Na het personeelsfeest klinkt nog weken het hoe-kakka-hoe

Voor een avondje bowlen krijg je ze niet meer achter de buis vandaan. Het personeelsfeest moet minstens een thema-avond bieden: een Bourgondisch moordfestijn bijvoorbeeld, een cowboy-avond of een feest in de stijl van de roaring twenties....

NICOLINE BAARTMAN

LIGGEND ETEN: kipkluiven en wijn zuipen met een jutezak gepofte aardappelen voor je neus op tafel, terwijl narren buitelen, minstrelen kwelen en animeermeisjes als hoofse dames gekleed gaan - dat is het beeld dat het 'themafeest' aankleeft. Als je mazzel hebt, kom je in een echt middeleeuws kasteel terecht, waar de koffie niet eerder wordt geserveerd dan na afloop van een ronde paardrijden of een partijtje ringsteken op de binnenplaats.

Door de jaren heen is de lust tot geregisseerd Bourgondisch feestvieren ('eten en drinken onbeperkt') alleen maar toegenomen. Er wordt nog steeds veel ouderwets middeleeuws gebunkerd; geen feestgever die zich er een buil aan valt. Daarnaast is het aanbod flink uitgedijd en geprofessionaliseerd. Zo schrijft de laatste mode de roaring twenties als thema voor: te kiezen valt uit een koloniaal-Engelse setting of een Amerikaans gangstermilieu. Wie dat nog een tikkel te gewaagd vindt, kan zich vermaken op een authentiek Vlaams, Engels, Frans, Caribisch, zigeuner- of matrozenfeest.

Oma die haar tachtigste verjaardag met het verzamelde nageslacht wil vieren, maakt er gebruik van. Maar ook sportclubs, buurtverenigingen en jubilarissen. Voor zakenlui, die hun klanten op ludieke wijze denken te paaien, doet zich hier de perfecte gelegenheid van 'relatie-marketing' voor. En personeelschefs willen zo'n avond nog wel eens aanwenden als hulpmiddel bij team-building.

Betreed de pleck des onhijls op eigen risiko waarschuwt een biljet op de deur van feesterij 't Tunneke in Schijndel. We hebben ons voor 125 gulden p.p. laten inschrijven op een 'Bourgondisch moordfestijn'. De deurklink geeft niet mee. We moeten aanbellen.

'O, o, o, het is zo erg', grient een blond gepruikte dame onbedaarlijk bij het opendoen. Op de achtergrond in het duistere halletje ontwaren we twee koksmutsen. 'Goedenavond, mag ik u voorgaan naar uw tafel?' Pikkedonker is het restaurant, vol rook geblazen en griezelig gemaakt met spinnerag. 'We beginnen een beetje in mineurstemming, vanwege de moord. Dat begrijpt u wel', zegt de gastheer geruststellend.

De tafels zijn flatteus oud-Hollands gedekt met Keulse potten en boerenbont. Intussen arriveren de andere gezelschappen. Veel jonge dames: het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein heeft een bedrijfsuitje georganiseerd. En er is een royale familie met een luidruchtige opa die onverstaanbaar dialect blaat.

Iedereen krijgt een Bourgondische muts en een Bourgondische slabber, en het feest kan beginnen: uit alle macht probeert verzekeringsagent Willem-Jan Jacobs zijn uitvaartpolisjes te slijten, de goochelaar komt langs voor een privé-voorstelling, de troubadour zingt een smartelijk lied bij de groentesoep, en om klokslag negen uur, na de plak rosbief met zilveruitjessaus, wordt het lijk binnengesleept - compleet met stroompje bloed uit de neus.

De gifmengster, een uitstekende dubbelrol van de tranen plengende 'weduwe' bij de deur, heeft het op haar geweten. Zij heeft de wel erg opdringerige Jacobs voorgoed de mond gesnoerd ('Mevrouw, heeft u nog aan mijn dekking gedacht? Het hoeft vanavond niet, we maken een afspraak en ik dek u. Al zeg ik het zelf, ik heb een werelddekking').

En het is zíjn hoofd dat na een tweede opschepronde in de braadhoek, waar braadmeesters Tonnie en Erik klaarstaan met kip, kalkoen, varkenshaas, rode poon, zalm en lamskoteletten, onder een dekschaal op een 'geblindeerde' serveerwagen wordt opgediend; heel smaakvol en wederom voortreffelijk geacteerd. Vooral het 'uitzuigen van de neus' kan de kannibale gifmengster van harte aanbevelen.

Themafeesten zijn vooral in trek bij wijze van personeelsfeest, zegt Hans van der Sande, de bedrijfsleider van 't Tunneke. 'De tijd dat je kon gaan Chinezen en na afloop bowlen met bier en bitterballen, is voorbij. De mensen willen steeds weer wat nieuws. Daarom is het ook zaak alert te blijven. Je moet nieuwe thema's blijven verzinnen.'

Zijn klanten komen graag uit Haarlem, Zwolle of Lelystad vandaan voor een avondje Brabantse gezelligheid. In 't Tunneke is plaats voor 240 mensen: op doordeweekse dagen zijn er besloten partijen; voor de 'agenda-feesten' in het weekend staat de inschrijving open voor iedereen, vanaf twee personen. Prijzen variëren van 69 tot 125 gulden per persoon (all-in, van acht tot middernacht). Maar 't Tunneke komt desgewenst ook naar u toe, om uw schuur in een handomdraai om te toveren in een zwoele nachtclub.

Van der Sande: 'Het leuke van zo'n avond is dat de verschillen tussen de mensen wegvallen. Produktiemedewerkers en kantoorlui die elkaar nooit spreken op de zaak, komen hier met elkaar in contact. Ze krijgen allemaal een pet en een slabber, dus iedereen is gelijk. Aan het eind staan ze met z'n allen op de dansvloer. En hetzelfde geldt voor de gemengde avonden: of je nou aan de ene tafel een gezelschap van notarissen hebt zitten en aan de andere een naaikransje, uiteindelijk wordt het één groot feest.'

Waarschijnlijk is het allemaal begonnen met 't Curiosahuys in Kaatsheuvel, ofschoon ook de Arjan van Dijk Groep bv te Geertruidenberg aanspraak zou kunnen maken op het pionierschap. Vijfentwintig jaar geleden vestigde zich in Kaatsheuvel een handelaar in curiosa. Zijn winkel was dermate wonderlijk van samenstelling dat een van zijn kennissen permissie vroeg er zijn jubileumfeest te mogen houden. Inmiddels rust de handelaar in curiosa op zijn lauweren ergens in een ver buitenland, en is 't Curiosahuys opgegaan in de Party Company. Sinds tien jaar heeft het bedrijf ook een vestiging in Amsterdam.

'We hebben op het moment de wind mee', zegt commercieel manager Irene Belkum van de Party Company. 'Het idee dat het slecht zou gaan in de horeca, daar hebben wij weinig van gemerkt. Ik denk dat grote bedrijven het zich niet meer kunnen veroorloven met zijn allen in het vliegtuig te stappen om te gaan golfen in de Algarve. Kegelen kan echt niet meer, mountainbiken in de Ardennen hebben ze ook al eens gedaan, dus dan geven ze één groot knalfeest.'

Anders dan in Schijndel, waar een en dezelfde ruimte bij toerbeurt een Vlaamsche, gipsy- of moordvermomming aanneemt, werkt de Party Company met vaste thema-locaties. In Amsterdam zijn dat 't Breughelhuys en de Compagnie van Verre. De benedenzaal van de 'Compagnie' is als VOC-schip ingericht; de bovenzaal is The eccentric club, vol koloniale kitsch: daar omringt 'Lord Henry' zich met vrouwelijk schoon. Wie voor hem wil werken, moet op zijn minst een goeie charleston en een opwindende can-can in de benen hebben. De prijzen die de Party Company rekent, liggen tussen de 120 en 200 gulden per persoon.

Stap eens in een andere wereld is een slogan van de Party Company. 'Veel mensen dromen stiekem van andere tijden', zegt Irene Belkum. 'Cowboytje en Indiaantje spelen, dat doe je als volwassene niet meer. Je ziet de mensen veranderen als ze eenmaal over de drempel zijn. De boordjes gaan los en de gesprekken gaan ineens ook over persoonlijke dingen. Volwassen kerels haken in en zingen Daar was laatst een meisje loos. De sfeer van zo'n schip, van ons glorieuze verleden, heeft denk ik iets van een jongensdroom.'

Het komt wel voor dat een enkeling gekostumeerd, als piraat, ten tonele verschijnt. Maar het is niet de bedoeling: het personeel acteert, doet leuk, zingt en danst. De gasten hebben zich maar aan te passen. Vaak weet de commercieel manager bij het eerste contact aan de telefoon al wat voor vlees ze in de kuip heeft.

'Jullie hebben toch van die middeleeuwse feesten? Dan ben ik al op mijn hoede. En mag je met je handen eten? Nee, dat mag niet. Maar je mag toch wel onbeperkt drinken? Dan zeg ik: als je op de tafels wilt dansen en met eten wilt gooien, moet je ergens anders zijn. Of ik raad ze aan een besloten avond te organiseren. Kunnen ze onder elkaar naar hartelust schreeuwen en boeren.'

Zijn er klanten die een goed of zakelijk gesprek willen voeren, dan heeft het personeel dat gauw genoeg in de smiezen: één druk op de knop van de afstandsbediening en de geluidsboxen in dat hoekje worden onmiddellijk gedimd.

In Veen, halverwege Zaltbommel en Den Bosch, heeft Adriaan van der Lei zijn eigen jongensdroom verwezenlijkt. Sinds drieënhalf jaar is de voormalige 'groepsopvoeder' van schipperskinderen de baas en de bad guy van Outlaw City. Hij noemt zich 'de meest extreme horeca-ondernemer van Nederland': 'Ik verdien mijn geld met het afzeiken van mensen. Een ander moet zich scheren, ik mag me niet scheren.'

Meteen bij aankomst gaat de beuk erin. Arriverende bussen en auto's worden overvallen door cowboys te paard en vervolgens de feestzaal ingedreven, waar lieftallige squaws wachten. De welkomstkreet gaat van hoe-kakka-hoe en het wordt gezellig, 'al komen hier de grootste chagrijnen'.

In groepen van vijftien draaien de gasten een programma af dat uit food & drinks en exercises bestaat. 'Spelletjes, daar kun je niet mee aankomen. Noem je ze exercises of activities, dan is er niks aan de hand.' Onderwijl zijn er 'showblokjes' in een prairie-achtig decor met echt zand, echt water, echte rotsen en een echte medicijnman.

En of de gezelschappen nou van de RABO-bank komen of van een metaalbewerkersbedrijf: ze doen allemaal mee met buksschieten, bottle killing (flessen kapot smijten met houten klossen), rodeorijden en bierpullen schuiven. Van der Lei maakt daarbij dankbaar gebruik van de ervaringen die hij als groepsleider heeft opgedaan. 'Je geeft de mensen het idee dat ze stout doen, maar intussen doen ze precies wat wij willen.'

Verbroedering, daar gaat het om. En motivatie. 'Een te gekke avond, betaald door de baas, dat werkt altijd. Reken maar dat er nog vaak hoe-kakka-hoe wordt geroepen in zo'n bedrijf. En hoe langer erover wordt nagepraat, des te groter is het rendement.'

Meer over