Muziek

Al dagen word ik geplaagd door een liedje. Het zit in mijn hoofd en wil er niet uit. Om de haverklap loop ik het te zingen....

En dan nog een keer.

Waar het liedje vandaan komt, weet ik wel. Het staat op een bandje met Nederlandse liedjes dat de kinderen in de auto draaien. Hoe het heet, weet ik niet, maar kan me ook niets schelen. Het is al erg genoeg dat het zo'n walsende, inhaak-melodie heeft.

Waarom nou dit liedje en niet een ander liedje, vraag ik me af, waarom niet het swingende Je bent niet hip, je bent niet knap, je drinkt geen bier maar tomatensap , van Patricia Paay? Of de oude beatsong Zangles , van Meester Pieter & Flashpoint 6, om van Dorus' Als ik wist dat je zou komen, had ik de loper uitgelegd en Toon Hermans' Sien laat eens zien hoe mooi je bent nog maar te zwijgen. Dát zijn nog eens liedjes.

Maar nee.

Ik zit met de klomp, het zeiltjes en het jochie dat later een zeeman wil zijn, een verlangen dat ik waardeloos vind, en vond toen ik zelf een jochie was. Niets ten nadele van de zee, maar schepen - je kunt er niet vanaf. Dat is de reden dat slecht lopende bedrijven hun personeelsuitje nog weleens op een boot willen plannen. Kunnen de medewerkers fijn verbroederen. Iets anders is onmogelijk, nou ja - het op een zuipen zetten.

Enfin.

Nog een muzikale kwestie.

Toen ik een jaar of 20 was, draaide ik de hele dag muziek van Joy Division en John Coltrane. Af en toe gooide ik er een nummer van Jackson Browne tussendoor. Het waren sombere tijden en de modekleuren waren bruin en paars. Als ik nu aan die periode terugdenk, krijg ik er een hele andere soundtrack bij; gruwelijke hits van Supertramp en Boney M. Ook Pussycats Mississippi hoort bij die tijd.

Er zijn een aantal verklaringen voor dit fenomeen. De muziek die je toen draaide, was niet goed genoeg om twintig jaar te blijven hangen. Je was er destijds al niet helemaal van overtuigd dat je op het juiste spoor zat en had eigenlijk je oor al te luisteren gelegd bij wat de massa mooi vond. Dat is niet iets om per se vrolijk van te worden. Eigenlijk zat je voor Jan Doedel naar die dreunende sombermansmuziek en die ellenlange saxofoonsolo's te luisteren.

Ik kan er geen deuntje van na fluiten.

Maar me moeiteloos zo voelen als toen.

Dat was zo: als het hondje Tippie.

Dit is een hond uit een liedje van de Zangeres zonder Naam. Iedere dag wacht het hondje bij de poort van de school op zijn zijn baasje, Jan, en samen lopen ze dan naar huis. Tot op een dag Jan door een auto wordt gegrepen. Dit nieuws dringt niet tot Tippie door en nog maandenlang zit hij bij de poort van de school op Jantje te wachten.

Inmiddels voel ik mij stukken beter, dank u. Al zit ik met die klomp en dat zeiltje.

Meer over