Muur van cynisme en diep wantrouwen

Er zijn in de steden autochtone en allochtone ouders die nader tot elkaar willen komen. Maar de praktijk is weerbarstig....

Ze hadden het over het multiculturele drama en de groeiende kloof tussen autochtonen en de moslimgemeenschap in Nederland. Ze kankerden op het moeizame integratieproces. Tot een van hen de vraag stelde: en wat doen wij om de kloof te dichten?

'Wij' zijn een groepje autochtone ouders uit Amsterdam-Oud-West, die hun kinderen allemaal op witte scholen hebben. 'Niet uit principe, maar omdat het niveau hoger is', zegt Rik Launspach, een van de ouders die betrokken is bij de organisatie van een intercultureel kinderkamp.

Het gesprek over de kloof werd gevoerd in het vroege voorjaar van 2003. De ouders concludeerden dat zij zelf die kloof niet meer konden overbruggen. 'We hebben een andere manier van geloven dan de meeste allochtonen, een andere manier van eten, een andere levenshouding', zegt Launspach. Hij had geen zin te blijven praten over gemiste integratiekansen.

Launspach: 'We wilden het over de toekomst hebben. Onze kinderen leven in een stad die nu al bijna voor de helft allochtoon is. Voor hen is integratie nog veel belangrijker. Kinderen zijn bovendien onbevangener, zij moeten die brug wel kunnen slaan.'

Zij hebben inmiddels voor eind deze maand een intercultureel kinderkamp gepland. In Vierhouten moet een groep van 35 kinderen tussen 8 en 12 jaar, half-omhalf autochtoon en allochtoon, spelenderwijs kennismaken met elkaars culturen, opvattingen en gebruiken. Zo hopen de ouders een voorzichtige eerste stap te zetten naar een tolerantere samenleving, die is gebaseerd op kennis en begrip in plaats van vooroordelen.

Slaaptenten en een grote activiteitentent zijn al gekocht. Drie professionele krachten willen in hun vrije tijd de kinderen begeleiden. Launspach: 'Zelf hebben we te weinig ervaring met het oplossen van problemen die kunnen ontstaan vanwege de cultuurverschillen.'

Begin deze maand blijkt dat autochtone ouders gretig hebben ingeschreven,velen staan op de wachtlijst, maar dat vooral Marokkaanse en Turkse ouders het laten afweten. De groep heeft achthonderd flyers verspreid in de wijk, een voorlichtingsavond gehouden, buurtwerkers ingeschakeld. Maar slechts twee Marokkaanse ouders (met zes kinderen) hebben zich opgegeven.

Launspach: 'Die ouders zeggen dat zij progressief zijn, maar dat de meeste Marokkaanse en Turkseouders niet willen dat meisjes meedoen aan sportactiviteiten. Ze willen hun kinderen in hun eigen cultuur en religie opvoeden. Bij buurtwerkers stuiten we op een muur van cynisme. We krijgen te horen dat het toch niet zal lukken.'

Er zijn talrijke initiatieven als die van de ouders uit Oud-West. In de grote steden worden geregeld interculturele buurtfeesten, tafelgesprekken, straatveegacties en braderiegeorganiseerd. Rotterdam kent sinds 2002 zelfs een offici 'Dag van de dialoog'. Vorig jaar oktober schoven achthonderd Rotterdammers aan rond 104 tafels om te praten over respect voor elkaars waarden.

Aan beide zijden van de kloof zijn mensen bereid toenaderingspogingen te ondernemen. Maar veelal stuiten ze, net als de groep ouders van Launspach, op professioneel cynisme en struikelen ze over nare ervaringen.

Weg vloeit het enthousiasme als tijdens een buurtfeest, met keurig gescheiden barbecues voor varkensvlees en andere vleessoorten, de varkensspiesen demonstratief op de grond worden gegooid door opgeschoten Marokkaanse jongens. Varkensvlees is haram (onrein) en dus volgens de jongens 'een belediging van de islam'.

Het is moeilijk het idealisme overeind te houden als op buurtbijeenkomsten de aanwezigen allemaal blank zijn. Of, zoals een vrouw in de Haagse Moerwijk merkte, haar Turkse buurvrouw wel baklava (honinggebak) aan huis komt brengen, maar haar opzichtig negeert zodra ze met andere Turkse vrouwen in de publieke ruimte verkeert.

Pioniers noemt Alex Voets, directeur van de stichting De Wijk is van ons Allemaal, de burgers aan beide zijden van de kloof die toenadering zoeken. Voets probeert met zijn stichting interculturele buurtpanels van de grond te krijgen, die in onderling contact de problemen in de wijk moeten aanpakken. Ook zijn stichting stuit op cynisme en diepgeworteld wederzijds wantrouwen.

Voets: 'Uit onze gegevens van tien jaar wijkervaring blijkt dat eenderde van de autochtonen geen interesse heeft in interetnisch contact, maar dat liefst tweederde van de Turkse en Marokkaanse groepen zich afzijdig houdt. Ze zijn naar binnen gekeerd, uit angst voor de Nederlandse cultuur of, erger, uit etnocentrisme.'

Over de toekomst is Voets niet overmatig positief. Hij vreest dat veel pioniers door slechte ervaringen zullen afknappen. De overheid en de het welzijnswerk roept hij op de burgerinitiatieven niet met cynisme te bejegenen, maar juist een steun in de rug te geven.

De lat moet niet te hoog worden gelegd, zegt Mohamed Hamidi van de Marokkaanse organisatie Ettaouhid, die betrokken is bij de Rotterdamse Dag van de Dialoog. 'De ouders uit Oud-West zouden kunnen beginnen met een dagkamp. Je kinderen laten overnachten, daar is erg veel vertrouwen voor nodig. Dat moet langzaam worden opgebouwd.'

Meer over