Musici met handicap vrezen opheffing van hun orkest

Twee leden van het Amsterdams Promenade Orkest (APO) zijn donderavond te laat in Muziekcentrum Vredenburg voor de generale repetitie. Het Utrechts Toonkunstkoor en het orkest vullen de zaal dan al een kwartier met de dromerige klanken van The Vision van componist Willem Wander van Nieuwkerk....

Van onze verslaggever

Arne Leffring

UTRECHT

Hij zou niet durven. De laatkomers zijn net terug van een gesprek met de vakbonden en de directeur van de Werkvoorziening Regio Amsterdam (WRA), P. A. Dek. Een week geleden stond Dek opeens voor het orkest. Hij maakte bekend dat de WRA niet langer wilde opdraaien voor de hoge kosten per arbeidsplaats. Het was een klap in het gezicht van de musici.

Orkestleden die worden betaald door de Werkvoorziening? Jawel, want het Amsterdams Promenade Orkest is geen doorsnee-orkest. Het is een orkest voor musici die vanwege een hardnekkige blessure, doofheid aan één oor of plankenkoorts niet kunnen spelen in de reguliere orkesten. Alle orkestleden komen van het conservatorium. Celliste Marieke Bakker: 'We zijn goed hoor.'

Aan de professionele instelling van het symfonieorkest wordt ook door niemand getwijfeld. Het APO heeft zich de laatste jaren een eigen plek veroverd tussen de Nederlandse beroepsorkesten. Onder aanvoering van Ernst van Tiel, sinds 1990 dirigent, is het orkest uitgegroeid tot begeleidingsorkest voor de amateursector, bij oratoria, operettes en musicals. Reguliere orkesten hebben daar vaak geen tijd meer voor.

Zelf hangt dirigent Van Tiel zeer aan de kinderconcerten die het orkest jaarlijks uitvoert. Maar ook artiesten als Laura Figy, Magriet Eshuis en Leonie Jansen werkten samen met het APO. En de vraag wordt steeds groter. Hoboïste Marijke Dumbraveanu, al vijftien jaar in het orkest: 'Wij hebben zestig man, alles erop en eraan, ook een contrafagottist. Daar kan geen schnabbelorkest tegen op.'

In het programmaboekje van het APO en het Utrechts Toonkunstkoor staat over het orkest: ''een unieke instelling voor zowel de 'markt' als de musici.'' Maar nu lijkt het APO het slachtoffer te worden van de privatisering. De Amsterdamse Werkvoorziening kijkt steeds meer naar rendement. Er is een gat van bijna 1,5 miljoen. Bovendien worden de richtlijnen voor toetreding tot de Werkvoorziening per 1 januari 1998 aangescherpt.

Hoe anders was het in 1948. Naar Zweeds voorbeeld werd toen het Amsterdams Philharmonisch Orkest in het leven geroepen. Doel was pas afgestudeerde musici orkestervaring op te laten doen en werkloze musici uit de amusementssector om te scholen tot orkestmusici. Het Ministerie van Sociale Zaken en gemeente Amsterdam sprongen financieel bij. In 1965 moest het orkest haar naam afstaan, omdat het Kunstmaand Orkest zich profileerde als Amsterdam Philharmonic Orchestra. Twee jaar later ressorteerde het Amsterdams Promenade Orkest onder de Sociale Werkvoorziening.

'Gehandicaptenorkest' wordt het APO sindsdien wel eens genoemd. Onzin, vindt orkestinspectrice Els Klaassen: 'Er is een groot verschil tussen een gehandicapte en iemand met een handicap.' Celliste Bakker valt haar bij: 'In dit orkest is geen onderlinge competitie. Als er iets fout gaat, doen we het gewoon over. Bij reguliere orkesten is dat vanwege de hoge werkdruk onmogelijk. Zwakke plekken komen daar veel eerder aan het licht.'

Dirigent Van Tiel legt uit dat kandidaten geen eindeloze audities hoeven af te leggen voor een plek in het APO. 'Zolang ze maar een aanwinst voor het orkest zijn.' Overstappen naar een ander orkest zit er voor de leden van het APO niet in. Hoboïste Dumbravenanu maakt zich weinig illusies: 'Kijk, dat vind ik het trieste. Als dit zou verdwijnen kan niemand nog elders spelen. Andere orkesten kunnen nog fuseren en afvloeien, wij niet.'

De orkestleden voelen zich ondertussen gesteund door vele steunbetuigingen die binnenkomen. Volgens Van Tiel variëren die van koordirigenten tot rotaryleden. Het APO zal volgende week zaterdag ook een extra openluchtconcert geven op een podium bij het Muziektheater in Amsterdam. 'Met muziek uit alle richtingen.'

Ondertussen zijn orkestleden in de pauze van de generale repetitie in Vredenburg nog druk bezig handtekeningen op te halen. Het vijftig-jarig jubileum in mei volgend jaar moet worden gehaald. Na de pauze verwerken de musici de laatste aanwijzingen in hun partituur. Dan zetten ze weer in. Hier spelen musici met een zwakke plek. Maar het is als een van de orkestleden zegt: 'Je ziet het niet aan ons en je hoort het zeker niet.'

Meer over