N-Zeeland ontsnapt aan ramp

Kantoren en winkels waren vrijwel verlaten toen de aardbeving op de vroege zaterdagochtend toesloeg...

CHRISTCHURCH Als zaterdagochtend de zon opkomt, is in het centrum van Christchurch de verwoesting zichtbaar die een zware aardbeving twee uur daarvoor heeft aangericht. Veel gebouwen zijn geheel of voor een deel ingestort en het natuurgeweld heeft in elke straat sporen nagelaten.

Maar op de radio telt burgemeester Bob Parker zijn zegeningen: geen doden, en maar twee zwaargewonden. Christchurch, een stad van bijna vierhonderdduizend inwoners, is aan een ramp ontsnapt. Dat bevestigt ’s middags ook de Nieuw-Zeelandse premier John Key, na een rondvlucht boven de stad en een deel van de getroffen regio Canterbury. Hij noemt het een wonder dat een beving met een kracht van 7,1 op de schaal van Richter zo weinig persoonlijk letsel heeft veroorzaakt.

Materiële schade is er des te meer, blijkt als in het weekeinde de gevolgen worden geïnventariseerd. Volgens een eerste schatting zou die 2 miljard Nieuw-Zeelandse dollar kunnen bedragen (1,1 miljard euro). Vooral grote, uit baksteen opgetrokken gebouwen uit het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw – naar Nieuw-Zeelandse maatstaven stokoud – hebben het moeten ontgelden. De goeddeels houten woonhuizen lijken de beving redelijk te hebben doorstaan, maar veel zijn verwoest door ingestorte schoorstenen.

Ook blijkt dat halve woonwijken, sommige nog geen vijf jaar oud, zijn verschoven of weggezakt. Geologen schrijven het toe aan liquefactie, het natuurkundige verschijnsel waarbij met water verzadigde zandlagen gaan schuiven. Gevreesd wordt dat 20 procent van de huizen in Christchurch en omliggende dorpen onbewoonbaar is geworden.

Evengoed zijn er stadsdelen waar het leven zaterdagochtend, een paar uur na de beving, zijn gang verrassend snel heeft hernomen. Op sommige plekken is de stroomvoorziening niet aangetast. In de zuidelijk gelegen wijk Barrington puilt het parkeerterrein bij het winkelcentrum uit: het bericht dat een grote supermarkt als een van de weinige in de stad zijn deuren heeft geopend, is als een lopend vuurtje rondgegaan.

Voorbereid
Ondanks de drukte is bijna alles er nog verkrijgbaar. Nieuw-Zeelanders zijn door voortdurende overheidscampagnes degelijk voorbereid op natuurrampen als aardbevingen en tsunami’s: in de voorraadkamer thuis hebben ze meestal voor weken eten. Water is een ander verhaal: de gemeente heeft bekendgemaakt dat het leidingnet en de riolering op cruciale plaatsen zijn beschadigd. Dus was het water in de supermarkt meteen uitverkocht. Een kwieke zestiger, net met lege handen naar buiten gekomen, staat verontwaardigd op de stoep: ‘Zegt die caissière: we hebben nog wel cola. Zeg ik: hallo, ik ga mijn tanden toch niet poetsen met cola?’

Binnen verdringen de mensen zich bij een stand voor twee levensbehoeften waaraan thuis zonder elektriciteit gebrek heerst: koffie en televisiebeelden. Veel mensen slaan een hand voor de mond nu ze voor het eerst de ravage zien. Een man roept ontsteld, als de weggezakte gevel van een kantoorgebouw in beeld komt: ‘Daar werk ik!’

De beelden maken duidelijk wat het hele weekeinde zal weerklinken op radio en tv: had deze aardbeving zich niet voorgedaan om vijf over half vijf ’s ochtends, maar een paar uur later, dan zouden de gevolgen catastrofaal zijn geweest. Veel van de ingestorte gebouwen zijn kantoren en winkels, uitgestorven op de vroege zaterdagochtend, net als de straten in het centrum.

In de loop van zaterdagochtend wordt het grootste deel van het centrum afgesloten voor ramptoeristen. Bovendien wordt in het gebied een avondklok ingesteld. De autoriteiten waarschuwen voor naschokken – het hele weekeinde zijn er tientallen voelbaar, sommige krachtiger dan 5 op de schaal van Richter. Herstelwerkzaamheden lijken te worden bemoeilijkt door de harde wind, maar de voorspelde zware storm blijft uit. Wel blijft angst bestaan voor overstromingen door overvloedige regenval.

Scholen en instellingen sluiten in elk geval maandag en dinsdag de deuren. Mensen wordt geadviseerd zo veel mogelijk thuis te blijven.

Het epicentrum van de beving lag bij Darfield, 30 kilometer ten westen van Christchurch. De plek verraste seismologen: tientallen kilometers van de breuklijn in de aardkorst die het Zuidereiland in tweeën deelt. Christchurch bevindt zich, met het grootste gedeelte van het eiland, op de Pacifische plaat. De rest maakt deel uit van de Indo-Australische plaat – jaarlijks aanleiding voor duizenden bevingen in Nieuw-Zeeland, de meeste nauwelijks voelbaar.

De aardbeving van zaterdag is de ernstigste in het land sinds die van Hawke’s Bay in 1931, waarbij in een dunbevolkt gebied 250 mensen om het leven kwamen. In de goeddeels onbewoonde regio bij de zuidkust van het Zuidereiland richtte een beving van 7,8 op de schaal van Richter vorig jaar nauwelijks schade aan.

Meer over