'Na de ozonlaag dachten we dat we alles aankonden, maar mooi niet'

Zijn theorie over het ozongat leverde hem de Nobelprijs op en leidde ertoe dat het gat werd gedicht. Over het milieu is Paul Crutzen (76) pessimistisch....

Door Martijn van Calmthout

Hij heeft nog altijd geen auto, Paul Crutzen (76), Nobelprijswinnaar chemie 1995. Maar hij woont dan ook vlak bij het Max Planck Instituut voor atmosfeerchemie in Mainz, dat hij jarenlang leidde en waar hij nu als emeritus en senior researcher nog veelvuldig te vinden is. Afzien van een automobiel past overigens niet alleen bij zijn streven om sober te leven, zegt hij. De wandeling door de botanische tuinen van de plaatselijke universiteit, die op zijn route liggen, is een waar genoegen.

Crutzen was deze week een van de vier auteurs van een opmerkelijk artikel in het prominente milieutijdschrift Environmental Science & Technology, waarin een oud idee van hem nader wordt uitgewerkt. Dat idee is dat de aarde sinds twee eeuwen in een nieuw geologisch tijdvak is beland, het zogeheten Antropoceen. En dat de planeet blijvend is veranderd door toedoen van de mens.

Crutzen: ‘Veel geologen houden vol dat we leven in het warmere tijdperk van na de ijstijden van tienduizend jaar geleden, het Holoceen. Maar dat is misleidend. Je kunt veel van wat we aan de aarde meten, domweg niet meer verklaren zonder dat je de factor mens meeneemt. Dus is dit het mensentijdperk.’

Twee Britse geologen van de Universiteit van Leicester, Jan Zalasiewicz en Mark Williams, schreven het stuk, maar haalden de oude rotten Crutzen en zijn Australische collega Will Steffen erbij. Omdat zij aan de wieg ervan stonden.

De term Antropoceen, zegt Crutzen, schoot hem in 2001 spontaan te binnen tijdens een interruptie op een vergadering van het International Geosphere-Biosphere Programme in Mexico, die werd voorgezeten door Steffen. ‘Het begon als een beetje een los idee, bedoeld om een punt te maken. Maar ik merkte meteen dat het een rake term was, die de gedachten ordende.

‘Niet alleen hebben we de atmosfeer zodanig veranderd dat dit over tienduizenden jaren nog in ijskernen te zien zal zijn. Daarnaast is er wereldwijde erosie, ontbossing, massale sterfte van soorten, enorme bevolkingsgroei, het ontstaan van megasteden. Normaal sterft een op de miljoen soorten per jaar uit. De laatste eeuw gaat dat ruwweg duizendmaal zo snel. Zoiets blijft in het fossielenbestand van de toekomst heel zichtbaar. Net als het eventueel uitsterven van de mensheid trouwens.’

Waarom moeten we hardop vaststellen in welk geologisch tijdvak we leven?

‘Omdat zeker geologen de neiging hebben te denken dat de mens niks voorstelt, op geologische dimensies en tijdschalen althans. Dat leidt mij te gemakkelijk tot het idee dat het allemaal wel losloopt met wat we aanrichten. Maar zo is het niet. In zekere zin is de mens sterker dan de aarde. Wij veranderen de planeet, blijvend.’

En niet ten goede?

‘In elk geval niet doelgericht. Wat er met de planeet gebeurt, is bijzaak van onze activiteiten – om preciezer te zijn: van een deel van de mensheid, het rijke deel. Dat tezamen met de gedachte dat de rest van de mensheid natuurlijk net zoveel zin heeft in welzijn en welvaart, maakt me niet erg gerust op de toekomst.’

U klinkt erg pessimistisch.

‘Ik ben pessimistisch. Neem de uitstoot van kooldioxide. In veel opzichten is dat de kern van ons economische bestaan: alles draait om fossiele brandstoffen. Tegelijk moet die uitstoot met 60 tot 80 procent omlaag om de invloed ervan op het klimaatsysteem te beperken. Je vraagt je af hoe dat samen kan gaan. De klimaatconferentie in Kopenhagen in december heeft laten zien hoezeer we niet in staat zijn dit soort problemen aan te pakken.’

Het gaat dus gewoon mis?

‘Over de toekomst zeg ik maar liever niet te veel. Mijn kleinkinderen moeten haar nog meemaken. Maar het gaat me zeker aan het hart.’

Er zijn mensen die zeggen dat de bevolkingsgroei het enige echte milieuprobleem is.

‘Dat ben ik wel met ze eens, maar met de kanttekening dat de invloed van de mens op aarde niet stopt als we ophouden met kinderen maken. Daarvoor is er al te veel gebeurd. Het is niet alleen met hoevelen we zijn, maar vooral ook de manier waarop. Om te beginnen zou een stap terug voor ons in het Westen geen slecht idee zijn.’

Allemaal lopend naar het instituut.

‘Ik heb zelf altijd geprobeerd sober te leven. Dat was destijds met de ozonlaag al zo: waarom zou je een spuitbus met deo gebruiken als je je fatsoenlijk wast met water en zeep?’

Uw bewijs dat chloorhoudende gassen daarin een sleutelrol speelden, leidde rechtstreeks tot wereldwijde maatregelen: het Montreal Protocol van 1987.

‘Dat was een reusachtig succes, waar ik nog steeds trots op ben. Maar tegelijk zijn we ons gaan realiseren dat de ozonlaag in feite nog een simpel probleem was. Het beperken van de cfk’s raakte nergens de kern van het bestaan, en de productie ervan was ook betrekkelijk geconcentreerd. Broeikasgassen is een heel ander verhaal.’

U was destijds erg optimistisch over onze mogelijkheden om de milieucrisis te bezweren.

‘Na de ozonlaag dachten we dat we alles aankonden, maar mooi niet. We waren wel wat naïef. Veel problemen kunnen we op papier wel oplossen. Maar het gebeurt gewoonweg niet, en vooral omdat we onze enorme welvaart niet willen opgeven. Mensen willen genieten.’

Voorstanders van geo-engineering denken dat we de opwarming desnoods moeten stoppen door zwavel uit te stoten. Deels gebaseerd op uw studies aan vulkanen.

‘Zeker, maar dat lijkt me toch geen goed idee. De chemie van de atmosfeer is buitengewoon ingewikkeld – ik denk dat ik dat met enig gezag kan zeggen. Zwavel in de atmosfeer pompen kan inderdaad verkoelen. Maar het kan bijvoorbeeld ook opnieuw de ozonlaag aantasten.’

Te riskant dus?

‘Geo-engineering is voor mij een uiterste redmiddel als we er op geen enkele manier in slagen de uitstoot van broeikasgassen in te perken. Maar niet eerder, want we weten te weinig wat we ermee aanrichten.’

Waar draait uw huidige onderzoek om?

‘Ik ben bezig een programma op te zetten over de chemie van de bovenste lagen van de oceanen. Daar zie je talloze, heel interessante processen, intern en in uitwisseling met de atmosfeer, waar we nog maar heel weinig van afweten.’

Van belang voor ons overleven?

‘Vooral van fundamenteel belang.’

En de invloed van de mens?

‘Die is daar relatief klein. Ik moet zeggen dat dat ook weleens prettig is. Gewoon fundamenteel onderzoek waar het niet om de mens en het milieu draait.’

Dat laatste is wel waarvoor u in 1995 de Nobelprijs kreeg. Het werd de eerste groene Nobelprijs genoemd. Sommigen vonden het zelfs een politieke prijs.

‘O, maar ik ben altijd heel dankbaar gebleven voor die prijs. Het gedoe eromheen heeft me natuurlijk veel tijd gekost, maar het heeft me ook een geweldig bestaan als wetenschapper gegeven.’

Wat heeft u eigenlijk met het geld gedaan?

‘Op de bank gezet, en daar is het nog. Voor de kinderen en de kleinkinderen, als er wat nodig is.’

Niet aan de wetenschap besteed?

‘Mijn soort wetenschap doe je hoofdzakelijk met potlood en papier, en met je hersens. Geef me een kantoor, een computer en een halve secretaresse, en mij hoor je als theoreticus niet meer.’

Meer over