nieuws

Na vier jaar ministerschap, inclusief een foute knuffel, lucht Ferd Grapperhaus zijn gemoed

Hij werd gekastijd vanwege knuffelen op zijn huwelijk. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) ontleende er introspectie en reflectie aan voor een nieuw essay, dat donderdag verscheen: De weerloze samenleving.

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) verlaat de zaal nadat het debat over de avondklok is uitgesteld.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) verlaat de zaal nadat het debat over de avondklok is uitgesteld.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Voor zijn ministerschap stond Ferd Grapperhaus bekend als een man die geen blad voor de mond neemt. In columns en blogs noemde de maatschappelijk geslaagde advocaat toenmalig D66-leider Alexander Pechtold een ‘windvaan’ en betichtte hij VVD-premier Mark Rutte van ‘flutpolitiek’.

In 2017 kreeg hij ‘een andere rol’, zoals hij zelf zei. Eenmaal bewindsman op Justitie en Veiligheid braken voorzichtige jaren aan. Tot dat moment in Bloemendaal vorige zomer, waarop een fotograaf tijdens de huwelijksdag een bordesfoto zou maken. ‘Mijn eigen anderhalvemeterorganisatie bleek niet waterdicht’, schrijft Grapperhaus in zijn vrijdag verschenen boek De weerloze samenleving. ‘Stom.’

Het moment werd vastgelegd vanaf de openbare weg en Grapperhaus kreeg de volle laag. Hij verspeelde zijn ‘zorgvuldig, met jaren hard werk en voortdurende oplettendheid opgebouwde krediet’, en zag af van een hoge positie op de CDA-kandidatenlijst. Op plaats 50 is hij nu lijstduwer. Met het einde van zijn ministerschap in zicht, keren ook de scherpe opinies terug. De weerloze samenleving is een vervolg op Rafels aan de rechtsstaat, van vlak voor zijn ‘andere rol’.

Rutte III zal vermoedelijk de geschiedenis in gaan als het coronakabinet, maar Grapperhaus heeft een andere benaming in petto: het erfeniskabinet. Daarmee doelt hij op de tegenvallers die Rutte II (van VVD en PvdA) achterliet: de niet-afgehandelde schade van de gaswinning in Groningen, de ‘uitstelpolitiek’ rond de CO2-uitstoot en de achterstallige aanpak van stikstof. Drie dossiers bovendien met grote gevolgen voor de Rijksbegroting.

Daar komen de almaar stijgende kosten voor de gezondheidszorg bij. En dat zit Grapperhaus dwars. Klimaat, zorg en sociale zekerheid zijn ‘budgettaire giganten’, die de ‘beschikbare ruimte voor andere maatschappelijk noodzakelijker voorzieningen steeds geringer’ maakt. Belangrijkste slachtoffer: Justitie en Veiligheid, dat geleidelijk wordt ‘vermorzeld’ en ‘gemangeld’.

Alsof hij alvast zijn departement wil positioneren aan de formatietafel, schetst Grapperhaus de problemen: te weinig politiemensen, te weinig boa’s, te weinig mankracht bij het Openbaar Ministerie. ‘Het zijn tekorten in de gehele justitiële keten.’ Tel daarbij op ‘vergaande lankmoedigheid in de bestrijding van drugs in de maatschappij’, een houding waarmee Nederland mondiaal ‘volkomen alleen’ staat, aldus Grapperhaus, en de conclusie is onvermijdelijk: Nederland is ‘het afvoerputje van de wereld’.

Dat vraagt om een ‘herbezinning’ op de rechtsstaat. Gelukkig is hij zijn geloof in weerbaarheid niet helemaal verloren. Met een pleidooi voor ‘kathedraaldenken’, het betrekken van toekomstige generaties in beslissingen, liefst in de vorm van een Raad voor de Langetermijnbelangen, sluit hij toch nog hoopvol af.

Meer over