Naar Amsterdam met de trekschuit

Goedkoop en gerieflijk: de trekschuit.

Een trekschuit Beeld anp
Een trekschuitBeeld anp

Amsterdam, 16 augustus 1725

Op 16 augustus vertrok ik naar Amsterdam om mijn ten langen leste ontvangen wissel te incasseren. In Holland reist men het gerieflijkst met de zogeheten trek schuyt, een langgerekt, overdekt schip dat door een gestaag voortstappend paard door de liniaalrechte vaarwegen wordt getrokken.

De kosten zijn gering, afgezien van wat men bij het in- en uitladen aan de sjouwers betaalt. Er wordt punctueel op tijd gevaren en dagelijks vertrekken er schepen naar alle denkbare dorpen en steden.

De tocht van Leiden naar Amsterdam wordt op 7 uur berekend. Ongeveer halverwege ligt Haarlem, een oude, aangename stad. Hier woonde ooit Laurens Jansz Coster, verder is er een grote kerk en ik bezocht het rariteitenkabinet van de heer Vincent, dat vooral uit Indiaanse dieren, vogels en slangen bestaat. Alles verkeerde in uitstekende staat. Ik kan me niet alles meer voor de geest halen, alleen de Braziliaanse schildpad Pipa die haar jongen op de rug draagt, en ook de enorme slangen met prooien in hun keel en maag die veel groter zijn dan zij zelf.

Van hier naar Amsterdam passeer je de bijzonder sterke sluis van Slooterdijk, die een doorbraak van het IJ belet en afwatert op het Haarlemmermeer. Amsterdam is dan al van verre herkenbaar aan de honderden windmolens die op de wallen en hoogten staan.

Dit grote handelscentrum was 180 jaar geleden een vissersdorpje als Hoorn. Niemand had kunnen bedenken dat dit de grootste stapelplaats ter wereld zou worden.

Albrecht von Haller (1708-1777), Zwitserse fysioloog. Uit Het dagboek van zijn verblijf in Holland 1725-1727. Uitgave Kon. Gist- en Spiritusfabriek Delft, 1958.

Meer over