100 jaar Volkskrant

Na de Duitse inval toonde de Volkskrant zich eerder gekwetst dan verontwaardigd

De Volkskrant van 16 mei 1940. Beeld de Volkskrant
De Volkskrant van 16 mei 1940.Beeld de Volkskrant

Op 9 mei 1940 wilde het neutrale Nederland nog van geen wijken weten. De in Nederland geboren Hendrik van Loon bood zijn ruim bemeten huis op Long Island, New York, aan als toevluchtsoord voor de koninklijke familie. Dit aanbod werd ‘op hoffelijke maar besliste wijze’ afgewezen door prinses Juliana, deelde de Volkskrant op de voorpagina mee. Als geboortige Nederlander en gediplomeerd historicus zou hij moeten weten ‘dat vijf eeuwen lang het Huis van Oranje voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen’, schreef de prinses, mede namens haar echtgenoot.

‘Onze plaats is hier in Nederland. Of er gevaar dreigt of niet, wij zullen nooit onze post verlaten.’ Drie dagen later moest Juliana onder druk van de omstandigheden terugkomen op dit voornemen, al voerde de reis niet naar Long Island, maar naar Londen. Haar moeder, koningin Wilhelmina, volgde een dag later.

Ook de commentator van de Volkskrant had zich op 9 mei nog strijdbaar getoond. Hij betuigde zijn instemming met de internering van staatsgevaarlijke NSB’ers, Meinoud Rost van Tonningen voorop, en fulmineerde tegen de ‘goed gespeelde verontwaardiging’ van Het Nationale Dagblad – een NSB-periodiek – over deze maatregel. De commentator liet maar al te graag blijken dat de nazi-propagandisten niet alleen ‘de Joodse pers’ hekelden, maar ook ‘het politieke katholicisme’. Kritiek van NSB’ers werd deze dagen als een ridderslag ervaren.

Na de Duitse inval op vrijdag 10 mei, door koningin Wilhelmina veroordeeld als ‘een voorbeeldeloze schending van de goede trouw en aantasting van wat tussen beschaafde staten behoorlijk is’, toonde de Volkskrant zich eerder gekwetst dan verontwaardigd. ‘Wij hebben ons sterk gevoeld in het besef van onze eerlijke onzijdigheid naar weerskanten en in het vertrouwen dat de oorlogvoerenden over en weer die onzijdigheid zouden erkennen. Wij hadden geen plannen tegen wie ook.’

Daartoe door de ‘trouweloze’ vijand gedwongen, ‘zal het Nederlandse volk van heden tonen van de oude stam niet ontaard te zijn. Een taaie tegenstand zal de ‘geweldige Duitse troepenmacht’, die de Duitse regering aankondigde, kunnen rekenen.’ Illusies over de afloop van de confrontatie leek de Volkskrant niet te koesteren. Voor haar was verzet meer een morele dan een militaire opdracht, al hield ze geen rekening met een overrompeling binnen vijf dagen.

De Nederlandse capitulatie – na het bombardement van Rotterdam – werd in die zin verwelkomd, dat verder bloedvergieten ermee werd voorkomen, terwijl de nationale eer door de ‘felle tegenstand’ van de voorgaande dagen was gered. De Volkskrant van 16 mei 1940 ademt vooral doffe berusting. Aan pogingen om de pijn over de nederlaag en de aangevangen bezetting te verzachten, waagde de commentator zich niet.

In navolging van de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, Henri Winkelman, drong hij erop aan ‘dat ieder in zijn beroep, werkkring of bedrijf rustig en ernstig zijn leven zou voortzetten’. Want arbeid was nog het enige waarmee Nederlanders het respect van de overwinnaar zouden kunnen afdwingen. Meer zat er voorlopig niet in. ‘Wij zijn verarmd; wij zullen nog meer verarmen; elke dag in nietsdoen doorgebracht voegt aan de verarming toe.’

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over