'Na het WK laait de haat op'

Buitenlanders in Zuid-Afrika vrezen dat de vreemdelingenhaat na het WK weer oplaait. De Mozambikanen bij speelstad Nelspruit zijn echter populair....

Een licht slurpend geluid weerklinkt als Maete (21) de bast lostrekt van de nog rechtop staande jonge blauwgombomen, een snel groeiende eucalyptussoort. Eerst kapt hij een snee rondom de stam, dan scheurt hij meterslange stroken los. Wanneer een rij bomen ‘kaal’ is, komen twee jongens met kettingzagen ze omleggen.

Maete is nu anderhalf jaar in Zuid-Afrika. In zijn geboorteland Mozambique was gewoon geen werk, vertelt hij in het Portugees. In opdracht van een zwarte baas, die het ‘kaprecht’ voor dit stuk houtplantage verwierf, werkt hij zich nu met 35 landgenoten en drie Zuid-Afrikanen gestaag door het jonge bos heen, dat ligt tussen Nelspruit en White River.

Tot 2005 vormden de Mozambikanen de grootste groep illegale migranten in Zuid-Afrika, afgelezen aan het aantal Mozambikanen (97 duizend) dat toen werd uitgezet. In april van dat jaar werd echter de visumplicht afgeschaft voor Mozambikanen, althans voor een verblijf tot drie maanden. Ook werd het makkelijker een werkvergunning te krijgen.

Voor een legaal verblijf heb je echter een paspoort nodig. ‘Dat kost 500 rand (50 euro) in Mozambique’, schat Maete. Vandaar dat hij toch illegaal het land binnenkwam, door onder het grenshek door te kruipen. Daarvoor heb je maar 10 euro nodig: 5 voor de gids die je de plek wijst, en 5 om een Zuid-Afrikaanse douanier of agent toe te stoppen, zodat die de andere kant op kijkt. Maete verdient 5 euro voor een werkdag van 11 uur, de lunchpauze inbegrepen. Maar hij klaagt niet: hij geeft niets uit aan transport, omdat hij in een zelf gebouwd houten huis woont in een houthakkerskamp verderop. En de maïspap die hij daar dagelijks met zijn maten eet, kost hem de kop niet.

Kaartjes
De twee zagende Zuid-Afrikanen verdienen iets meer, maar ‘hoeveel, dat is vertrouwelijk’, lacht December Maseko (22). Hij en medezager Claude Khoza (24) zijn boezemvrienden. Samen gaan ze op 11 juni naar de openingswedstrijd van het WK voetbal in Johannesburg, Zuid-Afrika tegen Mexico, vijf uur rijden van Nelspruit.

Ook hopen ze de wedstrijden te bezoeken, ‘het liefst alle vier’, die plaatsgrijpen in het nieuwe stadion van Nelspruit, waarvan het dak boven de tribunes ‘rust’ op ruggen van immense rode giraffes van beton en metaal. ‘Maar die kaartjes moeten we nog kopen.’ Boven aan de verlanglijst staat Italië tegen Nieuw Zeeland.

Waarom zijn Khoza en Maseko bijna de enige Zuid-Afrikanen die hier werken? In een land met met zo’n hoge werkloosheid – in het eerste kwartaal van 2010 bedroeg die 25,2 procent van de beroepsbevolking, 1,7 procentpunten meer dan een jaar eerder – is dat verbazingwekkend.

‘Zuid-Afrikanen willen deze banen niet, die vinden ze veel te zwaar’, zegt Khoza. Hijzelf en vriend Maseko zijn uitzonderingen, zij zijn doorzetters, voegt hij met enige trots toe. Net als de Mozambikanen, over wie hij niets dan lof heeft. ‘Het zijn goede collega’s. Ze werken uit alle macht.’

Met zijn Zuid-Afrikaanse baas is hij minder blij. ‘Behalve stevige schoenen hebben we geen beschermende kleren. Dit heb ik van mijn eigen geld moeten kopen’, zegt hij, wijzend op zijn broek met dikke laag molton, waarin een uitschietende kettingzaag vastloopt.

Ook de werkgevers rond Nelspruit, veelal blanke boeren, zijn zeer te spreken over de Mozambikanen. ‘Ze werken harder, en beginnen stipt op tijd’, vertelt Homer Neethling (39), mede-eigenaar van de Soete Inval, een boerderij van ‘slechts’ 53 hectare.

Het is oogsttijd voor zijn makademia-noten. In een fabriekje midden in de bossen worden ze gekraakt, geselecteerd, gedroogd en verpakt – allemaal voor de export. Daar vertelt Neethling, die aan een zwaar motorongeluk een gezicht vol littekens en een scheef staande neus overhield, over ‘zijn’ Mozambikanen. ‘Neem onze bijenkasten. Als een veld bloemen is uitgebloeid, verplaatsen we de kasten naar een veld dat wél in bloei staat. Dat doen we ’s nachts, zodat ze niet gaan steken. Zo’n kast weegt hooguit 15 kilo. Onze Zuid-Afrikaanse arbeiders dragen hem altijd met zijn tweeën, maar de Mozambikanen tillen zo’n kast in hun eentje op.’

‘Hun werklust is goed voor ons bedrijf, want de Zuid-Afrikanen gaan er ook harder door werken. Ze beseffen beter dat als ze inzakken, ik hen kan vervangen door Mozambikanen.’

Geweld
Het is precies die angst bij Zuid-Afrikanen, dat buitenlanders ‘banen komen stelen’, die achter het xenofobische geweld zou zitten dat twee jaar geleden Kaapstad, Johannesburg en Durban overspoelde. Daarbij vielen 62 doden, onder wie 21 Zuid-Afrikanen – en veel Zimbabwanen, die de Mozambikanen vijf jaar geleden inhaalden als grootste groep ‘buitenlanders’ in Zuid-Afrika.

Vorig jaar zijn ook voor Zimbabwanen de regels voor toegang tot Zuid-Afrika versoepeld. Legaal binnenkomen is nu gemakkelijk, maar slechts weinigen gaan terug, zodat ze toch illegaal worden. Zoals Arthur Museba (27), die dagelijks de heuvels rond Nelspruit intrekt met honderd geiten en vijf koeien, van een oud-parlementariër van de regeringspartij ANC.

Naast het geitenhoeden houdt hij zich vooral koest. Alleen voor noodzakelijke boodschappen gaat hij naar het dorp, vertelt hij voor zijn houten woning in de bossen, ooit gebouwd voor landarbeiders van de boerderij waar zijn baas nu vee laat grazen. Maseba mijdt de Zuid-Afrikanen. ‘De meeste Zuid-Afrikanen houden niet van werken. Ze stelen liever. Je moet niets met ze gaan drinken, want dan merken ze dat je geld hebt.’

Hij baseert zijn generalisatie op een eigen ervaring. ‘Toen ik een keer met volle boodschappentassen naar huis liep, is een groepje Zuid-Afrikanen me gevolgd. Eentje stak een mes in mijn nek en de anderen pakten mijn spullen.’ Hij toont een dik litteken. ‘Het moest gehecht worden.’

In Zuid-Afrika zijn er velen die het voor buitenlanders opnemen. De bekendste is zonder twijfels bisschop Paul Verryn (58). In 2002 begon hij vluchtelingen op te vangen in de Central Methodistic Church in het Centrum van Johannesburg. Daar overnachten nog dagelijks tussen de 1.500 en 2.000 buitenlanders, van wie 80 procent uit Zimbabwe komt.

Wie de inmiddels vrij uitgewoond ogende kerk binnenloopt, ziet kinderen in schooluniform in kerkbanken lessen volgen. ‘We hebben een middelbare school voor 540 kinderen’, zegt Verryn, in zijn kantoortje boven de kerkzaal. ‘Veel oudere kinderen zijn zonder begeleiding gekomen of werden wees.’

Tegenwind
Verryn, voormalig strijder tegen de apartheid, staat bekend om zijn scherpe uitspraken, wat hem veel tegenwind oplevert. Ook nu is hij fel. ‘De regering heeft geen beleid gericht op integratie. Integendeel, agenten bedreigen Zimbabwanen nog steeds met gevangenis en uitzetting. Elk vertrouwen in de Zuid-Afrikaanse overheid is weg.’

Hij zegt ‘zeer bezorgd’ te zijn over de periode na het WK. ‘Er zijn zo veel geruchten dat er dan een nieuwe geweldsexplosie komt. ‘Wacht maar tot 2010 voorbij is, we willen geen buitenlanders meer zien op straat’, horen de vluchtelingen tegen hen sissen. De pers helpt ook niet, met die verhalen waarin de misdaad aan buitenlanders wordt toegeschreven. Er is geen enkele minister die het voor de buitenlanders heeft opgenomen. En niet één dader is veroordeeld voor alle moorden van twee jaar geleden.’

Onder de oppervlakte is er nog veel minachting voor buitenlanders, zegt Verryn. ‘We zijn ook geschoold in het kweken van vooroordelen; ze werden ooit heilig verklaard.’

De enige andere Zuid-Afrikaan in de houthakkersploeg bij Nelspruit, de enige vrouw ook, heeft in elk geval geen last van vooroordelen. Eunice Maseko (31) is tot haar oren verliefd op de negen jaar jongere Mozambikaan James Simongo, zegt ze voor hun houten hut. ‘James wil terug naar Mozambique en ik ga met hem mee. I just lóóóve that guy.’ Om dit te onderstrepen, zoent ze hem vol op de mond.

Meer over