Postuummirjam moll (1966-2021)

Museumdirecteur Mirjam Moll schaakte altijd op vele borden tegelijk

Als directeur van de Museumvereniging vocht Mirjam Moll tegen de gevolgen van de lockdown.

Mirjam Moll  Beeld Sebiha Öztas
Mirjam MollBeeld Sebiha Öztas

Musea fascineerden haar al als 5-jarige kleuter, toen ze voor het eerst met haar oma het Stedelijk Museum in Amsterdam bezocht. ‘Die herinnering aan een museum is nog altijd het sterkst. Vooral de monumentale trap naar de eerste etage. Dat vond ik een echte trap voor Assepoester. Nog steeds vind ik het trappenhuis magisch’, vertelde Mirjam Moll in een interview met Museumpeil, het vakblad voor museummedewerkers.

Een andere blijvende herinnering was het bezoek aan het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. ‘Een dag ervoor was John Lennon vermoord. In de trein luisterden we naar The Beatles. In Leiden stonden we ineens voor de Isistempel. Ongelooflijk dat je iets wat je alleen van een plaatje kent in het echt ziet.’

Mirjam Moll werkte sinds 2010 bij de Nederlandse Museumvereniging, waarbij 450 Nederlandse musea zijn aangesloten. In 2019 werd ze directeur. Ze propageerde de Museumkaart en lanceerde de Museumweek. De afgelopen twaalf maanden vocht ze vanwege de lockdown voor het voortbestaan van musea. Ze zette zich in voor noodsteun en een protocol, zodat mensen toch veilig een bezoek konden brengen. ‘Het probleem is liquiditeit, liquiditeit en liquiditeit, omdat er geen entreegelden meer binnenkomen’, zei ze in de Volkskrant. Een op de tien musea moest mensen ontslaan, een op drie verlengde tijdelijke contracten niet. Drie musea - het Tassenmuseum, Klederdrachtmuseum en Humanity House - sloten de poorten. Ze had nog zoveel te doen, maar kon haar werk niet afmaken. Moll was al heel lang astmapatiënt. Ze overleed 16 maart in haar slaap.

Mirjam Moll werd geboren in Amsterdam. Haar vader was van Surinaams- Nederlandse afkomst en werkte als wiskundeleraar. Haar moeder had Indische roots. Op jonge leeftijd verhuisde het gezin - Mirjam had een broer - naar Goor en later naar Hengelo en Brielle. Ze was belezen (ze las tien boeken per maand), slim en heel goed met cijfers. Na het gymnasium werkte ze eerst bij Van Dien & Co, een voorloper van accountantskantoor Deloitte, en daarna bij belastingadviseur Loyens & Volkmaars.

In 1991 kreeg ze een baan op de interne accountantsdienst van uitgever VNU, wat ze combineerde met een avondstudie fiscaal recht. Bart Koops, een van haar goede vrienden: ‘Ze was zowel analytisch als empathisch heel sterk, waardoor ze koos voor een meer maatschappelijk georiënteerde studie.’

Ze wilde echter iets betekenisvols in het leven doen, en die kans kreeg ze bij het Fonds voor amateurkunst en podiumkunsten. In 2010 begon ze bij de Museumvereniging. Ze combineerde die baan met verschillende andere bestuursfuncties. Zo was ze actief binnen de PvdA, het Comité 4 en 5 mei en enkele belangenverenigingen voor Nederlandse Indiërs. Ook maakte ze deel uit van Mores, een gezamenlijk meldpunt voor ongewenste omgangsvormen binnen de podiumkunsten-, film- en televisiesector.

‘Mirjam schaakte altijd op meerdere borden tegelijk’, zegt Erik van Ginkel, vice-voorzitter van de Museumvereniging. ‘De oprechte warme belangstelling die ze daarbij toonde voor de mensen die ze tegenkwam, was bijna jaloersmakend.’

Al haar passie ging uit naar haar werk, waar ze veel plezier en voldoening uit haalde. Als vrijgezel bekommerde ze zich daarnaast erg om haar familieleden, die over de hele wereld waren uitgezwermd, en om haar moeder, die in Heemstede woonde.

Meer over