Muren rampgebouw vol scheuren

Een dag voor de instorting had een Bengalese bank zijn personeel in Dhaka al geëvacueerd. De bazen van de textielarbeiders lieten hun mensen echter gewoon doorwerken.

AMSTERDAM - De ramp was aangekondigd: een dag voor het gebouw inzakte, waren diepe scheuren in de muren verschenen. Er was ook gewaarschuwd: de politie en een vereniging van textielfabrikanten hadden geadviseerd het acht verdiepingen tellende pand te evacueren. Het advies werd door een lokale bank ter harte genomen, maar door de bazen van de textielarbeiders in de wind geslagen. Hun personeel moest doorwerken. Met catastrofale gevolgen.

Het instorten van het gebouw Rana Plaza bij de Bengalese hoofdstad Dhaka maakt opnieuw duidelijk hoe slecht het is gesteld met de veiligheid in de explosief groeiende textielindustrie in Bangladesh. Dit drama, dat meer dan 250 levens eiste, komt vijf maanden na een brand in een andere fabriek bij Dhaka, waarbij 112 doden vielen. Ook toen moest worden doorgewerkt. Nooduitgangen zaten dicht en zelfs toen de rook zich verspreidde, kregen werknemers te horen dat ze op hun plek dienden te blijven.

Twee tragedies in betrekkelijk korte tijd laten zien dat er een harde werkelijkheid schuilgaat achter het label Made in Bangladesh. In de 4.500 textielfabrieken die het land telt werken meer dan vier miljoen arbeiders, overwegend vrouwen. De lonen liggen meestal niet boven de 28 euro per maand. Sinds 2006 zijn meer dan achthonderd arbeiders omgekomen bij ongelukken in Bengalese textielfabrieken.

In Rana Plaza waren bedrijven actief die produceren voor tal van internationale kledingmerken en winkelketens. Tussen het puin werden labels gevonden van onder meer Primark en Mango. Een verslaggever van het persbureau AP meldde ook de merken Saddlebred, Easycare Oxford, Next, Tweetl.com en LC Waikiki te hebben gezien. Dit werd niet door andere betrokken organisaties bevestigd.

Primark, een winkelketen voor extreem goedkope kleding die vier vestigingen heeft in Nederland, erkende samen te werken met leveranciers in het rampgebouw. In een verklaring stelt het Britse bedrijf dat het al jaren met ngo's en andere ondernemingen spreekt over de veiligheid in de Bengalese industrie. 'Primark zal erop aandringen dat hierbij ook de veiligheid van gebouwen wordt betrokken.' Op haar website stelt de onderneming dat 'ethische handel' een belangrijk onderdeel vormt van haar strategie.

Het Spaanse Mango liet weten dat het alleen als proef een beperkte hoeveelheid kledingstukken had laten maken. De naam C&A kwam voor op een website van een van de textielproducenten, maar de raad van bestuur onderstreepte dat na 2011 in Rana Plaza geen kleding meer voor C&A is gemaakt. Wal-Mart, de grootste winkelketen ter wereld, zei te onderzoeken of in de getroffen fabrieken in zijn opdracht textiel werd geproduceerd.

Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) noemde de onveiligheid in Bengalese textielfabrieken 'structureel en schrijnend'. 'We mogen niet accepteren dat textielarbeiders enorme veiligheidsrisico's lopen om voor ons spijkerbroeken en T-shirts te maken.' Eerder dit jaar heeft ze met de Nederlandse textielbranche en maatschappelijke organisaties overlegd over een plan van aanpak om de positie van werknemers in de productielanden te verbeteren. Ze wil binnen een jaar een bezoek brengen aan Bangladesh.

'Deze ramp toont weer aan dat controlesystemen van de textielbedrijven falen', zegt Christa de Bruin van de Schone Kleren Campagne. Volgens haar wordt in Bangladesh nog steeds illegaal gebouwd, worden fabrieken op moerasgrond neergezet en trekken producenten zich niets aan van voorschriften.

De Bruin vindt het 'ongelooflijk' dat kledingmerken nog steeds weigeren een bindende overeenkomst voor veilige arbeidsomstandigheden met vakbonden en ngo's te ondertekenen.

Deze overeenkomst is wel getekend door de eigenaar van Calvin Klein en Tommy Hilfiger en door de Duitse keten Tchibo.

Verbetering van de arbeidsomstandigheden gaat geld kosten. Maar volgens De Bruin hoeft de consument daar niets van te merken, ook niet bij de aanschaf van goedkope kleding. 'De productiekosten maken maar een heel klein deel uit van de prijs in de winkel: zo'n 5 procent. Het meeste geld wordt elders in de keten verdiend.'

Mede dankzij de goedkope productie van kleding is Bangladesh bezig met een economische groeispurt naar Chinees voorbeeld. De textielindustrie is van cruciaal belang als bron van werkgelegenheid en buitenlandse valuta. Kleding zorgt voor 80 procent van de export van het land.

Bij het instorten van een gebouw met textielfabrieken in de buurt van de Bengalese hoofdstad Dhaka zijn zeker 250 doden gevallen. De meeste slachtoffers zijn vrouwelijke werknemers. Er zijn meer dan duizend gewonden.

Een dag na de ramp in het industriegebied Saval was het zoeken naar overlevenden donderdag nog in volle gang.

Reddingswerkers lokaliseerden gistermiddag veertig overlevenden in de puinhopen. Een onbekend aantal personen wordt nog vermist. Er zijn 2.000 mensen levend uit het puin gehaald. In Rana Plaza werkten 3.120 personen, maar het is niet duidelijk hoeveel er aanwezig waren toe het gebouw instortte.

Lijken worden in rijen bij een school in de buurt gelegd, voor identificatie door familieleden. Een functionaris klaagde dat een grote menigte bij het rampgebied de reddingswerkers hindert.

Duizenden textielarbeiders uit andere fabrieken in Saval gingen de straat op om te protesteren tegen de onveilige werkomstandigheden. Elders in Dhaka botsten demonstranten met oproerpolitie.

Christa de Bruin Schone Kleren Campagne

Meeste slachtoffers in Dhaka zijn vrouwelijke werknemers

undefined

Meer over