nieuws

Na laadpalen moet Europa nu ook zorgen voor chipfabrieken, vindt de auto-industrie

De auto-industrie vraagt de Europese Commissie om een achterstand in te halen op het gebied van chipproductie en laadpalen. Op die onderwerpen hebben producenten zelf lang getreuzeld.

Bard van de Weijer
Robots aan een assemblagelijn bij autofabrikant VDL Nedcar in Born.  Beeld ANP /  ANP
Robots aan een assemblagelijn bij autofabrikant VDL Nedcar in Born.Beeld ANP / ANP

Oliver Zipse, ceo van BMW en voorzitter van de Europese autolobbyclub Acea, heeft een brief gestuurd aan de Europese Commissie waarin hij zegt dat Europa sneller eigen fabrieken moet bouwen die computerchips produceren. Gebeurt dat niet, dan zullen tekorten vaker voorkomen, stelt Zipse.

De BMW-voorman heeft een punt. De Europese auto-industrie heeft het afgelopen jaar ongekende verkoopdalingen gezien als gevolg van chiptekorten. De verkopen lagen vorige maand bijna een kwart lager dan een jaar eerder. Terwijl er vraag genoeg is naar auto’s.

Zipses BMW maakt spectaculaire winsten, ondanks de chiptekorten. Het luxemerk heeft de prijs van de auto’s die het wél kan verkopen verhoogd, waardoor de winst zelfs groeide. Maar niet elke autofabrikant kan zijn prijzen omhoog gooien, domweg omdat de klantenkring minder kapitaalkrachtig is.

Zipses oproep is niet de eerste die aan Brussel vraagt om haast te maken met iets waarom de auto-industrie zit te springen. Eerder riep Acea dat de Commissie meer werk moet maken van het plaatsen van laadpalen, omdat anders de opmars van de e-auto (lang tegengewerkt door diezelfde industrie) stokt.

Ondertussen wordt er volop geïnvesteerd in Europese chipfabrieken. Zo wil Intel 80 miljard euro in de uitbreiding van zijn Europese productiecapaciteit steken. Maar dat is niet genoeg, schrijft Zipse in een brief die is ingezien door de Financial Times. Het is volgens Zipse ‘urgent om onze afhankelijkheid van Aziatische markten (waar de bulk van de chips vandaan komt, red.) te minimaliseren’.

Het is een wonderlijk pleidooi. Wie nu een nagelnieuwe auto koopt, zal vaak tot zijn verrassing ontdekken dat de navigatiekaarten verouderd zijn en dat de nieuwste wegen (toch ook niet in een dag aangelegd) ontbreken. De reden is dat fabrikanten dit type elektronica jarenlang als sluitpost beschouwden. Sommige van de computerchips die ook nu nog in moderne auto’s worden toegepast, zijn ontwikkeld in een tijd dat de eerste iPhone nog moest verschijnen. Want lekker goedkoop.

Hetzelfde geldt voor laadpalen. Ook hier lopen Europese fabrikanten hopeloos achter. Tesla, dat als eerste bedrijf werk maakte van de elektrische auto en daar aanvankelijk hartelijk om werd uitgelachen, bouwde en passant ook een Europees dekkend laadnetwerk. Enkele grote Europese autobouwers verenigden zich in Ionity om een vergelijkbaar kunstje te flikken, en vijf jaar later is dat netwerk nog altijd een schim van dat van Tesla. In Nederland telt Ionity elf laadstations. Het kleine Tesla heeft er ruim drie keer zoveel. Dus wendt de industrie zich ook voor laadinfrastructuur tot Europa om de klus te klaren.

Dat Europese autofabrikanten afhankelijk zijn van Europa voor de bouw van chipfabrieken, is begrijpelijk. Het is onmogelijk complexe computertechnologie in eigen huis te ontwikkelen. Maar dat de tekorten nu zo groot zijn, is deels ook een gevolg van de aartsconservatieve houding als het gaat om innovatie. Als Europese fabrikanten zich eerder op elektrificatie en digitalisering hadden gestort, hadden ze nu niet zo diep in de problemen gezeten.

Meer over