MULTIPLEX

Ze hebben prachtige namen, die als vuurwerk in de lucht uiteenspatten: Cinecity, Miracle Planet, Pathé Arena. Een ervan ligt zelfs aan de Adventure Boulevard....

door Ids Haagsma en Hilde de Haan

De megabioscoop is in opmars, al mag je het verschijnsel niet zo noemen. Zolang het aantal zalen tussen de zeven en twintig blijft, spreken de kenners van multiplex. Kenmerkend is de luxe outillage, digitaal surround geluid, wand-tot-wand-projectie, comfortabele stoelen, voldoende beenruimte. De multiplex rukt niet alleen op in de Randstad, maar ook in de middelgrote en kleinere steden in het land, van Eindhoven en Helmond tot Emmen. En vooral ook in buitenwijken, zoals in Vlissingen, Enschede, Ede en Amsterdam Zuidoost. Bram Rutgers, senior manager New Developments van Pathé International: 'Ik geloof heilig in de groeikracht die in de periferie van steden voor bioscopen bestaat. Daar trek je een publiek met een ander gedragspatroon dan de mensen die in de binnenstad een bioscoopje pikken. Dit zijn mensen die hechten aan bereikbaarheid, makkelijk parkeren en aan een hoge kwaliteit van de filmvoorstelling. Zij willen een gebouw dat dit allemaal tegelijk biedt.'

Gerard Bunnik van de Associatie Nederlandse Filmtheaters (ANF), en daarmee overwegend betrokken bij het gesubsidieerde circuit: 'Nederland maakt een inhaalslag. We zijn nog steeds het land met zo ongeveer het laagste bios coopbezoek in Europa. Lange tijd ging dat alleen maar achteruit: van de 180 vertoonplaatsen uit begin jaren tachtig zijn er nog maar honderd over.' Pathé-directeur Lauge Nielsen: '1992 was het jaar van het laagste bezoekersaantal, maar toen kwam ook meteen de kentering.'

Inmiddels groeit het bioscoopbezoek weer fors. René Muller van de Nederlandse Bioscoopbond: 'Sinds 1998 nam het bezoekersaantal met een groei van 22,5 procent, en dat zonder de Titanic die in 1998 in zijn eentje al drie miljoen bezoekers trok.' Hij constateert, aan de hand van gegevens van de NIPO, dat 'de babybomers die de weg naar de bioscoop waren kwijt geraakt, die nu weer blijken terug te vinden, terwijl ook kinderen en ouderen weer vaker naar de film gaan'.

Muller: 'Een belangrijke oorzaak is dat de bioscoopexploitanten inzien dat zij met andere vrijetijdsbestedingen moeten concurreren. Er wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van beeld, geluid en comfort. Naar de bioscoop gaan, wordt weer iets bijzonders.'

Vorige week werd eindelijk, na een moeizame voorgeschiedenis van tien jaar, aan de Amsterdamse Vijzelstraat Pathé de Munt geopend. De multiplex heeft zich daarmee voor het eerst in de Amsterdamse binnenstad genesteld. Naar ontwerp van de Bloemendaalse architect George van Delft werd tussen de dichte bebouwing van Vijzelstraat, Reguliersbreestraat en Reguliersdwarsstraat een complex van dertien filmzalen ingevlochten; met dagelijks vijftig films, voor alle leeftijden en in alle smaken.

De bakstenen gevel moet in één oogopslag duidelijk maken hoe bijzonder de bioscoop is, met zijn wijkende coulissen, spelonken waar je door naar binnengaat, afwisselend in alle kleuren van de regenboog aangelicht terwijl er ook nog eens veelkleurige sterretjes op blinken. De gevel is een ontwerp van de Franse architect Christian De Portzamparc. Zijn vrouw Elizabeth voorzag het interieur van van een finishing touch.

Zat Amsterdam op zo'n bioscoopgigant te wachten? Krijn Meerburg, mede-eigenaar van de onafhankelijke Amsterdamse bioscoop The Movies: 'Ik heb liever dat Pathé daar op de Munt zit dan iemand anders. Ik vind dat gebouw eigenlijk ook wel mooi. En, nee, ik zie het helemaal niet als bedreiging. Het doekentekort is hier zo groot dat we de laatste jaren wat naar rechts zijn geschoven: meer films zijn gaan vertonen voor een breder publiek. Nu kunnen we weer wat naar links opschuiven.'

Bunnik van de ANF: 'Ik vind het prima, als er ook maar genoeg financiële steun blijft om de rest van het filmaanbod te tonen. Wel denk ik dat er straks een tweedeling komt, met alleen maar megabioscopen aan de ene kant, en arthouses aan de andere kant.'

Het waren de Belgische families Bert en Clays van Kino Polis, die het concept van de multiplex bedachten. Als eerste werd in 1975 de vijf zalen tellende Pentascoop in Kortrijk geopend, in 1981 gevolgd door de Decascope in Gent met twaalf zalen. Tegenwoordig heeft Kino Polis vele multiplexen in binnen- en buitenland, waarbij de architectuur steeds meer aandacht heeft gekregen. De eerste bioscoop die Kino Polis samen met een plaatselijke bioscoopeigenaar in Nederland bouwde, is Cinecity in Vlissingen.

De Zeeuwse multiplex kreeg dankzij de Belgische bioscooparchitect Peter Flamand een trendy uiterlijk, met een glazen pui en een wijd uitkragende luifel die door scheve kolommetjes wordt gedragen. Met zijn zeven zalen heeft het nu al 300 duizend bezoekers per jaar, drie keer zoveel als het vorige gebouw (vier zalen) kon bevatten.

Directeur Ad Westrate juicht de multiplex-formule toe: 'Er is hier nu eens gebouwd volgens de wensen van de consumenten. In de binnenstad zijn er altijd beperkingen, hier is de organisatie perfect. Je merkt dat het gebouw laagdrempelig is. Hele families komen tegelijk, de kinderen voor de ene, en de ouderen voor een andere filmvoorstelling. En met zoveel doeken kun je nu eindelijk ook eens die pareltjes aan interessante films laten zien, waar eerder geen mogelijkheid voor bestond.'

Gerben Kuipers, eigenaar van een knus Wagenings huiskamerfilmtheater aan de Oude Molenstraat, heeft een eigen multiplex langs de snelweg bij Ede in aanbouw: 'De kunstfilmliefhebber wil óók comfort, hier heb ik de mogelijkheid alle soorten klanten te bedienen. Ook de jongeren, die tegenwoordig niet meer individueel maar in hele groepen tegelijk naar de bioscoop gaan en daar dan ook nog willen blijven hangen.'

Chris de Weyer ontwierp Cinemec in Ede tot een bijzonder gebouw, ingegraven in een geluidswal waar aan de kant van de snelweg de rood geverfde bioscoopzalen uit naar voren steken. Aan de stadkant is het juist uitnodigend, met een glasgevel en een houtrijk interieur.

De sobere aankleding is een grote tegenstelling met de gloednieuwe Miracle Planet aan de Adventure Boulevard in Enschede. Naar gebruik van de participerende Duitse biooscoopreus Kieft & Kieft is de hal in dieprode kleuren uitgevoerd, met een sterrenboulevard, en elk van de veertien filmzalen heeft een eigen kleurstelling en sfeerverlichting. Jeanette Bos, manager-pr: 'Mensen krijgen zo de indruk dat dit de plek is waar het allemaal gebeurt.' De multiplex in Enschede is de trekker van een grootschalig entertainmentcentrum.

Pathé International heeft in Nederland verreweg de meeste multiplexen. Het heeft met 96 zalen in 14 bioscopen 35 procent van de bioscopen in Nederland in handen. Langzamerhand begint het concern een eigen visie op de architectuur te ontwikkelen. Toen Pathé in 1992 het Amerikaanse bedrijf MGM opkocht, raakte het betrokken bij een paar grote nieuwbouwprojecten die al door MGM waren begonnen. Dat was toen al Pathé de Munt, maar ook het theater Koen van Velsen op het Rotterdamse Schouwburgplein, de bioscoop op de Kop van Zuid (eind 2001 gereed) van Sjoerd Soeters en Pathé Arena in Amsterdam Zuidoost.

Frits van Dongen van de Architekten Cie, ontwerper van Pathé Arena, heeft ervaren hoe het concern in tien jaar als opdrachtgever veranderde: 'In 1992 was ons ontwerp al klaar, waarbij de directe opdrachtgever van MGM ons veel vrijheid had gelaten. Ineens moesten we naar Parijs om het aan de nieuwe eigenaar, Sedoux van Pathé, te laten zien. Hij zag het wel als een fantastisch plan, maar vond ook dat er veel meer zalen in konden.

'Sedoux zag grote bioscopen alleen als money making machines en had geen oog voor ruimtelijke kwaliteit. Toen het Pathé Theater op het Rotterdamse Schouwburgplein werd geopend, en ik hem wees op de prachtige, ruime foyer die Koen van Velsen daar had gemaakt, zei hij alleen: 'Wat een verspilling.' Met de komst van Nielsen veranderde dat. Nu kent Pathé wel belang toe aan architectonische kwaliteiten. Er is gelukkig weer meer mogelijk, al komt dat ook gewoon omdat er nu zoveel geld is.'

Er blijven beperkingen. Rutgers, senior manager van Pathé: 'We hebben gemerkt dat architecten bij eerdere projecten te veel vrijheid kregen. De foyers van Van Velsen zijn met hun glimmende vloeren in de exploitatie bijvoorbeeld niet echt handig. En in Pathé Arena, met zijn gigantische trap die groen en geel licht uitstraalt, zijn de kleuren te koel en de materialen te hard.'

Pathé International heeft nu een eigen huisstijl ontworpen, Pathé de Munt is het eerste gebouw dat volgens deze nieuwe Corporate Identity is ingericht. Nielsen: 'Dat betekent dat het gebouw zacht voor het oog is, met warme kleuren en gebogen lijnen, maar ook dat de buitenwereld en dus het daglicht, de sfeer ín het gebouw bepaalt. Zolang je in de zaal zit, mag je twee uur lang in een droomwereld verkeren. Maar zodra je daarna in de foyer komt, moet je meteen terug in de normale wereld zijn.'

Meer over