Na elke oplossing nieuwe problemen

ANET BLEICH schreef zaterdag op deze plaats over Clintons voornemen de aarde veiliger te maken voor de kinderen van deze wereld....

JOHN WANDERS

Het idee dat de Verenigde Staten een speciale missie hebben te vervullen, is terug te voeren tot de eerste nederzettingen die de puriteinse kolonisten stichtten in New England. 'Want wij moeten ons ervan bewust zijn dat wij zullen zijn als een stad op een heuvel. De ogen van alle mensen zijn op ons gericht', schreef John Winthrop al in 1630.

Amerika als lichtbaken voor de rest van de wereld. Winthrops 'city upon a hill', een sleutelbegrip in de Amerikaanse geschiedenis, werd later vertaald in meer seculiere termen: de Verenigde Staten als belichaming van het democratische ideaal dat door alle landen in de wereld dient te worden nagestreefd. In hun nog relatief jonge geschiedenis hebben de Amerikanen laten zien dat hun van origine welgemeende zendingsdrang een gevaarlijke schaduwkant kent: expansiedrift.

Het wekt daarom geen verbazing dat de superieure houding van de VS in grote delen van de wereld wordt uitgelegd als ongeëvenaarde arrogantie, en zelfs als een bedreiging. Zo is het evenmin verwonderlijk dat de wereldwijde verbreiding van de dominante Amerikaanse cultuur van pretparken, Coca Cola, McDonald's, geweldsfilms en videoclips veel ongenoegen oproept - zeker sinds schrijvers en intellectuelen in Azië en Afrika na lange periodes van kolonisatie en onzekerheden het cultureel zelfbewustzijn van hun geboorteland weer wisten te versterken.

Ronald Reagan typeerde de Sovjet-Unie ooit als 'het Rijk van het Kwaad'. Maar wie in de wereld bepaalt de grenzen van goed en kwaad? De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties? Het Amerikaanse tv-station CNN?

Onder de vlag van VN-organisatie Unesco bracht een internationale commissie, voorgezeten door voormalig VN-chef Javier Pérez de Cuéllar, vorig jaar een interessant rapport uit, waarin de contouren worden geschetst van een 'mondiale ethiek'. Voortbouwend op internationale verdragen, zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, ontwikkelde deze 'Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling' een minimumstandaard die iedere gemeenschap dient te respecteren.

Als vertrekpunt koos ze de kwetsbaarheid van de mens, daarbij citerend uit het confucianisme: 'Ieder mens wordt gedreven door angst, afschuw, tederheid en genade als hij plotseling een kind ziet dat op het punt staat in een put te vallen. Er bestaat geen mens zonder hart voor goed en kwaad.'

De tweede bron was de in alle religies terugkerende opvatting 'dat je een ander moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden'. De derde was de wetenschap; bij politieke thema's gaat het niet zelden om vragen die op wetenschappelijke gronden kunnen worden beantwoord - zie de internationale pogingen een halt toe te roepen aan de afbraak van de ozonlaag.

Een zoektocht naar een mondiale ethiek moet daarom noodgedwongen abstract blijven. De tien geboden lijken een kapstok te bieden voor de discussie, maar toch zal een ogenschijnlijk onomstreden gebod als 'gij zult niet doden' in zijn uitwerking voor onoplosbare tegenstellingen zorgen: wereldwijde overeenstemming over kwesties als abortus, euthanasie en doodstraf is uitgesloten. Zo zijn er talrijke andere struikelblokken.

De kern van het betoog van de commissie-Pérez oogt voor ons wellicht als een vanzelfsprekendheid: 'Respect voor de mensenrechten; respect voor de democratie; bescherming van minderheden; verplichting tot het vreedzaam oplossen van conflicten en tot eerlijk onderhandelen; rechtvaardigheid binnen en tussen generaties.' Toch schuilt ook in deze opsomming zo veel dynamiet dat de totstandkoming van een mondiale ethiek nog ver weg is.

De commissie onderstreept dat haar voorstellen 'niet mogen worden afgedaan als een poging arbitraire ideeën en vooronderstellingen van bovenaf op te leggen'. Toch is dat nu juist de voornaamste kritiek op het rapport.

De wereldcommissie bestond in meerderheid uit afgevaardigden van Latijns Amerika, Afrika en Azië. Toch lezen we in de commentaren op het rapport: 'Unesco is een volumineuze propagandamachine voor het geloof in de fundamenten van de westerse beschaving.'

Tijdens een discussiebijeenkomst vorige week in de Beurs van Berlage noemde de Pakistaanse filosofe Riffat Hassan de term mondiale ethiek 'typisch een product van het overwegend christelijke Westen'. Zij had voldoende aan de Koran, zijnde 'het Magna Charta van de mensenrechten'.

Deze reacties illustreren het probleem van de internationale gemeenschap: elke oplossing schept nieuwe problemen, een voorstel is al snel controversieel.

Iedere internationale poging om consensus te bereiken over hetgeen wel en niet toelaatbaar is in deze wereld, moet niettemin worden toegejuicht. Niet vanuit een kortzichtig anti-Amerikanisme, want de steun van het in alle opzichten machtige Amerika is onmisbaar. Wel omdat de vraag wat moet worden verstaan onder zoiets als 'nieuwe wereldorde' ons allen aangaat.

John Wanders

Meer over