Mythen over Bosnië ontzenuwd

TOEN NOEL MALCOLM ontdekte dat hij de cynici die instemmen met de gewelddadige opdeling van zijn geliefd Bosnië-Herzegowina, geen boek kon aanraden waarin hun argumenten op verantwoorde wijze worden ontkracht, schreef hij het zelf....

EWOUD NYSINGH

De eerste echte Bosnische staat ontstond onder de legendarische Ban Kulin (1180-1204). Tussen 1463 en 1992 - de verovering door de Ottomanen en de erkenning door de Verenigde Naties - was Bosnië-Herzegowina geen onafhankelijke staat. Daardoor is Bosnië vaak alleen beschreven in het kader van de geschiedenis van het Romeinse rijk, Byzantium, de Servische en Hongaarse koninkrijken in de middeleeuwen, het Ottomaanse en Habsburgse rijk en Joegoslavië.

De Britse historicus en journalist Malcolm (1956), ex-docent in Cambridge, voormalig chef-buitenland van The Spectator en columnist van The Daily Telegraph, heeft zich in Bosnia - A Short History twee doelen gesteld. Hij wil de achtergronden van de huidige oorlog uitleggen, maar vooral aantonen dat de gebeurtenissen in Bosnië geen produkt zijn van de eigen geschiedenis. Bosnië kent een roerig en gewelddadig verleden, maar 'etnisch zuivere' gebieden hebben er nooit bestaan.

Stel, schrijft Malcolm, dat een aantal door buitenlandse machten gesteunde politici en militairen morgen Parijs gaat beschieten met zware artillerie. Zouden we dan achterover leunen en zeggen dat het 'een logisch gevolg is van oude Franse haatgevoelens'? Nee, dan zouden we de achtergronden en oorzaken van de crisis nader willen bestuderen en tot een afgewogen oordeel komen, op basis van onafhankelijke geschriften over het Franse verleden. Een verleden met barbaarse en bloedige episoden, burgeroorlogen en vervolgingen.

Toen de oorlog in Bosnië-Herzegowina begon, in april 1992, Sarajevo werd beschoten en het stadje Bijeljina door de Servische vrijwilligers van Arkan van Moslims werd 'gezuiverd', zaten de westerse politici achterover geleund en lieten zij zich volgens Malcolm in slaap sussen door adviseurs en commentatoren die zeiden dat de oorlog het gevolg was van de val van de Sovjet-Unie, waardoor de discipline in Joegoslavië verdween en de oude haatgevoelens weer naar boven kwamen. Bosnië-Herzegowina zou bovendien nooit hebben bestaan.

Wie zich door deze mist van onwetendheid en door propagandisten gelegde rookgordijnen heen slaat, zal zien dat het allemaal anders ligt, betoogt Malcolm. Aan de 'Sovjet-discipline' kwam al in 1948 een eind, toen Joegoslavië door Stalin uit de Komintern werd gegooid. Het Servische nationalisme stak weer de kop op in 1989, twee jaar voor de val van de Sovjet-Unie. Tito heeft de grenzen van Bosnië-Herzegowina niet zelf getrokken; hij heeft de historische grenzen hersteld die dateerden van het eind van de Ottomaanse periode en de bezetting door Oostenrijk-Hongarije.

De communisten hebben het nationalisme juist gebruikt om hun eigen politieke doelen te realiseren, net als Tito. Enerzijds werden nationalisten keihard onderdrukt, anderzijds werden de nationalistische gevoelens juist opgewekt, om de bevolkingsgroepen tegen elkaar uit te spelen. Natuurlijk waren er oude haatgevoelens in Bosnië-Herzegowina; zo vreedzaam hebben de verschillende groepen door de eeuwen heen niet met elkaar samengeleefd. Maar de animositeiten waren niet het gevolg van het samenleven van verschillende religieuze groepen. De basis van het geweld in Bosnië-Herzegowina was nooit etnisch of religieus, maar economisch: de vaak christelijke boeren verzetten zich tegen de Moslim-landeigenaren.

Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn twee generaties opgegroeid die geen persoonlijke herinneringen hebben aan de oorlog en niet speciaal van plan waren opnieuw te beginnen. Bosnië is volgens Malcolm dan ook door krachten van buiten te gronde gericht. De toon werd gezet door gruweldaden van jonge gangsters met dure zonnebrillen uit de Servische steden: de paramilitaire groepen van Arkan en anderen. Zij werkten de rationele strategie uit van hun politieke leiders, die erop was gericht twee etnische bevolkingroepen op de vlucht te jagen en een derde te radicaliseren.

Malcolm's verdienste is dat hij op grond van gedegen onderzoek een einde maakt aan vele mythen en legenden die de ronde doen over Bosnië. Zo is het volgens hem niet erg logisch dat de Bosnische Serviërs claimen af te stammen van de Walachijers, nomaden die een Romaanse taal spraken. Iemand nu een Serviër noemen houdt in het terugvallen op een concept uit de negentiende en twintigste eeuw, een combinatie van religie, taal en geschiedenis. In dat opzicht is het pikant, schrijft Malcolm malicieus, dat 'de Slavische broeders in Bosnië' van de Russische nationalisten, zelf zeggen af te stammen van niet-Slaven.

Een andere mythe die Malcolm aanpakt, is het onder Bosnische Moslims populaire verhaal dat de Bosnische kerk in de middeleeuwen een ketterse Bogomilen-sekte was. De Bosnische kerk koos partij voor Rome in het grote schisma in de elfde eeuw, maar de Bosnische kerk had zowel katholieke als orthodoxe elementen. Toen de Ottomanen in 1414 Bosnië binnenvielen, was er niet veel meer van de Bosnische kerk over; een van de oorzaken van de snelle islamisering.

Malcolm beschrijft het moeizame overleven van Bosnië-Herzegowina onder de Habsburgers, het Joegoslavische koninkrijk, de bezetting door de fascisten, de burgeroorlog in Bosnië tussen partizanen en Cetniks, en ten slotte Bosnië in Tito's Joegoslavische federatie. Al te fraai was het vaak niet, maar Bosnië bleef bestaan. Tot de komst van de Servische nationalist Milosevic.

Ondanks Malcolm's uitgesproken ideeen over Bosnië, dat hem in de Britse pers tot een van de belangrijkste critici van minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd heeft gemaakt, levert hij op onpartijdige wijze het bewijs voor zijn stelling dat opdeling onzinnig is. Hij maakt korte metten met de halve waarheden en leugens die door historici, politici, militairen en journalisten zijn verteld om aan te tonen dat Bosnië-Herzegowina 'nooit heeft bestaan' en maar beter kan worden opgedeeld tussen Kroatië en Servië. Daarbij en passant inspelend op de rassentheorieën van nationalisten dat de Bosnische Moslims 'eigenlijk' bekeerde Kroaten of Serviërs zijn.

Malcolm, die meer dan tien talen spreekt, heeft voor het uiteenvallen van Joegoslavië veel op de Balkan gereisd. Tot zijn verdriet kon het onderzoek naar de Bosnische geschiedenis niet plaatsvinden in bibliotheken in het land zelf. De Servische nationalisten ruïneren niet alleen de toekomst van het land, maar ondernemen ook een systematische poging het verleden uit te wissen.

Het land is in tweeën gedeeld en niets wijst erop dat de separatistische Serviërs bereid zijn de vernietiging van BosniëHerzegowina te staken. Het Westen weet zich geen raad met de agressie en buigt het hoofd voor de afscheiding van de 'etnisch zuivere' Servische gebieden in Bosnië. Het Westen, dat de geschiedenis van Bosnië niet kende, heeft zich op een onjuiste manier in het conflict gemengd, met als resultaat een gedrocht, een niet levensvatbaar Moslim-Bantustan.

Ewoud Nysingh

Noel Malcolm: Bosnia - A Short History.

Macmillan, import Nilsson & Lamm; Fl. 35,45.

ISBN 0 333 61678 2.

Meer over