Muzikale brandstof

World premiere recording, meldt het boekje bij Riccardo Chailly's cd-uitvoering van het nieuwe, door Luciano Berio gecomponeerde slot van Puccini's onvoltooide opera Turandot....

Vreemd. Want van die Turandot-finale verscheen al een opname, op een dvd waarop Valeri Gergjev Puccini's laatste opera dirigeert tijdens de Salzburger Festspiele 2002. Mhet door Berio gecomponeerde slot, en daar hebben ze het geluid echt niet bij weggelaten.

Nog vreemder: Chailly's platenmaatschappij (Decca) is zo trots op haar premi, dat ze het vertikt er de gezongen tekst bij te leveren. Terwijl Berio de bestaande tekst (gebruikt door Franco Alfano voor zijn 'oude' Turandot-voltooiing van 1926) toch ook onder handen nam.

Minder woorden, meer muziek: Berio's completering doet de titelpersonage meer recht, omdat de 'ijzige' prinses om wier metamorfose het allemaal te doen is, nu de muzikale brandstof krijgt die ze nodig heeft om zichzelf tot ontdooiing te brengen. Bij Alfano was daar een soort overweldigingsdaad van de tenor voor nodig. Dat het nieuwe slot niet alleen naar Puccini klinkt maar ook naar de voltooier, is niet erg. Berio heeft meer Puccini-schetsen gebruikt dan zijn voorganger, en Puccini-plus-Berio klinkt beter dan Puccini-plus-Alfano.

Zeker als Chailly de leiding heeft. Chailly heeft bovendien een sterke hand van vocalisten uitkiezen. Eva Urbanova en de tenor Dario Volontoen het prachtig. Dat Chailly aan de nieuwe Finale Atto III een heel stuk originele Turandot vooraf laat gaan, is ook sympathiek. Maar dat Decca daar in het cd-boekje geen boe of ba over opmerkt is weer buitengewoon vreemd. Geen woord ook over de Nederlandse Opera, aan wier productie (in 2002 gedigeerd door Chailly) de omslagfoto werd ontleend. Het rammelt bij Decca.

Gelukkig nog niet akoestisch. Puccini discoveries, heet deze plaat, gemaakt met het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi. Met dat orkest presenteerde Chailly ook Rossinien Verdi discoveries, steeds met dezelfde boodschap: dat deze Italianen ook buiten de opera hun mannetje stonden, verstand hadden van orkestreren, en zo goed waren dat elke noot meetelt.

Zo bestaat er niet alleen een bekende 'onbekende Puccini', van opera's als Le villi en La rondine, maar is er dus ook de onbekende-onbekende Puccini van een Scherzo en een Preludio, en van een proto-Mahleriaans Adagetto voor strijkers. Boeiend: behalve een Ecce sacerdos magnus voor koor (vier maten muziek) zit er ook een cantate bij die Puccini kennelijk heeft weggegooid, maar die te reconstrueren viel uit partijen die in het bezit waren van zijn kleindochter.

Verder kan Puccini's Salve regina zo worden ingelast in de eenakter Suor Angelica. Het smaakvol gedempte mini-Requiem dat hij na Verdi's dood componeerde voor koor, orgel en ontroerende solo-altviool, zou voortaan aan Tosca moeten worden toegevoegd, als nieuwe finale na de sprong van de sopraan.

Meer over