Naamvallen aller landen komen in model

In de Nederlandse spreektaal zijn de naamvallen al lang afgeschaft. In vele andere talen bestaan ze nog altijd, en kunnen ze complexe vormen aannemen....

Nederlandse schoolkinderen vinden Duits een rottaal. Het lijkt bedrieglijk veel op Nederlands, maar als puntje bij paaltje komt, is Duits lastig te leren. Dat komt onder andere door de naamvallen.

Je moet je er voortdurend van bewust zijn in welke naamval een deel van de zin staat om er het juiste lidwoord bij te weten en eventueel ook nog een achtervoegsel. Waar het Duits naamvallen toepast, gebruikt het Nederlands gewoon een woordje meer, zegt 'van de man' en 'aan het kind' in plaats van des Mannes en dem Kind.

Voor zover het Nederlands ooit zichtbare naamvallen heeft gekend, zijn die in de spreektaal al lang geleden afgeschaft. Restanten zijn te vinden in archaïsche uitdrukkingen zoals 'in naam der wet'. In veel van de overige ruim vijfduizend talen vormen naamvallen echter tot op heden een essentieel onderdeel van de communicatie. Met niet meer dan een extra letter, een lettergreep of met een klankverandering kunnen talen nuances uitdrukken waarvoor het Nederlands vaak meerdere woorden nodig heeft.

Welke vormen naamvallen in allerlei talen kunnen hebben, welke wending ze precies kunnen geven aan de betekenis van de zin, en of ze daadwerkelijk worden begrepen zoals bedoeld, is nooit uitputtend onderzocht of beschreven. Taalwetenschapper en onderzoeksleider dr. Helen de Hoop heeft zich nu ten taak gesteld al die facetten van naamvallen wereldwijd te bestuderen.

Dezer dagen begint aan de Katholieke Universiteit Nijmegen haar vier jaar durend Pionier-project waarin de naamval centraal staat. De Hoop kreeg van NWO en KUN gezamenlijk 1,2 miljoen euro om mensen en middelen te bekostigen.

Dit Pionier-project kent meerdere invalshoeken. Naamvallen hebben uiteenlopende verschijningsvormen in verschillende talen. Er zijn talen waarin ze vooral bepalend zijn voor de vorm van lidwoorden, zoals het Duits. Ook in het Duits, maar sterker in een taal als het Turks, zijn de naamvallen te herkennen aan de gekozen achtervoegsels.

In sommige talen laat de naamval zich aflezen aan de vervoeging van het werkwoord. En er zijn talen die de verschillende vormen combineren, die naamvallen uitdrukken in zowel achtervoegsels als in werkwoordsvervoegingen.

'In talen zoals het Georgisch leveren naamval en werkwoordstijd, plus de wederzijdse interactie tussen die twee, steeds betekenisverschillen op, zelfs in redelijk simpele zinnen', zegt De Hoop. Ze wil alle mogelijke naamvalsvormen, plus de veranderingen erin door talen en eeuwen heen inventariseren.

Eerdere onderzoeken naar naamvallen bleven bij zulke omschrijvingen. De Hoop wil verder gaan. Haar uitgangspunt is dat naamvallen taalwetenschappelijk interessant zijn omdat ze vorm en betekenis combineren. Anders gezegd: naamvallen hebben direct effect op de betekenis van het gezegde. Dat weet de spreker, en dat weet de toehoorder.

De Hoop verdiept zich daarom in beide kanten. 'Hoe rijker een taal is aan naamvallen, hoe specifieker de informatie die ermee wordt uitgedrukt', is de stellingname van De Hoop. 'Sprekers gebruiken naamvallen om zich zo goed mogelijk uit te drukken. Ze willen vaak meer dan alleen begrepen worden: ze sturen, overtuigen, manipuleren.' In dat spel van nuances en kleine betekenisverschuivingen zijn naamvallen belangrijke instrumenten.

'Toehoorders, van hun kant, proberen aan de hand van een naamval optimaal te bevatten wat wordt gezegd, te begrijpen, te interpreteren. Ze filteren uit alle mogelijke interpretaties diegene die grammaticaal gezien klopt en die in de gegeven context ergens op slaat. Zo dienen naamvallen voor luisteraars om te kunnen kiezen voor een betekenis.'

Naamvallen zijn dus geen loze krullen in de taal, ze kunnen bepalend zijn voor de werkelijke betekenis van de zin. Het Hindi-Urdu kent bijvoorbeeld een naamval die het verschil aangeeft tussen 'met opzet iets doen' en 'onbedoeld iets doen'.

'Jaap-ne khããsaa' betekent zo 'Jaap hoestte met opzet'; bijvoorbeeld om de aandacht van iemand te trekken. Dezelfde zin zonder het achtervoegsel '-ne', 'Jaap khããsaa', betekent ook dat Jaap hoest, maar deze keer overkomt het hem, hij hoest omdat zijn keel kriebelt. Zo'n achtervoegsel-naamval geeft dus een totaal ander soort wending aan de zin dan bijvoorbeeld de eenvoudige lidwoordvarianten die bezit of richting aangeven, of die alleen het lijdend voorwerp onderscheiden van de handelende persoon.

Complexe naamvalsystemen kunnen de betekenis dus op verschillende manieren beïnvloeden. Een intentie uitdrukken, zoals die over het hoesten van Jaap. Nuances aanbrengen, zonder daarvoor extra woorden te hoeven invoegen. En naamvallen voorkómen vaak ambiguïteit, het voor meer dan één uitleg vatbaar zijn van een uitspraak. De gebruikte naamval is dwingend voor de betekenis en interpretatie van een zin.

Al is er over veel talen een hoop bekend, vijf- tot zesduizend talen napluizen op de vorm en betekenis van hun naamvallen is onbegonnen werk, dat weet De Hoop ook wel. Het streven is daarom ook een naamvallen-model te ontwikkelen. Dat model omschrijft in abstracte termen de algemene werking van naamvallen in zinnen.

Aan de hand daarvan moeten vormen en effecten van elk denkbaar naamvalsysteem in elke willekeurige taal kunnen worden omschreven. Daaruit kunnen voorspellingen gedestilleerd worden. 'Je kunt verbanden leggen tussen het voorkomen van een bepaald type naamval in een taal, en betekenis-aspecten die die naamval zoal met zich kan meebrengen.'

De verkregen formules, aldus De Hoop, leiden tot voorspellingen in de orde van: 'Als in taal X vorm Y voorkomt, kan die naamval worden gebruikt voor een aantal soorten lijdende voorwerpen, maar nooit voor het onderwerp, de handelende persoon.' Zulke modellen maken een uitputtende omschrijving van alle taalsystemen overbodig, verwacht De Hoop.

Om de werking van theorie en modellen in de praktijk te testen, zal de Pionier-groep van De Hoop zinnen en stukjes van zinnen voorleggen aan proefpersonen. Hun hersenactiveit tijdens het verwerken van deze zinnen wordt gemeten. De universiteit en het nieuwe F.C. Donders-centrum in Nijmegen beschikken over laboratoria voor dit soort tests.

De bedoeling is om te beginnen met simpele zinnen in Nederlands en Duits, om te kijken of het inderdaad klopt dat toehoorders betekenissen, interpretaties en nuances ophangen aan de naamvalsvorm. Leveren die proeven zinnige uitkomsten op, dan kan verder worden gekeken naar het effect van lastiger zinnen in talen waarin de naamvallen veel verfijnder zijn dan die in het simpele Duits.

Meer over