Muziek van wereldburgers uit vele tijden

Op het jaarlijkse Festival Oude Muziek in Utrecht onder meer aandacht voor vier bereisde componisten die invloedrijker waren dan hun onbekendheid doet vermoeden.

Wijder dan dit jaar kan het blikveld van het Festival Oude Muziek nauwelijks zijn. Het thema van dit jaar is 'Europa' en wat 'oude muziek' genoemd wordt, is een vrijwel uitsluitend Europese aangelegenheid. Maar in feite staat het sleutelwoord 'Europa' hier voor eenwording en kosmopolitisme. Het is immers de 300ste verjaardag van de Vrede van Utrecht, die een einde maakte aan een hele verzameling oorlogen.

Omdat het jaar 1713 wel een erg smalle basis is voor een oudemuziekfestival, zijn er vier hoofdpersonen gekozen: componisten uit verschillende tijdsgewrichten die elk op hun eigen manier wereldburgers waren. Behalve Orlandus Lassus zijn ze niet erg bekend, maar net als Lassus waren Johannes Ciconia, Johann Jakob Froberger en Georg Muffat bereisde Europeanen die een synthese tot stand brachten tussen verschillende stijlen. Zonder Muffat en Froberger had, om maar wat te noemen, de muziek van Bach beslist anders geklonken.

Voordat het festival vrijdagavond wordt ingeluid door Muffats mis In labore requies moet festivaldirecteur Xavier Vandamme even wat kwijt: 'We zijn er nog', meldt hij fier. Dat het is gelukt om een subsidiekorting van 70 procent het hoofd te bieden en een programma neer te zetten dat niet onderdoet voor dat van de voorgaande dertig jaar is inderdaad iets om trots op te zijn. De vertolking van Muffats mis, door Ars Antiqua Austria, is toepasselijk glorieus, met overweldigend koper, sereen zingende jongetjes, en in de zachtere passages helaas ongewenste klokklanken, omdat beiaardierster Malgosia Fiebig 100 meter hoger per abuis al begonnen is aan het recital dat ze ná het openingsconcert zou geven.

Het vergaat Muffat de volgende dag beter, in handen van het naar hem genoemde Belgische barokgezelschap Les Muffatti, dat in de Geertekerk met veel enthousiasme en een riant geluid een lans breekt voor zijn ensemblemuziek. De flankerende stukken van Corelli en zijn veel minder bekende tijdgenoot Johann Christoph Pez zijn al even lustig.

Nog intiemer klinkt de klavecimbelmuziek van Froberger, uitgevoerd op een schitterend instrument door Jos van Immerseel in de Aula van het Academiegebouw. Froberger is met zijn vrije, op de luitmuziek geïnspireerde stijl vol kruidige, gebroken akkoorden een lieveling van alle klavecinisten.

Het ensemble Sequentia, aangevoerd door oudgediende Benjamin Bagby, legt zich toe op een heel andere periode uit de Europese geschiedenis, die van Karel de Grote. Dat is muzikaal gezien wel een erg schemerig gebied, en de zes heren combineren dan ook probleemloos muziek uit de 8ste en de 12de eeuw. Oud klinkt het hoe dan ook, met machtige mannenstemmen, soms eenstemmig, soms met liggende tonen of stoere kwinten eronder. Harp, cithara, fluit en een draailier vervolmaken het archaïsche spectrum.

Zo blijft er altijd weer veel te ontdekken bij het Festival Oude Muziek. Maar het verbluffendste concert van die eerste twee dagen is het optreden van Mala Punica, met een programma rond de muziek van Johannes Ciconia, de in Luik geboren componist die omstreeks het jaar 1400 in Parijs en Padua verkeerde. Niet alleen maken de zangers en instrumentalisten er onder leiding van Pedro Memelsdorff een doorlopend totaalprogramma van, maar bovenal leggen ze de enorme rijkdom van Ciconia's muziek bloot. Zijn motetten zijn dan wel zeshonderd jaar oud, maar allesbehalve primitief: schijnbaar probleemloos vlecht hij verschillende tempi dooreen, en de vlammende melodieën zitten vol ritmische subtiliteiten. Je kunt je natuurlijk afvragen of deze muziek destijds ook zo emotioneel en virtuoos heeft geklonken, maar die ambiguïteit is de vloek én het voorrecht van de oude muziek, die immers genoodzaakt is om zijn Nachtwachten en zijn Mona Lisa's altijd weer opnieuw in te kleuren.

Festival Oude Muziek Utrecht, t/m 1/9. Concerten 23 en 24/8.

undefined

Meer over