele kinderopvang in Nederland lopen de meningen uiteen. Sommigen voorzien dat het verschijnsel met de groei van de arbeidsdeelname en de toenemende vitaliteit van ouderen zal toenemen. Dat de drie generaties weer bij elkaar zullen intrekken, ligt niet in de rede, maar wellicht zullen ze - met het oog op de oppasfunctie - wel steeds vaker bij elkaar in de buurt gaan wonen.

Het NIDI ziet de vitalisering van de oudste generatie daarentegen als de voorbode van de tanende inzetbaarheid van oppas-oma's en -opa's. Want, als ze niet te vaak op reis zijn om zich aan hun kleinkinderen te willen binden, zijn ze wel aan het werk.

Meer over