Naakt rondrennen

Alles is zinloos, elke handeling is vergeefs, praten leidt nergens toe en liefde is een illusie, maar wie zich wil opknopen realiseert zich dat deze daad zoveel energie zou kosten, dat het beter is er maar van af te zien....

Boog moet ingezien hebben dat hij niet eindeloos vooruit zou kunnen met de deprimerende leegte die inmiddels zijn handelsmerk is geworden. In zijn derde bundel, met de wederom vermoeide titel Luid overigens de noodklok, gooit hij het over een andere boeg, zonder zijn principes te verloochenen. Speelden zijn vorige bundels zich grotendeels af in een verstikkende woonwijk, met als enige protagonisten een man en een vrouw die het ondanks alles met elkaar uitzitten, dit nieuwe boek kent aanzienlijk meer variatie en is ook ambitieuzer van opzet.

De kracht van de bundel schuilt in de compositie. De eerste afdeling, 'Het oorzakelijk verband', roept havens, watersnoodrampen en droogmakerijen op, terwijl ook in de laatste, met de titel 'Zout', de zee prominent aanwezig is. Deze reeksen omvatten als zeearmen de twee middendelen, die op het land zijn gesitueerd. Het eerste daarvan is een herdichting van het Hooglied, het tweede beschrijft weer de vertrouwde biotoop van Vinex en koffie. Deze heldere architectuur wordt versterkt door allerlei associatieve verbanden. Zo worden de muren die in het Hooglied zijn opgetrokken om de kuisheid van een meisje te beschermen, in de derde afdeling geslecht, met een woestijnlandschap als resultaat, en komen uitdroging en kaalslag in alle vier de reeksen voor.

Anderzijds wordt het Hooglied effectief gecontrasteerd met de uitzichtloze huwelijksscs in 'Het vallen van de muren', een titel die de bijbelvaste lezer aan Jericho herinnert.

Geliefden trachten in elkaar op te gaan met de verbetenheid die het eeuwige gevecht tussen land en zee kenmerkt: 'De landtong, lomp maar geil,/en de veel wellustiger tongen van de golven./Beter woord, eleganter gevoelen.' Als we onze driften nu maar wat subtieler omschrijven, gaan we ons vanzelf prettiger voelen. Maar de 'taal slaat in brokken uiteen,/als de zee op de stormvloedkering,/maar zo veel onnatuurlijker.'Liefde is een vorm van natuurgeweld met uitsluitend verliezers:

Elk verzet wordt gebroken. Dat is de bedoeling van verzet. Begrijp je? Breek me.

Zeven rampen, want een getal is tenminste waar.

We tellen af, verbeiden.

De verwachting is de mooiste toestand, de vervulling de enige gebeurtenis, zo zalig kort

De vermelding van de 'zeven rampen' (in het zevende gedicht) klinkt al oudtestamentisch, direct daarna barst het Hooglied los. Boog heeft de tekst van dit a-typische bijbelboek op de voet gevolgd, al heeft hij die hier en daar drastisch ingekort en is ook de overvloedige en soms vergezochte beeldspraak van het Hebreeuws ingrijpend aangepast. Desondanks heeft het gedicht zijn wulpse weelde behouden en is de verhalende structuur door de inkorting zelfs verhelderd.

Dit is de bijbelvertaling van 1951: 'Mijn geliefde is blank en rood, uitblinkend boven tien duizend. Zijn hoofd is fijn goud, gelouterd goud, zijn lokken zijn golvend, ravenzwart. Zijn ogen zijn als duiven bij waterbeken, badend in melk, zittend bij een overvloedige bron. (. . .) Zijn lippen zijn leli druipend van vloeiende myrrhe.' Boog doet het zo: Mijn mooiste heeft de kleuren om uit duizend hem te kennen.

Hij is van wind en vogels, zijn ogen zijn van stromend water, zijn lippen zijn bevochtigd met begeerte.

De tweede helft van de bundel laat zien hoe begeerte kan omslaan in weerzin. In 'Zout', waarbij John van der Wens een mooie animatiefilm heeft gemaakt (te zien op www.markboog.nl), lopen eenzame mensen over een strand. 'De droogte van onze tongen herinnert aan gisteren', wat zouden we vandaag kunnen ondernemen? 'Naakt rondrennen/door de branding misschien?' Veel zin heeft het niet, maar mislukking is ook iets waarop je je kunt toeleggen. 'En alles is goed, want eindigt.'

Deze poe is desolaat als een woestijnlandschap en maakt dorstig zoals zout dat doet. Drinken helpt, even.

Meer over