NA DE ZEVEN PLAGEN VAN BEIROET

Prada opent er binnenkort een winkel, en Gucci en Armani. De soeks herrijzen. Beiroet wordt voor de zevende keer opgebouwd....

De stadsplattegrond van Beiroet doet niet wat je van hem mag verwachten: hij wijst de weg niet. Nog half ingepakt staat het splinternieuwe informatiebord in een al even splinternieuwe wijk bij het centrum van de stad, zijn poten vastgeklonken in nauwelijks droog beton. De roze en okergele huizen om ons heen lijken een vers decor voor een Alladin-film. Maar waar zijn we? Er is niemand om de weg te vragen, de meeste huizen wachten nog op hun eerste bewoners. Het moet ergens zijn in die kluwen van smalle kronkels; het stratenpatroon zo lijkt het, van een oude Arabische kashba. Dit is de wijk Saifi Village, zoveel is wel duidelijk, maar Saifi Village staat om ons heen te stralen van de nieuwbouw.

Een rode pijl – 'U bevindt zich hier' – ontbreekt. Het informatiebord dicteert straatnamen die niet overeenkomen met onze papieren stadskaart. Het bord verwijst naar het verre verleden van de Romeinen (excavations, Roman baths), en drukt een vastberaden voornemen uit: op de plaats waar wij eerder die dag een kale vlakte zagen, is een groen park ingetekend. Het Four Seasons Hotel staat er al op, maar dat is voorlopig een rommelig bouwterrein bezaaid met afval. De kaartenmaker nam een dapper voorschot op de toekomst. Wat hij nog niet weten kon, is dat de Saoedische financier van dit hotel bedenkingen heeft gekregen en overweegt zich terug te trekken. De nieuwe plattegrond van Beiroet wil een soort wegwijzer zijn in de tijd. Hij vertelt het verhaal van een stad-in-transit.

Zeven maal is Beiroet verwoest en voor de zevende maal wordt ze weer opgebouwd, vertelt Nabil Rached van ontwikkelingsmaatschappij Solidére. 'Ik hoop voor het laatst', mompelt hij erbij, als was het een eeuwigdurende kringloop. Nadat in 1991 een einde kwam aan zestien jaar burgeroorlog werd Solidére in het leven geroepen, een privé-onderneming die het historische centrum uit het puin zou doen herrijzen. Na de bulldozers kwamen de draglines, daarna de betonmolens en de bouwsteigers. Het centrum heeft de meeste steigers inmiddels afgeschud – de eerste fase van de restauratie, het stadshart, is nagenoeg afgerond.

Solidére heeft een prachtig pand betrokken in het gerestaureerde centrum. Onder een hoge galerij naast het kantoor ontdoen enkele mannen nieuwe terrasstoelen van hun verpakking. Binnen wordt hard gewerkt aan systeemplafonds, maar je kunt al zien hoe het worden zal. Een modern Italiaans restaurant, dat zich ook in Warschau of New York zou kunnen bevinden. De menukaarten liggen klaar op de bar.

'Saifi Village, waar jullie waren, was vroeger inderdaad een soort kashba, maar het is helemaal opnieuw opgezet door het Franse architectenbureau Spoerry', legt Rached uit, 'met oog voor de oude architectuur.' Vandaar dus de kronkels, de slingerende straatjes, de appartementencomplexen die in elkaar grijpen als de stukken van een puzzel, de boogjes-architectuur en de doorkijkjes die uitzicht bieden op telkens andere nieuwbouw in de warme kleuren van het Oosten – saffraan, kaneel, perzik, chocola. Zoete poppenhuizen, waarachter de resten van afgebrokkelde woningen in vuil grijsbruin te zien zijn. 'Dat laatste valt dus buiten het Solidére-project', vertelt Rached, alsof dat niet duidelijk was, 'het grootste restauratieproject ter wereld.'

Ground Zero van Beiroet beslaat zowat het ganse oude hart van de stad, inclusief zijn kerken en moskeeën, zijn soeks en zijn serails. Stap voor stap wordt de stad van voor de burgeroorlog weer opgebouwd. Trotse, gerestaureerde gebouwen gloeien weer geelwarm op in de zon. Gelukkig, zegt Rached, was er nog steen genoeg voorhanden in de oude groeven van Libanon die ook het materiaal leverden voor de oorspronkelijke panden.

Aan de hand van oude tekeningen, foto's en ansichtkaarten zijn de gebouwen gereconstrueerd. Arabisch, Ottomaans, Frans, Venetiaans naast elkaar – een samenvatting in architectuur van een eeuw of wat geschiedenis. In de Ottomaanse boograampjes zit nu echter modern getint glas. Een gebouw met Venetiaanse tierelantijnen heeft een postmodern dak gekregen.

De oorlog, of liever de restauratie, heeft de panden nader tot elkaar gebracht: ze zijn steriele replica's van zichzelf geworden in wat lijkt op een openluchtmuseum. Beiroet past zodoende naast Dubrovnik of het getto van Warschau: oude geschiedenis, gisteren herbouwd, wachtend op het patina van morgen.

Voor het parlementsgebouw met zijn glanzend gietijzeren hekken wurmt een koter zich door de menigte. Behendig manoeuvreert hij zijn glanzende blauwe trapauto door het hectische verkeer van stepjes, kinderfietsen en driewielers. Jonge ouders kijken geamuseerd toe vanaf de terrassen, zonder zich zorgen te maken over ongevallen in het kleuterverkeer. Daarvoor hebben ze hun nanny's – een leger Filipijnse kinderjuffrouwen drentelt over het Place d'Etoile om traantjes te drogen en snotneusjes te snuiten. Een paar Mercedessen stoppen voor de al- Omari-moskee die met zijn vernieuwde helwitte koepels staat te pronken in de zon.

De mooie jonge mensen zijn als eersten teruggekomen naar het centrum. Ze flaneren in het weekend door het gerestaureerde hart van de oude stad, ze drinken kopjes espresso voor de smetteloze cafés in de Rue Marad en laten hun kinderen uit in de autoloze straten. De nieuw geplante bomen op het Place d'Etoile lijken afkomstig uit een speelgoedfabriek. De eerste winkels hebben hun deuren geopend. Een designzaak, wat winkels met dure souvenirs, een warenhuis met sportkleding. Hier opent Prada binnenkort, vermeldt een bouwschutting in een gerestaureerde lege straat, en Gucci en Armani. Als om het contrast te benadrukken staat hier en daar nog een kapotgeschoten gevel, waar je achter de glasloze ramen de blauwe lucht kunt zien. Verder is alles even nieuw en smetteloos: zelfs de duiven, die stadsvervuilers bij uitstek, zijn nog niet teruggekeerd. Te bang waarschijnlijk voor de aanhoudende herrie van betonboren, hamers en cementmolens.

Maar wat is een stad zonder straatslijpers, zonder duivenstront, zonder een markt met luidruchtige kooplui? Waar vroeger de soeks waren, die lawaaierige kern waar je alles krijgen kon wat Oost en West te bieden hadden, ligt een betonnen vlakte. Het betonijzer dat uit het cement steekt duidt op een toekomst die Solidére in gedachten heeft. Ook de soeks zullen worden herbouwd.

De Libanese schrijfster Hanaan as-Sjaikh heeft warme herinneringen aan het Beiroet van voor de oorlog. 'Vroeger leidden de straten je van de ene sfeer in de andere. Via het deftige deel dat nu zo mooi is gerestaureerd, liep je naar de soeks, met hun handelaren die elkaar probeerden te overschreeuwen. Met hun kippen, hun groenten- en fruitstalletjes, kruiden, kleding, etensgeuren uit de restaurantjes waar het werkvolk kwam eten, de goudwinkeltjes waar vrouwen rinkelende armbanden kwamen uitzoeken. Overal waren kleine cinema's, winkeltjes, hoerenhuizen, overal zag je werklui die materiaal over straat sleepten.

'Het gerestaureerde centrum is nu een en al architectuur', zegt As- Sjaikh (55) in haar Londense appartement. Ze verliet haar geboortestad in de jaren zeventig, genoeg als ze had van de bloedige anarchie en in het volle besef dat het Beiroet van haar jeugd niet te restaureren viel. 'De schoonheid van de stad zat toen in de harten van de mensen. De schoonheid die ik nu zie als ik Beiroet bezoek, die van de prachtige gebouwen, heb ik nooit eerder kunnen ervaren, want ze was verborgen onder lichtreclames en tl-buizen, onder een transparante laag vuil, onder gevelborden en allerlei rommel die van de balkons hing. De stad is een nieuwe fase ingegaan. Het is een stad van jonge mensen geworden. Maar het is niet het Beiroet dat ik me herinner. De al-Omari-moskee in het centrum zag ik na zijn restauratie eigenlijk pas voor het eerst, met zijn mooie tegels en zijn grote binnenplaats. Vroeger zag ik daar op vrijdagmiddag alleen de schoenen van mijn vader, als ik ongeduldig op hem stond te wachten. Na het gebed ging hij namelijk snoep kopen met mij.'

Naast de soeks bestond het moderne, mondaine Beiroet, waarvan de eerste voorboden zich nu weer in het centrum melden, en waarnaar een van de hoofdpersonen in As-Sjaikhs oorlogsroman Beiroet Blues zo hevig terugverlangde: 'Was dit Beiroet? Die kleurige, rollende bal van vroeger? Die stad vol bruinverbrande gezichten, badkleding, luxe auto's, theaters en bioscopen, cafés en sportclubs, opgemaakte vrouwen, internationale zangers en artiesten, jonge meisjes en lawaaierige brommers? Die stad vol moderne appartementen in hoge flatgebouwen met gesloten of wijdgeopende ramen, als ruimtecapsules afgesloten van de buitenwereld, waarvan de bewoners niets anders zagen dan de blauwe zee? En daarnaast de oude wijken, waar je in de trappenhuizen van de flatgebouwen vertrouwde etensgeuren rook, en van de balkons het geluid van de mattenkloppers kon horen. Die tegenstelling maakte de bewoners van Beiroet onsterfelijk.'

De stad was vroeger een fonkelend juweel, volgens sommigen.

De stad was een hoer, meenden anderen.

Je moet de lange boulevard van Beiroet, de veelbezongen Corniche, ver aflopen om de mattenkloppers in de oude wijken te horen. Je moet de bocht naar het zuiden omgaan en dan nog een stukje doorlopen voordat je Aymed Jir treft, die aan de rand van de kalme blauwe zee zit te vissen op een rots. Geen denken aan dat hij ooit terugkeert naar zijn soek- winkel in het centrum. Hij deed in herenkostuums, handgemaakte pakken. 'Als een man ging trouwen en hij had wat centen, kwam hij naar mij voor een maatkostuum.'

Zoals alle voormalige grond- en onroerendgoedeigenaren kreeg Jir een aandeel in Solidére. De maatschappij verwierf alle rechten en scheepte de oude eigenaren af met een aandeel dat ver beneden de werkelijke waarde lag, menen critici. Zodoende zal Jir niet kunnen terugkeren als de soek eenmaal is herbouwd. Zo zullen de voormalige bewoners van Saifi waarschijnlijk in de povere volkswijken blijven waar de oorlog hen naartoe heeft gedreven. Het gerestaureerde stadshart is meer dan ooit voor de welgestelden. Het voordeel van een stad die met de grond gelijk wordt gemaakt, is dat je hem later enigszins naar je hand kunt zetten, letterlijk en figuurlijk.

Dat hebben ze goed beseft bij Solidére, ook wat betreft de infrastructuur. De snelweg van het centrum naar het vliegveld werd rechtgetrokken, het wegdek verbreed. En vooruit, doe er maar een tweede jachthaven bij, we zijn nu toch bezig. De zee krijgt een nieuw stuk boulevard van een omvang die ze nooit heeft gehad: de promenade zal drie wandelniveaus tellen. Lange rijen palmbomen staan er inmiddels te wachten op de toekomst. Hun pluimen zijn nog ingepakt als kerstbomen, bijeengebonden met jute-netten zodat ze als buitenmaatse verfkwasten de lucht in steken. Je ziet in gedachten de dagjesmensen al langs slenteren, je ruikt de eetstalletjes al, en hoort de spelende kinderen. Maar nu wordt de promenade nog beheerst door bouwvakkers.

De stad kreeg een stuk land cadeau door de oorlog, zegt Nabil Rached die ons rondleidt langs de nieuwe projecten aan zee. Hij wijst op de draglines verderop. Ze klauwen in een stuk grond aan het water dat vroeger niet bestond. Omdat de vuilstort in Oost lag, en de bewoners van West toch ergens hun rotzooi kwijt moesten, dumpten ze het in zee. Het afval, waarin ook onontplofte munitie lag, is later zorgvuldig geselecteerd en de stort is verder opgevuld met puin. Het zal een park worden, de bomen staan al klaar in de kwekerijen.

Op deze plek heb je een magnifiek uitzicht op de zee, en als je je 90 graden draait, over de stad op de glooiende groene heuvels. Foto's van de oorlog die ongeveer van hier genomen moeten zijn, tonen een stad vol geraamten van kapotgeschoten flatgebouwen. Beiroet was als 'New York, een stad die rechtop staat', schreef Willem Frederik Hermans nadat hij in de jaren tachtig, tijdens de oorlog, op bezoek was geweest bij vrienden. Hij leende de vergelijking van Céline, die ook niet kon vermoeden dat New York vele decennia later eveneens in zijn ziel zou worden getroffen door zinloze, gewelddadige verwoestingen.

Hij had het in Beiroet niet naar zijn zin, Hermans. 'Beiroet, dat was de Hongerwinter zonder honger en winter was het trouwens ook niet', schreef hij in NRC Handelsblad. 'Alles was zoals op tv: mitrailleursnesten van zandzakken her en der. Soldaten die hun duim bewogen dat je mocht doorrijden en daarbij een gezicht zetten of ze zeggen wilden: het is me nu toevallig te veel moeite je kapot te schieten.' Doodmoe werd hij van de Syrische bezetters, het Libanese leger, de druzen, de christelijke, falangistische milities, en al die andere strijdende, partijen die niemand uiteindelijk nog uit elkaar kon houden. 'Adieu! Ik wist niet wie ik de overwinning moest toewensen, zonder gevaar er later spijt van te krijgen.' Hij beschreef autokerkhoven, geweervuur, verminkte bedelaars, kapotte straten. 'Ruïnes, ruïnes.' Liever bezocht hij de Romeinse ruïnes van Baalbek en Anjar, waar het tenminste rustig was bij gebrek aan toeristen.

Wellicht zou Hermans nu genoten hebben in Beiroet. Toeristen zijn er niet veel. Niet meer. 'Het was net goed op gang aan het komen', zegt Serge Akl van het Ministerie van Toerisme. 'Deze zomer hadden we 20 procent meer bezoekers dan vorig jaar. Toen werd het 11 september, en lieten toeristen het Midden-Oosten links liggen.' Libanon, vooral Beiroet, zegt hij, raakt altijd meteen besmet als er weer een conflict uitbreekt in het Midden-Oosten. 'Men beseft niet dat een oorlog in Israël geen oorlog in Libanon is. Het is hier al twaalf jaar vrede.'

Bij de Romeinse baden in het centrum bloeien nu jacaranda's. De oude serail, waarin de minister-president kantoor houdt, torent er trots bovenuit. Vanaf de trappen naar boven heb je een goed zicht op de resten van het badhuis. Voordeel van de oorlog: de verwoestingen legden meer bloot van het Phoenicische en Romeinse verleden van de stad dan er ooit te zien is geweest. In het spoor van de bulldozers en de graafmachines volgde een hele stoet archeologen.

Ook achter de Maronitische kerk liggen Romeinse resten. 's Avonds worden ze verlicht. Vanaf het terras van café Caspar & Gambini heb je een prachtig uitzicht. Rechts de herstelde kerk met zijn interieur van glanzend marmer, links moskeeën, helderwit, daartussen de Romeinse resten waarachter het logo oplicht van de pas geopende, reusachtige Virgin Store. Op zijn dakterras kun je moderne salades eten.

Caspar & Gambini is een populaire ontmoetingsplaats. Jong en hip Beiroet verzamelt zich op het terras. Terwijl de klokken van de kerk zich aan het begin van de zaterdagavond mengen met de gebedsoproep vanuit de moskee, worden hier plannen gemaakt voor de uitgaansavond. Naar de trendy bars en restaurants in de Rue Monot bijvoorbeeld, en daarna dansen in de Zubar of de B018, een superhippe ondergrondse disco met een dak dat open kan. Ook een erfenisje uit de oorlog: de ruimte waar jong Beiroet zich nu de nacht in danst, was vroeger een grimmige schuilkelder.

Meer over