Naar Grunningen

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk werd een droom werkelijkheid toen het ministerie van OCW onlangs de Voortgangsrapportage Wetenschapsbeleid presenteerde....

Wie zou dat niet toejuichen? Sommige vakgroepen lijken geleidelijk te verworden tot kliekjes oudere jongeren geteisterd door intellectuele inteelt. En er is aan een universiteit natuurlijk geen plaats voor protectionistische benoemingen van zittende medewerkers of ex-studenten ten koste van beter gekwalificeerde buitenstaanders.

Laten we onderaan beginnen, moet het ministerie daarom hebben gedacht toen het als beleid formuleerde dat de komende drie jaar ten minste 70 procent van de aan te stellen aio's of beurspromovendi moeten worden gerecruteerd uit afgestudeerden van een andere universiteit.

Misschien is het leerzaam dat ik vanuit de werkvloer in het Hoge Noorden uitleg waarom dit voor universiteiten in de provincie een volstrekt onhaalbare, en gevaarlijke doelstelling is. Sterker nog, het voorgestelde beleid is de beste methode om de kwaliteit van het onderzoek aan de perifere universiteiten flink te ondermijnen.

De reden daarvoor is simpel: terwijl goede studenten van de Rijksuniversiteit Groningen, wel aio worden aan andere universiteiten, solliciteren bij ons nauwelijks briljante afgestudeerden elders uit het land. Die hebben meestal daar al een plekje gevonden, en vooral studenten uit de Randstad vinden Groningen zo vér.

Men heeft kennelijk nog nooit gehoord van de Verenigde Staten waar mensen rustig drieduizend kilometer verderop aan een PhD-opleiding beginnen. En men weet kennelijk niet dat het dan ook nog vaak gaat om plaatsjes in de middle of nowhere, vergeleken waarmee werkelijk iedere Nederlandse provinciestad wereldse allures heeft. En dan heb ik het er nog niet eens over dat Groningen qua sfeer en uitstraling tal van Amerikaanse steden met veel grotere inwoneraantallen ver achter zich laat.

Maar nee, Groningen ligt bijna tweehonderd kilometer van Amsterdam, en dat is voor menige randstedeling al vrijwel op de Noordpool. Ik probeer nog wel eens uit te weiden over hoe prachtig het hier is. Rust, ruimte, de schoonheid van het Groningse platteland, maar ik heb gemerkt dat zulks al gauw ervaren wordt als een verkooppraatje en daarom averechts werkt.

Zeker, voor een hoogleraarspost krijg je iemand nog wel naar het noorden, maar juist bij aio-vacatures blijken sollicitanten uit de Randstad vaak personen die al jaren na hun afstuderen werkloos zijn, en om hun uitkering te behouden ook in Groningen moeten solliciteren.

Je zou bijna denken dat minister Ritzen het met zijn collega Melkert op een akkoordje heeft gegooid om op de perifere universiteiten op grote schaal langdurig werklozen als promovendi aan te stellen. Is het gek dat ik ertegenaan hik, dergelijke mensen voorrang te geven boven bij ons cum laude afgestudeerde kandidaten?

En die enkele keer dat je dan iemand uit de Randstad denkt binnen te kunnen halen, gaat het toch weer mis. Tot het uiterste ben ik gegaan, ik heb bij wijze van spreken op mijn knieën gelegen om veelbelovende jonge wetenschappers uit de verre Randstad te bewegen naar Groningen te komen. Maar uiteindelijk gaven wat ik maar zal aanduiden als 'partneroverwegingen' toch weer de doorslag. Want de partner wil niet naar het noorden, of kan daar geen baan vinden. Dat zal er met het dreigende vertrek van KPN niet beter op worden.

Nu moet ik wel zeggen dat de ministeriële plannen bij mij allerlei mooie onderzoeksideeën genereren, zoals de vraag waarom men in Nederland tweehonderd kilometer 'ver' vindt, waarom randstedelingen hun eigen drukke woonomgeving zo overschatten, en waarom in Nederland het onderhouden van een weekendrelatie als een drama wordt ervaren.

Het lijkt wel of ik steeds creatiever wordt. Maar ja, ik ben in mijn loopbaan ook al twee keer van universiteit gewisseld. Zie je nou wel dat mobiliteit ergens goed voor is.

Meer over