MULTINATIONAL VAN HET GEWETEN

Het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag is uitgegroeid tot een miljoenenbedrijf. Ook al greep de wereld niet in toen de oorlogsmisdaden werden gepleegd, achteraf 'heeft gerechtigheid geen prijs'....

PETER BRUSSE; PHILIPPE REMARQUE

DE GENERAAL vouwt geen vliegtuigjes. De generaal stuurt vanaf de achterste bank briefjes de rechtszaal in. Het ene na het andere. Naast het dikke schrijfboek waarin hij voortdurend aantekeningen maakt, ligt een stapel zorgvuldig afgescheurde velletjes. Daarmee geeft hij zijn bevelen aan de advocaat. Hij wenkt de bewaker die schuin achter hem zit. Deze roept een tweede bewaker, die met het briefje de drie meter naar de advocaat aflegt. De advocaat veert op en zegt dat de aanklager niet ter zake doende vragen aan de getuige stelt.

De rechter vindt de klacht gegrond, de advocaat kijkt triomfantelijk rond, de generaal blijft onbewogen. Hij concentreert zich op de volgende zet. Hij zal zijn onschuld bewijzen.

Generaal Tihomir Blaskic staat terecht op beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid en schending van het oorlogsrecht. Onder zijn leiding, luidt de aanklacht, brandden Kroatische soldaten in 1993 dorpen plat, en vermoordden ze honderden onschuldige burgers om het Lasvadal in Bosnië etnisch te 'zuiveren'. De maquette van het Lasvadal staat tussen aanklager en verdediger in; als een grote feesttaart met vruchten in alle kleuren, een sta in de weg.

Het proces is op 27 juni vorig jaar begonnen. Voor de drie rechters, advocaten, bodes, griffiers, tolken en de van gezondheid blakende bewakers achter het pantserglas van rechtszaal 1 kent het dal geen geheimen meer. Zelfs over de plaats van een veldtelefoon in een verlaten legerbarak wordt uren gebakkeleid. Want alles draait om de vraag of generaal Blaskic, zo hij geen bevel gaf, op de hoogte was of had moeten zijn van de gruwelijke misdaden van zijn soldaten.

Een handjevol gezagsgetrouwe journalisten uit Zagreb volgt aan de andere kant van het glas de strijd van de nationale held en martelaar. Generaal Blaskic was na de oorlog bevorderd tot onderminister van Defensie toen Amerika Kroatië dwong hem vrijwillig naar het Internationale Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië in Den Haag te laten gaan.

Voor de kleine moordenaars van zaal 3 heeft niemand belangstelling. Het zijn zes Kroatische dorpelingen die hun Moslim-buren zouden hebben vermoord. De publieke tribune is helemaal leeg, maar daar trekt het tribunaal zich niets van aan. Van de strakke procedures wordt geen millimeter afgeweken. De bewaker van de publieke tribune blijft zich door zijn walkietalkie melden met 'Charlie Alpha four'.

Voordat getuige N. verschijnt, geeft de rechter opdracht de luxaflex achter het pantserglas neer te laten. Getuige N. wil niet door de buitenwereld herkend worden, ook al weten de dorpelingen in de beklaagdenbank precies wie deze oude man is. Op de publieke monitor, waar niemand naar kijkt, is zijn gezicht veranderd in een kubistisch portret. De man kan niet lezen of schrijven, maar wel zijn geschreven naam herkennen. Hij praat over het dorp met zijn huizen, de paarden in de warme stallen, het bos en het riviertje. Het klinkt idyllisch. Maar dit is een strafzaak. Foto's van de huizen heten 'exhibit 21' of 'exhibit 22'.

Al snel volgen tv-beelden van verkoolde kinderlijken. BBC-verslaggever Martin Bell doet, geknield tussen de slachtoffers, een dramatische oproep aan de wereld om ogenblikkelijk in te grijpen. Maar de wereld greep niet in. Wel werd, nog tijdens de oorlog, besloten de misdaden te berechten in Den Haag. Zo dient Bell's reportage, als oproep mislukt, nu als bewijsmateriaal voor het tribunaal dat aanvankelijk door velen werd gezien als een poging het westerse geweten te sussen.

Waar of niet, drie jaar na het einde van de oorlog heeft het Joegoslavië Tribunaal zich bevestigd als een onafwendbare zoektocht naar de hoofdschuldigen in het Joegoslavische drama. Een waarnemer die het tribunaal vanaf de eerste dag volgt, zegt: 'Dit is voor de Balkan de enige hoop. Voor het eerst worden individuen verantwoordelijk gehouden voor wat er is gebeurd. En niet hele bevolkingsgroepen. Het zijn mensen die het gedaan hebben; niet de Serviërs, de Kroaten of de Bosniërs.'

Zo hoopt het tribunaal de cyclus van etnische haat te doorbreken. De man die het tribunaal heeft opgezet en nog steeds de dagelijkse leiding heeft, aanklager Graham Blewitt, zegt: 'Als de slachtoffers aanvaarden dat recht is gedaan, kan er misschien een einde komen aan de spiraal van geweld. Dat zou het grote succes zijn van het tribunaal.'

Maar zoals bij ieder nobel streven blijkt de logistiek de grote hindernis. Om de schuld van niet meer dan 150 individuen vast te stellen, is in Den Haag een onderneming van 561 medewerkers uit 53 landen ontstaan, een multinational van het geweten met een jaaromzet die van 550 duizend gulden in 1993 gegroeid is tot 130 miljoen gulden dit jaar.

Opsporingsambtenaren vliegen de hele wereld over om onder de vluchtelingen en VN-militairen getuigen te vinden. Forensische deskundigen zoeken naar massagraven in Bosnische grond en medewerkers van het Witness Relocation Programme zoeken naar woningen in Europa en Amerika waar getuigen veilig een nieuw leven kunnen beginnen.

Een dag van het tribunaal begint als bij ieder ander Haags kantoorgebouw. Tussen acht en negen stroomt het personeel binnen. Jonge juristen in mooie pakken, de mannen soms modieuzer dan de vrouwen. Anderen komen met helm en sportkleding op de mountainbike. Een Amerikaan heeft voor de lunchpauze een tennisracket in zijn tas ('Het enige leuke in Den Haag'). De Aziaten en de Afrikanen lopen met gepaste waardigheid naar het werk.

Het hek om het voormalige verzekeringsgebouw is ongebruikelijk hoog. De VN-bewakers met revolvers en wapenstokken zijn, volgens yankee-recept, vriendelijk maar onverbiddelijk. Tegen negenen ontstaat zorgvuldig ontkende nervositeit. Een Grace Jones met wel heel veel ringen in de oren maant een verloren voorbijganger door te lopen. Een Hollands 'dit is toch de openbare weg' werkt niet op dit stukje grond, waar de wereld zijn oorlogsmisdadigers berecht.

De agenten turen naar het einde van de straat en fluisteren in de zendermicrofoontjes onder hun blauwe hemd. Het hek bij een van de achteringangen zwaait open. Het is gissen welk hek; want iedere dag is de route van de strafgevangenis in Scheveningen naar het tribunaal in Den Haag anders. Een gepantserd wit busje met geblindeerde ramen rijdt bijna vriendelijk naar binnen, de kelder in. De verdachten zijn gearriveerd.

'Dit is de enige plek waar het Dayton-akkoord werkt'

(Vervolg van pagina 1)

NATUURLIJK, de zittingen zijn openbaar. Iedereen mag naar binnen, mits hij bereid is zich voortdurend te onderwerpen aan scanners. Iedere beweging in ongewenste richting wordt afgestraft met een bars 'Sir, what can I do for you?' Medewerkers hebben de strikte opdracht niet met vreemden te praten. Hun kantoren, zelfs die van de perswoordvoerders, zijn door zwaarbewaakte glazen deuren gescheiden van de hal. Zonder speciale pas mag niemand komen op de afdeling waar hij zelf niet werkt. Het gevaar van infiltratie en wraakacties wordt ook op tweeduizend kilometer afstand van Bosnië serieus genomen. Dat geldt niet alleen voor de rechters, getuigen en onderzoekers. Een bewaker zegt: 'De verdachte mag niet ontsnappen, maar wij moeten hem ook beschermen tegen aanslagen.'

Traag hervat zich het gevecht tegen de verveling die de dagelijkse haarkloverij oproept. De acteurs nemen routineus hun plaats in, maar staan toch met ontzag op als de rechters in stemmig rood-zwart binnenschrijden: wijze mannen en vrouwen, bedachtzamer dan de jonge advocaten en aanklagers die hun gelijk nog moeten bewijzen. Motregende het op de vroege ochtend van die dag in Ahmici nu wel of niet?

Als de pauze aanbreekt, daalt een collectie fladderende toga's de speciaal aangelegde trap af. De processie eindigt bij de koffieautomaat in de hal. 'Het tribunaal haat ons. De rechters en de aanklagers hebben allemaal hun eigen koffiemachine, hun eigen ruimte, hun eigen tolken', klaagt de Kroatische advocate, die in het spiegelglas haar lange blonde haren schikt. Zij leent een gulden van een jonge collega die haar ogen bijwerkt. 'De verkeerde mensen staan hier terecht', grijnst zij triomfantelijk. 'Deze mensen zijn onschuldig. We halen honderd getuigen om het te bewijzen. You will see.'

Het koffieapparaat verbroedert niet. Toch is de hal van het tribunaal het vertrouwde dorpsplein met de roddels, de nieuwtjes en het onderhandelen. Verdedigers nemen hier, ter voorbereiding op de rechtszaak, de dossiers door met de aanklagers. Aan de kale plastic tafeltjes wordt de eerste slag geleverd.

Zeker zo belangrijk is het indienen van de onkostenrekeningen, een ware groei-industrie van het tribunaal. Hotelbonnen liggen op stapeltjes, een geelblauw Lufthansa-ticket brengt verwarring. 'Justice has no price', zegt een Servische advocaat. Een collega uit Kroatië verduidelijkt: 'Voor advocaten uit de Balkan valt hier meer te verdienen dan in eigen land. Wij krijgen 110 dollar per uur van de VN.'

Een opsporingsambtenaar uit Moskou, Slava Afigenov, komt uit zijn beveiligde kantoor om in de hal een sigaret te roken. Hem trekt niet alleen de hoge beloning, maar ook de rust. 'Als officier van justitie in Moskou had ik het veel hectischer. Iedere dag een andere moord.' Nu onderzoekt hij met vier anderen de misdaden van het Kroatische leger tegen Servische burgers tijdens 'Operatie Storm' in 1995. In het toen door Kroatië heroverde gebied is het, vertelt hij, bijzonder moeilijk getuigen te vinden. 'De Kroatische autoriteiten werken tegen. De angst voor represailles is groot.'

Afigenov leidt met zijn gezin een aangenaam diplomatenbestaan in Den Haag, maar, zegt hij, 'de bureaucratie is soms erger dan in Moskou'. Zijn Haagse kantoor moet hij met tien collega's delen. 'In Moskou had ik een eigen kantoor van dertig vierkante meter, met ook nog een rustkamer erachter.'

De hal is ook de werkplaats voor journalisten, maar de meesten komen alleen op hoogtijdagen: de opening van een proces of de dramatische getuigenis van een verkrachtingsslachtoffer. Op een dag als vandaag scharrelen er behalve het handjevol Kroaten alleen de technici van het videobedrijf rond. Zij nemen op kosten van ideële organisaties alle rechtszittingen integraal op en sturen de beelden door naar de enigen die in het voormalige Joegoslavië geloven in het tribunaal, de Bosnische Moslims.

En dan is er, zoals bijna elke dag, de Servische idealist en journalist Mirko Klarin. Als Brussels correspondent van de Belgradose krant Nasa Borba raakte hij in de ban van het tribunaal. Hij is de enige journalist die verslag doet van alle zittingen. Via de Tribunal Update, een elektronische nieuwsbrief die hij ook schrijft, blijven de specialisten over de gehele wereld op de hoogte. Als een van de weinige Serviërs gelooft hij heilig in de rechtvaardigheid van het tribunaal: 'Alle verdachten die hier terechtstaan, hebben iets op hun geweten. Dat kun je gerust aannemen.'

Met hartstocht vertelt hij over het spannendste moment tot nu toe, de strijd om een videoband die de Servische verdachte Slavko Dokmanovic een sluitend alibi moest geven. Op de beelden was te zien hoe Dokmanovic in een bosrijk gebied een delegatie rondleidde op de dag van de hem ten laste gelegde massamoord op patiënten uit het ziekenhuis van Vukovar. Een boomdeskundige kon de rechters ervan overtuigen dat de bomen op de beelden in werkelijkheid niet op die plek konden groeien. Vijf dagen voor het vonnis hing Dokmanovic zich op in zijn cel; tot grote frustratie van het tribunaal.

Door de hal klinkt het geluid van hoge hakken. Een dame met Balkan-elegance - geblondeerd, uitdagende kleding, veel goud - haalt een bekertje koffie. Het blijkt de vrouw van generaal Blaskic te zijn. Zij is alleraardigst en wil graag praten. Eens in de maand komt ze een paar dagen naar Den Haag, waar ze logeert bij een Kroatische advocate. ''s Ochtends als hij de rechtszaal binnenkomt, groet hij mij door het glas. Maar daarna heeft hij geen tijd meer voor mij. Het proces neemt hem volledig in beslag.'

Ze vertelt dat ze ook een keer hun 10-jarige zoontje heeft meegenomen naar de publieke tribune. 'Natuurlijk is dat heel moeilijk, maar ik vertel hem dat papa in de oorlog is geweest en dat hij hier zit om zijn onschuld te bewijzen. Zelfs als het tribunaal hem zou vrijlaten, zou hij tot het einde blijven, om eindelijk de waarheid over de Kroaten te vertellen.' Het jongetje schrijft lange brieven naar zijn vader, die hem trouw terugschrijft.

Als mevrouw Blaskic haar man bezoekt in de gevangenis, zijn ze niet meer gescheiden door een glazen wand, zoals in het begin. Ze zegt dat het VN-detentieblok in Scheveningen beter is dan de geheime villa waar haar man op verzoek van de Kroatische regering zat tot het proces begon. 'Daar zijn zijn ogen verpest. Heeft u zijn bril gezien? Die droeg hij niet voor hij hier kwam.' Toch gaat het goed met haar man. Hij leest, doet veel aan sport, heeft goed contact met de andere gevangenen en is blij met de bezoeken van een pastoor uit Amsterdam: 'Hij is heel religieus.'

Over het leven van de verdachten in Scheveningen doet het tribunaal geen enkele mededeling. Maar de Servische verdachte Milan Simic, die wegens zwakke gezondheid in eigen land het proces mag afwachten, heeft uitvoerig verteld hoe Kroaten, Serviërs en Moslims, aartsvijanden in de oorlog, in de gevangenis met elkaar kaarten en pingpongen. Simic schaakte om een blikje bier met de commandant van een Moslimkamp waar Serviërs werden gemarteld. Iedereen mag tien minuten per dag naar huis bellen, langer dan de SFOR-soldaten in Bosnië. De Kroaten krijgen van hun regering de kranten en zelfs de Kroatische Playboy.

Een Serviër, beschuldigd van etnische zuiveringen, maakt gedichten over het wel en wee van de groep en hangt ze op het prikbord. 'De gevangenen zijn erg geestig. Wij zijn gewone mensen', vertelde Simic. Over rechtszaken wordt in Scheveningen niet gesproken, etnische afkomst doet er niet toe. Daarom grappen de verdachten: 'Dit is de enige plek waar het Dayton-akkoord werkt.'

'Toen wij hier in 1994 begonnen, hebben we ons maandenlang heel eenzaam gevoeld', zegt aanklager Graham Blewitt. 'Niemand van ons wist iets van Joegoslavië en we moesten, voor het eerst sinds Neurenberg, van de grond af een internationaal tribunaal opbouwen.' De Australiër, die jarenlang nazi's vervolgde, voert vanuit zijn grote werkkamer op de hoogste verdieping het dagelijks bestuur. Hier wordt hogere politiek bedreven, want het tribunaal is vanaf zijn ontstaan afhankelijk geweest van de grillen van de wereldpolitiek. Pas toen de vredesmacht in Bosnië na jaren eindelijk verdachten begon te arresteren, kwam het tribunaal echt op gang.

Nu het detentieblok in Scheveningen bijna vol zit - 26 van de 58 oorspronkelijk aangeklaagden zijn opgepakt - krijgt het tribunaal meer steun, zodat twee nieuwe rechtszalen konden worden gebouwd. Blewitt vertelt dat in het begin te veel 'kleine jongens' werden aangeklaagd, omdat het tribunaal snel met een verdachtenlijst moest komen. Een aantal aanklachten is ingetrokken, maar nog altijd worden de zalen bezet gehouden door slepende processen tegen onbelangrijke uitvoerders. Het tribunaal concentreert zich nu op de grote leiders. Nieuwe aanklachten worden niet meer openbaar gemaakt voor de verdachte is gearresteerd.

Ondanks het nieuwe zelfvertrouwen blijft het een worsteling het tribunaal te laten functioneren, geeft Blewitt toe. Neem alleen al de bureaucratie van de Verenigde Naties. Als Blewitt om meer personeel vraagt, duurt het minstens anderhalf jaar voordat de nieuwe medewerker achter zijn bureau zit. De verplichte keuze van juristen die - politiek correct - uit de hele wereld moeten worden gerecruteerd, komt de kwaliteit niet altijd ten goede. In de computers wachten nog een miljoen pagina's belastend politiek materiaal op bestudering, wat onontbeerlijk is om de grote schurken aan te pakken.

De terugkeer van vluchtelingen maakt het nog moeilijker mensen te vinden die hun angst overwinnen om in Den Haag te getuigen. Heel jammer vindt Blewitt het dat er geen vertrouwen bestaat tussen de aanklagers en de Servische en de Kroatische advocaten. 'Ze zijn niet loyaal aan het hof, zoals gebruikelijk is in een rechtsstaat', zegt hij. Blewitt denkt dat het tribunaal nog zeker zes jaar nodig heeft om alle verdachten te berechten. 'Maar het is fascinerend om dagelijks nieuw recht te creëren.'

De Amerikaans-Servische advocaat Nikola Kostic bevestigt het beeld van wantrouwen: 'Met de rechters heb ik geen moeite. Die staan boven de partijen. Het probleem ligt bij de aanklagers. Zij zijn een politiek instituut.' Kostic, wiens grootvader al voor de Serviërs in Bosnië vocht, vindt dat de aanklagers uit puur politieke motieven de Serviërs harder aanpakken dan de anderen.

In de werkkamer van rechter Richard May staan en liggen overal boeken over de processen van Neurenberg, waar de nazi-leiders na de Tweede Wereldoorlog werden berecht. Het eenvoudige overwinnaarsrecht van toen kan nu niet worden toegepast. 'De tijden zijn veranderd. Wij hadden toen Duitsland bezet. De Duitsers hadden alles zo goed gedocumenteerd dat je geen getuigen nodig had.'

Het Joegoslavië Tribunaal heeft de macht niet om alle documenten op te eisen, getuigen op te roepen of zelfs maar de hoofdverdachten te laten arresteren. 'Het recht zal pas hebben gezegevierd als Milosevic terechtstaat. Hij is en blijft de grote schuldige', zegt tribunaal-verslaggever Mirko Klarin.

Ook al bereidt het tribunaal in stilte een aanklacht tegen hem voor, Slobodan Milosevic is de zittende president van de internationaal erkende Federale Republiek Joegoslavië. De Amerikanen hebben hem ondanks alles nodig voor de stabiliteit op de Balkan en de Servische leiders verschuilen zich achter zijn rug voor het tribunaal.

Mirko Klarin zegt verdrietig: 'De paradox is dat het tribunaal Milosevic sterker heeft gemaakt.'

Onderzoekers van het tribunaal verzamelen op het moment in Kosovo bewijsmateriaal over de volgende reeks oorlogsmisdaden die onder Milosevic' bevel worden gepleegd.

Peter Brusse

Philippe Remarque

Meer over