Muziek van elektrisch gekraak, geknars en geruis

Een saxofonist klapwiekt wild met zijn ellebogen. Er komt nauwelijks geluid uit zijn instrument. Een paar meter verderop draait iemand vanachter een tafeltje aan een knopje....

Het blijft iets onnatuurlijks hebben, elektronische improvisatiemuziek. Vooral wanneer de spelers alle gezond verstand die in akoestische muziek gebruikelijk is opzij zetten.

Op de eerste avond van het dOeK festival in het Bimhuis hadden alledrie de groepen een elektronicus in hun midden. De stichting 'de Oefening de Kunst' - opgericht door improviserende musici Wilbert de Joode, Eric Boeren, Wolter Wierbos, Cor Fuhler en Tobias Delius - organiseerde voor de tweede maal in haar korte bestaan een klein festival met vooruitstrevende muziek. Logisch dat daar veel elektronica bij zat, want in die hoek gebeurt veel. In kraakholen in de Amsterdamse binnenstad, maar ook op plekken als het Nijmeegse Extrapool en het Rotterdamse Worm worden wekelijks elektronicasessies gehouden.

Wat de meeste pioniers bindt, is dat zij hun apparatuur niet gebruiken om akoestische instrumenten na te bootsen, maar dat ze juist het typisch elektrische gekraak, gebrom, geknars en geruis gebruiken om muziek mee te maken.

Geluid dus dat normaal gesproken, wanneer het bij je thuis uit de versterker komt, wilde paniekreacties veroorzaakt. Mede daardoor was de muziek op vrijdagavond behoorlijk ontoegankelijk. Melodie viel er nauwelijks te herkennen en van doorlopende ritmes was geen sprake. Wat dan overblijft is interactie met geluiden. Helaas ontbrak het nogal aan samenspel.

Alle beperkingen waar een normale musicus mee te maken heeft - een saxofonist moet af en toe ademhalen en een violist heeft een beperkt volume - vallen weg voor de elektromusicus. Voor je het weet, domineert zo iemand vervolgens de muziek, dus terughoudendheid is op zijn plaats.

Gert-Jan Prins, die in Eric Boerens Double Quartet en in The Flirts + 'live electronics' speelde, smeerde de zaak helaas veel te vol met gruis waarvan de functie onduidelijk bleef. De eenvormige en ononderbroken geluidenstroom belemmerde elke vorm van spanningsopbouw.

Dit was nog het meest het geval bij The Flirts +, een trio met Prins, pianist Cor Fuhler - die hier enkel elektronica bediende - en animatie- en projectiekunstenares Martha Colburn. De samenhang en variaties in sfeer die in het underground-achtige visuele gedeelte nog wel te vinden waren, vielen op geen enkele manier terug te horen in de autistische muziek.

Het Britse kwartet Lunge gebruikte elektronica op een veel natuurlijker manier. Tromboniste Gail Brand liet zelfs horen dat zij een mooie toon heeft, waarbij onmiddelijk de vraag rees waarom bij dit soort muziek men vaak probeert zo lelijk mogelijk te klinken. Waarom niet spelen als cornettist Eric Boeren of tenorsaxofonist Tobias Delius, die improviseren met een prachtgeluid en die ook nog eens luisteren naar waar de andere musici mee bezig zijn?

Gistermiddag, toen een aantal musici van het festival in ad-hoc bezettingen met elkaar opnames maakte, werd er in elk geval een stuk beter naar elkaar geluisterd. De open en onstpannen sfeer die er hing was juist wat er de avond ervoor ontbrak. Hopelijk is de stemming blijven hangen voor het veelbelovende programma van de zondagavond. Want verbeten gedoe, daar heeft niemand wat aan.

Meer over